VARAgids' vakprijs voor hét televisie-interview van het jaar

Sven Kockelmann wint Sonja Barend Award 2026

Gisteren
•
leestijd 10 minuten
•
1013 keer bekeken
•
LW_Sonja_Barend_2026_1xx

© Lin Woldendorp

Sven Kockelmann wint de Sonja Barend Award 2026 voor zijn interview met premier Dick Schoof. Geen politiek kruisverhoor, maar een persoonlijk gesprek over een turbulent premierschap. ‘Als ik hem op de klassieke politiek-journalistieke manier had benaderd, was het bijna een verlengde persconferentie geworden.’

Je reageerde verrast toen ik je vertelde dat je de Sonja Barend Award had gewonnen. Had je na de opname al het gevoel dat dit een bijzonder interview was?

Ik vond het een bijzonder gesprek, omdat Schoof heel openhartig was. Ik vroeg me wel af: was het wel scherp genoeg? Was het compleet genoeg? De twijfel blijft, hoe lang ik dit werk ook doe. Na een uitzending loop ik altijd weg met het idee dat ik misschien nog iets had moeten vragen. Maar we vonden het allemaal een bijzonder gesprek, juist omdat hij zich zo opende. Zelfs de mensen die technisch bij de opname betrokken waren, waren na afloop stil. Je ziet een premier niet vaak zo openhartig.

Schoof was gewend geraakt om op eieren te lopen bij alles wat hij zei. Hoe kreeg je hem uit die rol?

Als ik hem op de klassieke politiek-journalistieke manier had benaderd, was het bijna een verlengde persconferentie geworden. Dan schiet iemand vanzelf in zijn reflex van het geven van antwoorden als premier. Ik wilde een andere kant van hem laten zien en hem oprecht laten terugblikken op een bizarre, turbulente periode in de Nederlandse politieke geschiedenis.

Je wilde dus vooral de mens achter de premier leren kennen?

Ja. De bedoeling was een eerlijke terugblik, met openheid van zaken. Ik wilde weten wat er in hem was omgegaan en hoe hij de gebeurtenissen had beleefd. Ik probeerde een sfeer te creëren waarin iemand zich comfortabel voelt om zijn verhaal te vertellen. Uiteindelijk kies je dan de interviewstijl die hopelijk het beste resultaat oplevert. Ik kan niet altijd als een scherprechter met een scalpel te werk gaan.

Dat is een andere aanpak dan we van jou gewend zijn. Met Oog in oog heb je een reputatie opgebouwd als scherpe interviewer.

Dat klopt. Het DNA van Oog in oog was een soort Nederlandse versie van het Britse HARDtalk. Maar dat betekent niet dat dit mijn enige manier van interviewen is. Ik denk vooraf altijd na over wat ik met een gesprek wil bereiken. In dit geval wilden we een persoonlijke reconstructie van een bewogen premierschap.

Was het moeilijk om hem voor dit afscheidsinterview te strikken?

Nee, dat viel mee. Ik ben koffie met hem gaan drinken en heb hem het voorstel gedaan. Zijn eerste reactie was welwillend, maar hij wilde erover nadenken. Ik denk dat hij voor zichzelf moest afwegen wat hij achter zich liet en hoe hij die periode had beleefd. Uiteindelijk vond hij het een goed moment om inzicht te geven in wat er was gebeurd en om iets van een erfenis achter te laten, als je het zo wilt noemen.

De opnamen zijn gemaakt in het Catshuis. Waarom was die locatie belangrijk?

Ik wilde er een bijzondere uitzending van maken. Ik dacht dat je een ander gesprek krijgt als iemand zich in zijn eigen omgeving bevindt dan wanneer je in een televisiestudio of op een neutralere plek zit. Je bent daar echt bij hem op bezoek. Het was bovendien zijn laatste dag in het Catshuis. Hij had er nog geslapen en nam afscheid van de beheerder en de mensen die hem tijdens die turbulente periode hadden omringd.

Welke rol speelden de sfeer en het onderlinge vertrouwen?

Ik had goede hoop toen ik zijn weemoedige stemming zag. Ik zag wat het voor iemand in zo’n functie betekent om afscheid te nemen. In het gesprek zat vrij vroeg een filmpje waarin zijn hele premierschap voorbijkwam, een idiote achtbaan van gebeurtenissen. Je zag dat het bij hem binnenkwam. Hij toonde zich kwetsbaar en liet merken wat die periode met hem had gedaan. Ik denk ook dat hij me vertrouwde. Hij wist hoe wij werken en kende me uit eerdere ontmoetingen en interviews. Je moet altijd met open vizier opereren. Dat betekent niet dat je iemand nooit mag confronteren met iets wat hij niet verwacht, maar je moet niet met valse voorwendselen aan tafel gaan zitten. Dat kun je één keer doen; daarna is je reputatie naar de filistijnen.

Hoe bereid je zo’n interview voor?

Ik heb veel gelezen en de geweldige redactie heeft achter de schermen uitgebreid gebeld met mensen die bij het kabinet betrokken waren of in de politiek met Schoof hadden samengewerkt. Ik wilde ongeveer weten wat het verhaal is voordat ik zo’n gesprek aanga. Je moet kunnen controleren wat iemand vertelt. Een goede voorbereiding is het halve werk.

Maak je vooraf afspraken over wat je wel en niet mag vragen?

Er waren geen inhoudelijke voorwaarden. Ik had goed contact met de Rijksvoorlichtingsdienst. Zoals ik dat altijd doe, gaf ik vooraf aan wat de bedoeling van het gesprek was en wat voor type interview ik wilde maken. Maar ik loop geen uitgebreid draaiboek door. Dat doe ik eigenlijk nooit. Al was het maar omdat er bij mij geen vragen op papier staan.

Zo’n gesprek zit dus geheel in je hoofd?

Ja. Dat betekent niet dat ik ter plekke maar wat doe. Ik heb er samen met de regisseur goed over nagedacht en dingen uitgezocht. Ik vind het prettig om zonder draaiboek te werken, omdat ik dan goed kan luisteren en oogcontact kan houden. Een gesprek moet zich kunnen ontvouwen. Soms ontstaat er een soort cocon om twee mensen heen die intensief met elkaar in gesprek zijn. Dat probeer ik vast te houden. Het is uiteindelijk heel intuïtief.

Je zei onlangs in een radio-interview dat je wat minder hoog van de toren wilde blazen. Was dat in dit interview te merken?

Dit was een ander gesprek dan een confronterend politiek interview met een fractieleider of partijleider. Dat was vanaf het begin de bedoeling. Als ik met een fractieleider praat over de onderbouwing van een belastingplan, is het gesprek vaak confronterender.

Mijn imago heb ik niet zelf verzonnen. We hebben daar ooit bewust aan gewerkt. Mijn chef zei vroeger tegen me: ‘We gaan van jou de meest gevreesde interviewer van het land maken.’ Dat was een stip aan de horizon. Ik was 24 toen we daarmee begonnen. Ook toen ik Oog in oog maakte, was ik nog jong. We wilden iets maken wat er op televisie nauwelijks meer was: scherpe interviewtelevisie, zoals die er vroeger met Jaap van Meekren en Joop van Tijn was geweest. We hielden van de Britse journalistieke cultuur. Als ik erop terugkijk, denk ik weleens dat het een toontje minder had gekund. Het was af en toe ook wel een beetje aanmatigend.

Hoe belangrijk is de Sonja Barend Award voor je?

Ik ben ooit als stagiair begonnen en kwam binnen bij Paul Witteman. In die tijd waren Paul en Sonja enorme journalistieke boegbeelden. Ik kwam Sonja weleens tegen in de gangen van het VARA-gebouw. Dat was de tijd dat televisie nog groot was en zij dus ook. Er gebeurde altijd wat. Dat was ook wat we met Oog in oog probeerden: ‘cut the crap’ en rechtstreeks naar de kern. Rond haar uitzendingen was er vaak reuring, door de confrontaties met haar gasten en haar onderwerpkeuze. Dat heb ik altijd zeer gewaardeerd.

Voel je je schatplichtig aan haar?

Ze maakte een ander soort programma dan ik. Bij mij draait het vooral om politiek; zij deed veel meer het menselijke interview, vaak over opmerkelijke mensen of maatschappelijke kwesties die veel beroering veroorzaakten. Niet iedereen hield van haar. Er keken ook hele volksstammen om zich aan haar te ergeren. Maar ze wist wel iets los te maken. Dat bewonderde ik.

Het juryrapport prijst je omdat je luistert en doorvraagt zonder agressief te worden. ‘Gewoon heel erg geïnteresseerd’, staat er.

Het was precies de bedoeling: niet alleen politieke inzichten bieden, maar ook een mooi menselijk inkijkje geven. Dat Schoof zich zo liet zien, maakte het gesprek bijzonder. Ik heb heel wat premiers geïnterviewd: Wim Kok, Jan Peter Balkenende en Mark Rutte, en ook Ruud Lubbers, al was die geen premier meer toen ik hem sprak. Maar een premier die zich zo menselijk laat zien, heb ik niet vaak meegemaakt.

Denk je dat Schoof zelf voelde dat dit het moment was om zich zo uit te spreken?

Dat denk ik wel. Hij had ruim anderhalf jaar de verantwoordelijkheid gedragen voor het land. Hij had bovendien een reputatie als topambtenaar, en die was niet altijd even flatteus. Mensen hadden hun opvattingen over hem; hij kon ook hard zijn. Maar op dat moment stond hij aan de rand van het zwarte gat. Hij had zijn hele leven gewerkt, was workaholic in hart en nieren en moest afscheid nemen van zijn professionele identiteit.

Ik vind het lovenswaardig als politici achteraf vertellen hoe ze een periode hebben beleefd. Dat is belangrijk voor de politieke geschiedschrijving. In Angelsaksische landen bestaat een grote traditie van politieke biografieën en gesproken reconstructies. In Nederland zouden we dat ook vaker moeten doen.

Het juryrapport noemt het een respectvol afscheidsinterview met een veelgeplaagde premier tegen wil en dank. Het had ook een hard politiek kruisverhoor kunnen worden.

Dan was er, denk ik, weinig uitgekomen. Als ik hem met mitrailleursnelheid de onvolkomenheden en het gestuntel van zijn premierschap om de oren had geslagen, was de sfeer veranderd. Dan was hij dichtgeslagen of teruggevallen in zijn oude rol. Dan had je een persconferentieachtig gesprek gekregen. Natuurlijk waren er ook mensen die vonden dat het niet scherp en hard genoeg was. Dat mag. Gelukkig leven we in een samenleving waarin iedereen mag zeggen wat hij vindt.

Een ander jurylid schrijft dat je laat zien dat een kritisch interview niet betekent dat de interviewer de gast moet overvleugelen.

Dat vind ik een mooi compliment. Het hoeft dus niet altijd met een floret op tafel. Je kunt kritisch zijn zonder zelf de hoofdrol op te eisen. Als je goed luistert en iemand voortdurend aankijkt, zie je ook aan diens gezicht of hij om een vraag heen probeert te draaien. Doordat je elkaar blijft aankijken, houd je elkaar als het ware gevangen in het gesprek.

Uiteindelijk gaat het om nieuwsgierigheid. In veel interviews toets ik de argumenten van iemand. Ik wil weten of iemand werkelijk staat voor wat hij zegt. Bij Schoof was het een ander soort gesprek. Ik wilde hem zo open mogelijk aan het praten krijgen en binnen de beschikbare tijd alles van hem weten.

‘Sven Kockelmann is Sven Kockelmann, zoals alleen hij dat kan’, luidt een andere typering uit het juryrapport.

Dat vind ik een mooie, literaire omschrijving. Het is ook heel aardig gezegd.

Juryrapport

Sven Kockelmann heeft met zijn vraaggesprek met Dick Schoof de achttiende Sonja Barend Award gewonnen. Na een spannende stemronde koos de vakjury het gesprek tot beste interview van het afgelopen televisieseizoen.

‘Een onthullend gesprek’, stelt Maartje van Weegen. ‘Sven luistert en vraagt door. Hij is niet agressief, gewoon heel erg geïnteresseerd. Bravo Sven.’ Lammert de Bruin noemt het gesprek ‘niet alleen politiek interessant, maar ook een mooie menselijke inkijk. In misschien de wonderlijkste premier die we ooit gehad hebben’. Daphne van Rossum: ‘Je leert Schoof op een andere manier kennen. Door vragen als “Bent u vrienden kwijtgeraakt?” en observaties als “Ik zie aan uw gezicht dat het u meer deed dan u deed blijken”. Hij zoekt steeds de mens achter de premier.’

Derde plaats

Sven Kockelmann was dit jaar een van de negen genomineerden voor de interviewprijs van de VARAgids. Het gesprek dat Coen Verbraak voor Over leven voerde met journalist Frits Abrahams over zijn dementerende vrouw eindigde op de derde plaats.

‘Verbraaks vragen maken de weg vrij voor Abrahams' verhaal, dat daardoor recht je hart ingaat’, vindt Femke van der Laan. Astrid Kersseboom noemt Verbraak ‘luisterend als altijd, maar inbrekend waar nodig’. Omar Larabi: ‘Hij bewaart afstand tot zijn gast, maar weet tegelijkertijd op een tedere manier meer informatie los te peuteren.’ Paul van Liempt: ‘Coen Verbraak geeft ruimte aan de twijfel en het ongemak. Juist die terughoudendheid maakt het indringend.’ Mark den Blanken noemt hem ‘een interviewer van de buitencategorie’.

Nummer twee

De tweede plaats was voor Eva Jinek, die SGP-voorman Chris Stoffer in haar programma stevig aan de tand voelde over het standpunt van zijn partij over abortus en de bijbehorende campagne.

‘Ze legt het dogmatisch redeneren van Chris Stoffer genadeloos bloot’, constateert Willemijn Veenhoven. ‘Super spannende tv.’ Iwan Verrips: ‘Jinek blijft proberen door zijn politieke antwoorden heen te prikken.’ Roger Abrahams: ‘Dat ze almaar feller uit de hoek komt, is aan het eind van het liedje het genot van de kijker.’

Eva Koreman vindt dat Jinek feilloos om de mediagetrainde antwoorden van haar gast heen werkt. ‘Chris Stoffer zal nooit meer een Eva onderschatten. Dit is een gesprek dat een verschil maakt in de maatschappij.’ Angela de Jong: ‘Eva Jinek verdedigt fel, op Sonja Barend-achtige wijze, het recht van de vrouw. Fascinerend interview.’ Robbert Blokland: ‘Puike journalistiek, die een poging om “cheap” te scoren hard onderuithaalt.’

De winnaar

De Sonja Barend Award ging voor het eerst naar Sven Kockelmann. Jordi Versteegden vindt het knap hoe de interviewer alles uit zijn hoofd doet. ‘Daardoor zit er geen afstand tussen vraag en antwoord en kan hij voortdurend reageren op wat Schoof zegt.’ Ghislaine Plag: ‘Sterk en scherp zoals we Sven kennen, maar in dit gesprek ook open en uitnodigend op zijn eigen manier.’

Aran Bade: ‘Door de minder scherpe opstelling van Sven, in een periode waarin Dick Schoof vooral tegengas te verduren kreeg, ontstaat een nieuwe dynamiek. Dit interview maakt Dick menselijker.’

Volgens Margreet Reijntjes slaat Kockelmann precies de juiste toon aan. ‘Daardoor is Schoof echt bereid eerlijk te reflecteren op zijn bewogen periode als premier.’ Tina Nijkamp: ‘Sven kan ook hier doorvragen als geen ander.’ Ron Vergouwen: ‘Boeiend gesprek met een man die voor altijd niet meer dan een – zeer opmerkelijke – voetnoot zal zijn in de Nederlandse geschiedenis.’ Ronald Giphart concludeert: ‘Kockelmann is Kockelmann, zoals alleen hij dat kan.’ (Jeroen Kleijne)

Vakjury

De volgende mensen hebben dit jaar plaatsgenomen in de vakjury:

Roos Abelman (freelance), Yasmina Aboutaleb (de Volkskrant), Roger Abrahams (VARAgids), Aran Bade (RTL), Sara Berkeljon (de Volkskrant), Mark den Blanken (AD), Mischa Blok (AVROTROS), Robbert Blokland (freelance), Maaike Bos (Trouw), Suzanne Bosman (EenVandaag), Lammert de Bruin (EenVandaag), Paul de Bruin (VARAgids), Siem Buijsse (de Volkskrant), Peter Contant (Max Magazine), Vincent Crone (Onder Mediadoctoren), Cisca Dresselhuys (freelance), Roelf Jan Duin (Het Parool), Linda Duits (freelance), Jessica van Geel (freelance), Tim Geurts (De Limburger), Ronald Giphart (KRO-NCRV), Bas Hakker (freelance), Guus Hetterscheid (freelance), Angela de Jong (AD), Astrid Kersseboom (NOS), Walter van der Kooi (De Groene Amsterdammer), Eva Koreman (VPRO), Lotte Krakers (de Volkskrant), Femke van der Laan (VPRO), Omar Larabi (freelance), Davy Leeuw (ANP), Paul van Liempt (freelance), Alex Mazereeuw (de Volkskrant), Chazia Mourali (freelance), Nick Muller (freelance), Tina Nijkamp (freelance), Zoë Papaikonomou (freelance), Guilliano Payne (NTR), Armando Pes Brouwer (freelance), Ghislaine Plag (NOS), Johan Reijnen (VARAgids), Margreet Reijntjes (freelance), Fanny van de Reijt (freelance), Daphne van Rossum (De Telegraaf), Saskia Smith (freelance), Willemijn Veenhoven (BNNVARA), Ron Vergouwen (freelance), Iwan Verrips (BNR), Jordi Versteegden (De Telegraaf), Roy van Vilsteren (VARAgids), Bemshi de Visser (BNNVARA), Maartje van Weegen (freelance), Jan Willem Wesselink (EO), Amber Wiznitzer (NRC), Mandy Woelkens (freelance), Elsemieke Wormhoudt (Veronica Superguide), Roeland van Zeijst (freelance) en Carl-Johan de Zwart (KRO-NCRV).

BNNVARA wij zijn voor