De bonte vliegenvanger is op het eerste gezicht een nogal onopvallend vogeltje. Maar er is iets opmerkelijks aan de hand, en dat heeft alles te maken met klimaatverandering. De bonte vliegenvanger is een trekvogel. Hij is afhankelijk van rupsen om zijn kroost groot te brengen. Timing is alles: als hij te vroeg of te laat uit Afrika vertrekt, kan hij zomaar de piek van rupsen in Nederland missen.
Ooit was de bonte vliegenvanger een vrij algemene vogel in Nederland. In de jaren 80 daalden de aantallen drastisch. De laatste jaren is de Nederlandse populatie weer wat hersteld. Ze broeden van nature in boomholten. Volwassen vliegenvangers jagen achter vliegende insecten aan, en vangen die in volle vlucht. Vandaar de naam ‘bonte vliegenvanger’. Ze eten vliegen, muggen, vlinders en libellen, maar ook oorwurmen en sprinkhanen.
Rupsenpiek
De jongen worden daarentegen uitsluitend gevoerd met rupsen. Het moment dat het aantal rupsen van onder andere de kleine en de grote wintervlinder het grootst is, wordt ook wel de ‘rupsenpiek’ genoemd. De rupsen zitten bomvol eiwitten, die de kuikens van de vliegenvangers nodig hebben om op te groeien. Eerder was deze piek begin juni. Maar door de klimaatverandering is dit moment zo’n drie weken eerder, dus medio mei. De grote concurrent van de bonte vliegenvanger op rupsengebied is de koolmees. Dit is een standvogel – hij trekt niet weg - en hij kan zich daardoor beter aanpassen aan de rupsenpiek.
Onderzoek
In het Dwingelderveld en enkele omringende gebieden als de Ruiner-bossen doet de Rijksuniversiteit Groningen al jaren onderzoek aan de bonte vliegenvanger. Sterker nog, bijna elk individu is in kaart gebracht. Het onderzoek onder leiding van professor Christiaan Both gaat over hoe de vogels zich aanpassen aan de klimaatverandering. In het gebied hangen honderden nestkasten. De vogels worden geobserveerd, maar ook gevangen en geringd.
De grote vragen zijn: kunnen de bonte vliegenvangers zich aanpassen aan de vroegere rupsenpiek in Nederland veroorzaakt door klimaatverandering? Keren ze eerder terug en hebben ze zo alsnog voldoende voedsel als ze jongen op het nest hebben? Volgens Both lijken de vliegenvangers nu eerder in Nederland aan te komen, wat mogelijk een evolutionaire aanpassing is.
Poepnetten
Menno gaat met Christiaan Both op zoek naar nog ongeringde mannetjes van de bonte vliegenvanger. Ook laat Both zien hoe hij met behulp van zogeheten ‘poepnetten’ de poep van de rupsen opvangt en daarmee het moment probeert te bepalen wanneer de rupsenstand het hoogst is.