De larve van de vuurkever (zoals de Zwartkopvuurkever of Roodkopvuurkever) is een opvallende verschijning die je vaak tegenkomt onder de loszittende bast van dode of rottende loofbomen.
Ze hebben een zeer plat, langwerpig lichaam dat geelbruin tot amberkleurig is. Ze kunnen tot circa 3,5 centimeter lang worden.
Het meest kenmerkende detail zijn de twee stevige, naar binnen gebogen "doorns" (urogomphi) aan het uiteinde van het achterlijf.
Ze leven twee tot drie jaar onder de schors voordat ze verpoppen.
Hoewel ze in dood hout leven, eten ze dit niet zelf. Het zijn actieve jagers (carnivoren):
Ze jagen op andere insectenlarven die wel hout eten, zoals die van de boktor.
Daarnaast voeden ze zich met wormen en soms schimmels.
De larven spelen een nuttige rol in het ecosysteem door de populaties van houtborende insecten onder controle te houden.
Ik zag hem in het Stropersbos bij Klinge, België.
Lees meer
Reacties (1)