De zuringrandwants (Coreus marginatus) is een opvallende, relatief grote wants uit de familie van de randwantsen.
De wants heeft een leerachtig, tabaksbruin tot roodbruin lichaam met een fijn behaard (fluweelachtig) oppervlak. Het achterlijf is opvallend breed en ovaal.
Volwassen exemplaren bereiken een lengte van 13 tot 15 millimeter.
De nimfen veranderen tijdens hun groei sterk van uiterlijk. Ze doorlopen vijf stadia , waarbij ze steeds meer op de volwassen wants gaan lijken.
Ze missen nog de volledige vleugels, hebben vaak een lichter, gestreept of gestippeld uiterlijk en zijn sterk gestekeld.
De zuringrandwants is een planteneter (herbivoor). Met een zuigsnuit doorboort de wants de cellen van planten om sappen op te zuigen. Hoewel de voorkeur uitgaat naar zuring en duizendknoopachtigen, is de wants in de nazomer ook regelmatig te vinden op andere dragers van sappige vruchten, zoals bramen en frambozen. De soort is absoluut ongevaarlijk voor mensen en kan niet bijten of steken. Wel kunnen ze bij bedreiging een onaangenaam ruikende vloeistof afscheiden uit klieren aan de zijkant van het borststuk.
Ik zag deze in een bos vlak bij Hulst in Zeeuws-Vlaanderen.
Lees meer
Reacties (1)
Een fraaie camouflagefoto
vrgr Annelies V.