De gele luzernevlinder (Colias hyale) is een schaarse trekvlinder uit de familie van de witjes (Pieridae). Deze vlinder overwintert als rups in Midden- en Zuid-Europa en trekt vanaf mei in wisselende aantallen naar Nederland en België.
Mannetjes zijn heldergeel aan de bovenkant. Vrouwtjes zijn groenachtig wit tot vuilwit en worden op afstand vaak verward met het koolwitje.
Kenmerkend voor deze soort is de witte acht (8) op de onderkant van de achtervleugel. De onderste cirkel van de '8' is veel groter dan de bovenste. De voorvleugel heeft een uitgestrekte zwarte punt met een geel raster.
De vlinder heeft een voorvleugelpuntlengte van 20 tot 25 mm (een spanwijdte van ongeveer 52 tot 62 mm).
Het is een zeer snelle en actieve vlieger. De vlinder rust vrijwel altijd met gesloten vleugels.
Je vindt ze vooral op open, zonnige plekken.
De vlinder kan strenge winters in de Benelux niet goed overleven. De aantallen die we hier zien, zijn sterk afhankelijk van hoeveel vlinders er in het voorjaar en de zomer vanuit Midden- en Zuid-Europa naar het noorden trekken.
In sommige jaren (zoals bij warme, droge zomers) worden er door gunstige wind en warmte ineens grotere aantallen gezien. In andere jaren blijft het bij slechts een paar honderd meldingen in het hele land.
Ik zag deze op een dijk langs de Schelde bij Baalhoek in Zeeuws-Vlaanderen.
Foto: 21-9-2926
Lees meer
Reacties (1)