Menno gaat kanovaren met boswachter Twan Teunissen. In de stromende regen en met extreem hoog water. Hierdoor is er een grote kans bevers te zien, die bovenop hun ondergelopen burcht zitten.
Slopen
De bevers die 30 jaar geleden zijn geïntroduceerd doen hun werk. Vooral door te slopen. Bevers houden, vooral in de winter, van de dunne twijgjes en de verse bast bovenin de boom. En om daar bij te kunnen, moet de boom om. Dat werk is belangrijk om open plekken in het bos te houden zodat het water bij hoge waterstanden vrijelijk heen en weer kan stromen.
Samenwerking
In dit groot onderhoud werken de bevers samen met de grote grazers in het gebied. De stompen die de bever achterlaat groeien weer uit met kleine twijgjes en die worden gegeten door de Schotse Hooglanders en Konikpaarden die in het gebied lopen. Vooral in het vroege voorjaar als de sapstroom weer op gang komt waar veel suikers in zitten.
Nieuwe processen
Samen houden ze zo een open rivierbos. Omdat dit open Ooibos nu zo’n 50 jaar bestaat als natuurgebied zien we allemaal processen beginnen die horen bij oud Ooibos. Dat is voor het eerst in Nederland dat we sommige van die processen zien. Deze ooibossen krijgen hun eigen nieuwe soorten bomen en struiken en een microklimaat waardoor ook bosvogels als boomklever, groene specht en grote roofvogels hun weg vinden naar de ooibossen langs de rivier.