
Een nier gedoneerd: hoe ziet je leven er daarna uit?
© Darina Belonogova
Stel: je hebt een nier gedoneerd aan een bekende of onbekende. Je hebt nu nog één gezonde nier over. Hoe ziet je leven er dan uit? Spoiler: prima. Met één nier kan je gewoon een normaal leven leiden.
Na een nierdonatie heb je nog één gezonde nier. Die neemt een deel van het werk van de afgestane nier over. Je nierfunctie – het vermogen van je nieren om afvalstoffen en vocht uit je lichaam te verwijderen – blijft daardoor voldoende om gewoon verder te leven.
Als je hersteld bent van de nierdonatie, kun je je gewone leven weer oppakken. De meeste nierdonoren merken uiteindelijk geen verschil met de tijd dat ze nog twee nieren hadden. Sporten, reizen, werken: het kan allemaal. Je hoeft geen speciaal dieet te volgen en bent niet afhankelijk van medicijnen.
Een speciaal dieet is dus niet nodig. Wel is het extra belangrijk om goed voor jezelf en je overgebleven nier te zorgen. Een gezonde leefstijl helpt om je nier én de rest van je lichaam gezond te houden. ‘Maar je krijgt geen leefstijlprogramma mee', vertelt Mariette Kraayvanger, programmamanager bij de Nierstichting. ‘Je moet je nieren natuurlijk niet onnodig belasten, maar dat geldt eigenlijk voor iedereen.’
Ook als je je goed voelt, blijft het belangrijk om je nierfunctie in de gaten te houden. In het eerste jaar na de nierdonatie krijg je daarom een aantal controles in het transplantatieziekenhuis. Daarna wordt dat minder vaak. ‘Je krijgt het advies om standaard één keer per jaar voor controle langs te komen.’ Dit kan in het transplantatieziekenhuis of bij je eigen huisarts. ‘Je nierfunctie, bloed en urine worden dan gecheckt’, legt Mariette uit. ‘Dat is natuurlijk ook wel prettig, want zo weet je dat het – als het goed is – allemaal goed gaat.’
En goed om te weten: deze jaarlijkse controle gaat niet ten koste van je eigen risico. Je betaalt er dus niets extra voor. ‘Dat is gewoon nazorg’, aldus Mariette.
Er is altijd een kans dat je later in je leven zelf nierproblemen krijgt. Bijvoorbeeld door een ziekte of een ongeluk. Omdat je dan nog maar één nier hebt, heb je geen tweede nier die het werk kan overnemen. In het uiterste geval kan je daardoor afhankelijk worden van dialyse, waarbij een apparaat het bloed van afvalstoffen zuivert, of van een niertransplantatie. Mocht dat gebeuren, dan krijg je als nierdonor voorrang op de wachtlijst voor een nier van een overleden donor. Ook kan er worden gezocht naar een geschikte anonieme donor.
Juist omdat je na de donatie nog maar één nier hebt, is het belangrijk dat die nier gezond is en goed blijft werken. Daarom wordt vóór de nierdonatie uitgebreid onderzocht of het voor jou veilig is om een nier af te staan. Artsen kijken onder andere naar je leeftijd en gezondheid, hoe goed je nieren werken en of je extra risico loopt tijdens de operatie of later in je leven. Alleen als de risico’s zorgvuldig zijn afgewogen en je nieren goed functioneren, kan je nierdonor worden.
Thema's: