
‘Er zijn geen grenzen’. Dat was het jubelende verkoopmotto van vele aanbieders van mobiele telefonie tegen het eind van de vorige eeuw. Inmiddels klinkt die zin eerder dreigend dan hoopvol. We zijn definitief in de donkere fase van de globalisering beland. Meer dan ooit is er een wereldwijde afhankelijkheid ontstaan. De menselijke, ecologische of economische drama’s ver hier vandaan slaan vrij snel toe, ook hier in Nederland. Conflicten in andere regio’s zijn heden ten dage niet meer ver weg van onze straten noch van onze portemonnee. Emotioneel, sociaal, politiek, maar ook economisch wordt onze samenleving kwetsbaarder en sneller geraakt door wat zich buiten onze landsgrenzen afspeelt. Zie de polariserende impact van de bloedige Hamas-aanval van 7 oktober op Israëlische burgers en de genocidale oorlog van Israël in Gaza die daarop volgde op de sociale cohesie in Nederland. Zie de militarisering van de taal en het beleid van Nederland door de Oekraïne-oorlog. Zie de economische klap die er al is en nog harder zit aan te komen door de oorlog van Israël en Amerika tegen Iran.
Je zou denken dat het besef van wereldwijde onderlinge afhankelijkheid tot meer mondiale solidariteit leidt. Je zou denken dat onze toenemende kwetsbaarheid als land door de globalisering ook tot meer saamhorigheid onderling in Nederland leidt. Je zou hopen dat het meer tot ons doordringt dat “we are in this together”. Niets is minder waar.
Als er een patroon is dat tekenend is voor onze tijd, dan is het fragmentatie. Als ik in één woord de huidige ordening van onze sociale verhouding zou moeten vatten dan is dat woord: tribalisering. Werp maar eens een blik op onze splinternieuwe Senaat, het politieke instituut dat ons zou moeten behoeden tegen te veel waan van de dag in wet- en regelgeving: daar zetelt inmiddels door veel onderlinge partijruzies een recordaantal van twintig fracties!
Fragmentatie en tribalisering als interne oogst van het schaduwtijdperk van de globalisering dus. We waren ruim van tevoren hiervoor gewaarschuwd. In dezelfde jaren toen die ene aanbieder van mobiele telefonie jubelend met de vlag van grenzeloze globalisering zwaaide, waarschuwde Zygmunt Bauman ons in zijn boek Globalization: The Human Consequences (1998) voor de schaduwzijde van globalisering.
In dat boek en in zijn latere werk waarschuwde Bauman dat gobalisering uiteindelijk een happy few zou dienen en voor de grote groepen vooral veel sociale, culturele en economische onzekerheid en onrust zou betekenen. Een onrust en een onzekerheid die wanneer niet gezien, erkend en van een remedie voorzien, zou leiden tot het reactionaire verlangen naar tribalisering (nationalisme en fundamentalisme) dat gepaard gaat met een bijbehorende zucht naar een sterke leider. Een reactionaire reflex dus. Het motto “Make Amerika Great Again” is een ultiem bewijs van die theorie, en Trump de verpersoonlijking ervan, in een notendop.
Hoe komt het dat Bauman zo visionair kon zien wat ons te wachten zou staan en dat een doordenderende globalisering ons in dit donkere tijdperk zou brengen? Ik heb zo’n vermoeden dat het - naast het feit dat hij gewoon een kei van een socioloog was - ook te maken heeft met het feit dat hij een Holocaust-overlever was. Hij wist hoe radicaal de menselijke cultuur kan omslaan, eenmaal op drift geraak door turbulente tijden van verandering. Hoe een collectieve zoektocht naar zingeving en zekerheid in dergelijke tijden de massa speelbal van valse profeten kan maken en een tribale en agressieve overlevingsnatuur kan cultiveren.
Misschien kan ik mij meer dan doorsnee collega sociologen in Nederland met zijn op levenservaring geënte wijsheid identificeren, omdat ik als kind getuige ben geweest van een radicale revolutie in Iran en als jeugdige getuige van een van de langste loopgravenoorlogen van de geschiedenis heb meegemaakt (Irak-Iran 1980-1988).
In deze tijden van radicale verandering bevinden we ons opnieuw. Hier zijn we dus beland, in het door Bauman voorspelde schaduwtijdperk van globalisering. Wat te doen tegen deze ontwrichtende tijd?
Het woord weerbaarheid als remedie hiertegen is tegenwoordig vooral in zwang. Het verbaast mij niets dat bij het invulling geven van wat weerbaarheid zou moeten inhouden, als eerste en vooral wordt gedacht aan “concrete dingen”. Al vind ik sommige van deze concrete maatregelen behoorlijk discutabel. Of een Europese herbewapening voor meer vrede en veiligheid van ons continent gaat zorgen vraag ik me ernstig af. Dat we door meer eigen energie op te wekken minder afhankelijk zullen raken van fossiele energie elders vandaan en daardoor als samenleving meer weerbaar worden lijkt mij wel evident.
Maar over het herijken van de sociale weerbaarheid van de samenleving hoor ik vooralsnog bar weinig. Het onderschatten van het belang hiervan is alarmerend. Het riekt naar ontkenning. Dit nieuwe tijdperk en de in alle opzichten sterk diverser en individualistischer geworden samenleving vraagt om een nieuwe visie, nieuwe politiek en bestuurlijk leiderschap om een stevig sociaal weefsel te kunnen realiseren.
In het naoorlogse Nederland had de verregaande homogenisering van de natie – mede door het opzetten en uitbreiden van de verzorgingsstaat – gezorgd voor een stabiele en overzichtelijke democratische polder. Dat heeft lang gewerkt. Nog altijd lijkt men te willen leunen op dat succes en te hopen dat met het alsmaar vergroten van de uniforme greep van de systeemwereld op de leefwereld de sociale cohesie te kunnen behouden.
Maar helaas, in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Saamhorigheid cultiveren en sociale cohesie verstevigen in een klassieke natiestaat – een tamelijk gesloten (zuilen)systeem in een tamelijk voorspelbaar omgeving - is van een hele andere orde dan in een superdiverse samenleving varend op de onvoorspelbare oceaan van globalisering. Het vergt een andere grondhouding richting de sociale dynamiek van de samenleving en tegenover de wijdere wereld.
De nieuwe tijden vragen nieuwe leiderschapscompetenties. In de verhouding met de wijde wereld blijft degelijkheid en koersvastigheid in leiderschap van waarde, maar de alledaagse impact van globalisering doet een dringend beroep op andere leiderschapskwaliteiten, zoals snelle besluitvaardigheid en kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid. Een sterk moreel en strategisch kompas blijft van waarde maar ook improvisatievermogen wint terrein als leiderschapskwaliteit.
Aangezien interne diversiteit binnen de samenleving geen temporeel verschijnsel is maar een blijvend kenmerk van onze samenleving, vraagt dat ook de nodige vaardigheden van degenen die dat in goede banen willen leiden, hoe diversiteit te laten gedijen en inclusiviteit gestalte geven. Een orkest van vele soorten muzikanten en muziekinstrumenten vraagt een andere zienswijze van de componist en andere vaardigheden van de dirigent, om te zorgen dat veelstemmigheid geen wanklank wordt.
Inclusief leiderschap is een noodzakelijke voorwaarde om de sociale weerbaarheid van onze superdiverse samenleving gestalte te kunnen geven. Wat dit inclusief leiderschap precies moet inhouden en hoe je dat kunt leren, het gesprek hierover, laat staan de kennis en wijsheid om dit vorm te geven staat vooralsnog in de kinderschoenen in onze samenleving. Daar moet nodig verandering in komen en wel snel. De tijd dringt!
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.