De rups van het groot koolwitje (Pieris brassicae) is een opvallende verschijning die bekendstaat om zijn enorme honger naar koolplanten.
In tegenstelling tot de egale, groene rups van het klein koolwitje, is de rups van het groot koolwitje bont gekleurd.Ze zijn grijsgroen tot geelachtig met een patroon van zwarte vlekken en stipjes en drie opvallende, gele lengtestrepen over het lichaam.
Ze groeien na vier vervellingen uit tot een lengte van wel 5 centimeter.
Ze zijn dol op kruisbloemigen zoals bloemkool, boerenkool, broccoli, radijs en Oost-Indische kers. Ze eten de buitenste bladeren van de plant vaak helemaal kaal tot er alleen nog nerven over zijn.
Volwassen vlinders leggen groepen van 20 tot 40 gele eitjes op de onderkant van koolbladeren. Na 4 tot 7 dagen kruipen de rupsen eruit. Ze eten gedurende 13 tot 24 dagen onafgebroken door. Daarna verlaten ze de voedselbron om te verpoppen tegen muren, schuttingen of boomstammen. Er zijn meestal twee tot drie generaties rupsen per jaar, actief tussen mei en oktober.
Ik zag deze gisteren in de polder achter Zandberg, Gem. Hulst in Zeeuws-Vlaanderen.
Lees meer
Reacties (2)
Heel mooi!
groet, Hanneke