* BNNVARA - Elke dag was ik bang om uit die verdomde kast te worden getrokken
Word lid

Elke dag was ik bang om uit die verdomde kast te worden getrokken

leestijd 4 minuten
Elke dag was ik bang om uit die verdomde kast te worden getrokken

Op de basisschool had ik een beste vriend. Het liefst maakten we samen video’s en we droomden van ons eigen tv-programma. Maar toch hield onze vriendschap op een gegeven moment op te bestaan. Ik was nog maar een kind toen ik voor het eerst op het schoolplein werd uitgescholden voor homo. Homo, dat kan je niet zijn. 

Omdat we zoveel tijd met elkaar spendeerden, dachten onze klasgenootjes dat ik verliefd op hem was. En begrijp mij niet verkeerd, misschien was ik dat ook wel. Maar ik was ook elf jaar en nog niet bezig met op wie ik verliefd zou worden. Het ging van kwaad tot erger en de klasgenootjes begonnen er steeds vaker over. Ik begon me voor het eerst onzeker te voelen over mezelf.

Ik vroeg mezelf af of het verkeerd was om als jongen verliefd te worden op andere jongens. Om mij heen werden homo’s altijd gekoppeld aan iets slechts, het was een scheldwoord. Ik begon te twijfelen over wie ik was. Ik ging naar de middelbare school en steeds vaker begonnen mensen te vragen naar mijn seksualiteit. “Jij bent zeker homo?” Trillende benen, een drukkend gevoel op mijn borst en het gevoel dat ik alles moest ontkennen. “Nee, natuurlijk niet. Homo’s zijn vies,” reageerde ik dan vluchtig. Dit waren de momenten dat ik in janken uit kon barsten, maar ik probeerde alle emoties binnen te houden. Ik begon mezelf af te vlakken. Ik liet steeds minder van mezelf zien. Want als ik minder liet zien, konden zij ook niet aan mij zien dat ik jongens misschien leuk vind, toch? Maar nog steeds leken anderen het te zien en begonnen ze erover. Soms subtiel, soms heel direct.

Verkering met een meisje

Toen ik dertien was kreeg ik verkering met een meisje. Want zo hoorde het, zo was ik normaal. Maar toch klopte het niet. Ik begon mezelf op seksueel gebied fysiek en mentaal te ontwikkelen, mijn schaamhaar begon te groeien en ik begon seks interessant te vinden. De hormonen raasden door mijn lichaam en ik begon met porno kijken, hetero porno, want zo hoorde het. Maar elke keer was ik aan het onderdrukken dat ik de mannen in die video’s aantrekkelijker vond dan de vrouwen. Want homo was ik zeker niet.

Blijven ontkennen

Onderdrukken en ontkennen kwam terug in alles in mijn leven. Als er op tv iets was over homoseksualiteit zapte ik snel naar een andere zender. Wanneer erover gesproken werd veranderde ik het onderwerp of liep ik weg. Continu was ik op mijn hoede. Ik was mezelf aan het klaarmaken voor het volgende incident. Ik oefende in de spiegel hoe ik zou reageren als het weer eens over homo’s zou gaan. Rustig ademen, niet opvallen en een beetje knikken. Ik voelde elke dag de angst dat iemand mij uit die verdomde kast zou trekken. En ondanks dat mijn moeder steeds maar weer zei: “Het maakt echt niet uit met wie je thuiskomt.” Kon ik het niet. Ik was zo bang voor de gevolgen. Zo bang wat anderen van mij zouden denken, bang dat niemand meer met mij om wilde gaan. Dat ik alleen zou zijn. Maar de realiteit was dat ik elke dag al eenzaam was, alleen met mijn gevoel. Het duurde jaren voordat ik iemand durfde te vertellen dat ik homo was.

Uit de kast

Na honderden keren voor de huiskamerdeur te hebben gestaan, had ik eindelijk de moed verzameld om die deur open te doen en uit de kast te komen. Tijdens mijn coming out ervaarde ik een vorm van liefde die ik tot nog toe niet kende. De mensen om me heen gaven mij de liefde die ik mijzelf jarenlang niet had gegund. Zij lieten mij zien dat ik van mezelf mocht houden om wie ik ben. Ik begon me langzaamaan steeds zekerder te voelen en ging steeds minder verbergen. 

Maar toch blijft de buitenwereld hard. Er waren en zijn mensen op straat die het nodig vinden om mij nog steeds uit te schelden voor homo, flikker of nicht. Mensen die mij zien lopen en het nodig vinden om mij naar beneden te halen om wie ik ben. Mensen die het niet aankunnen dat ik mezelf ben. Ik ben eraan gewend geraakt dat ik één keer in de zoveel tijd uitgescholden word. Ik doe dan alsof ik het niet hoor en loop rustig verder. Maar ik voel op dat moment hetzelfde drukkende gevoel op mijn borst als vroeger, ik voel me weer even die jonge jongen. Ik heb mijn hele leven lang een muur opgebouwd om deze opmerkingen me niet te laten raken. Maar misschien is het ergste wel dat ik het toelaat dat anderen deze dingen naar mij roepen. Want wat moet ik anders?

Tolerantie in Nederland

We leven in een maatschappij waar homoseksualiteit getolereerd lijkt te zijn. Maar hoe tolerant zijn we nou met z’n allen als deze dingen nog dagelijks gebeuren? Het is al zo moeilijk om te ontdekken wie je echt bent, laat staan dit te laten zien naar de buitenwereld. Daar heb je niet iemand bij nodig die het allemaal nog een tikkeltje lastiger voor je maakt. Ik dacht dat het na mijn coming out allemaal beter werd. En dat is zo, ik heb een onwijs leuk leven. Maar tegelijkertijd zijn er nog steeds mensen die mij het gevoel willen geven dat ik minderwaardig ben.

Tegenwoordig sta ik stevig in mijn schoenen. Ik ben niet meer die onzekere jongen die ik vroeger was. Ik heb voor mezelf geaccepteerd dat ik af en toe wat naar mijn hoofd geslingerd krijg. Maar is dat niet juist waar het mis gaat?