Een bruinvis maakt weliswaar niet dezelfde geluiden als zijn broertje de dolfijn, maar kan wel degelijk communiceren. Hij zendt clicks uit, dwz echolocatiegeluid, en met speciale microfoons kunnen wij het ook horen. Wageningen Marine Research en Stichting Rugvin kijken of dit geluid te koppelen is aan het gedrag van bruinvissen.
Akoestische waarnemingen
Voor dit onderzoek zijn hydrofoons gebruikt, die het geluid onder water kunnen opnemen. Voor akoestisch onderzoek worden ook vaak COPD’s gebruikt (continuous porpoise detectors), dat zijn volledig automatische, statische, passieve monitoringsystemen die ‘click trains’ van bruinvissen, dolfijnen en andere tandwalvissen herkennen. Vooral geschikt voor windmolenparken op de Noordzee bijvoorbeeld, terwijl hydrofoons juist worden meegenomen en actief aangezet.
Bruinvissen in Oosterschelde
Akoestisch onderzoek wordt gebruikt voor studies naar effecten op bruinvissen van menselijke activiteiten, zoals in offshore windparken en bij havenbouwwerkzaamheden. Ook is het zeer nuttig voor studies naar bruinvisaanwezigheid, habitatgebruik, foerageergedrag en communicatie. De pilotstudie in de Oosterschelde wil bovendien onderzoeken of er onderscheid is te maken tussen geluid van moeder en kalf, omdat dit een kwetsbare periode is voor de zoogdieren.
Geluidsoverlast
Bruinvissen zijn gevoelig voor geluidsoverlast en kunnen daar dus hinder van ondervinden, bv bij navigeren. Onderzoek laat zien dat het effect van het onderwatergeluid door de bouw van de tot 2023 geplande windparken op de Noordzee op de populatie bruinvissen waarschijnlijk groter is dan volgens richtlijnen aanvaardbaar, en dat er maatregelen genomen zouden moeten worden om de effecten binnen geaccepteerde grenzen te houden.