Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Zo verdween bij de kiezers het vertrouwen in de politiek

Gisteren
leestijd 7 minuten
353 keer bekeken
ANP-300920227

Waarom heeft de burger steeds minder vertrouwen in de politiek? Volgens het laatst gehouden onderzoek is het vertrouwen in de politiek historisch laag.

Historisch laag geeft aan dat er sprake is van een trend. Maar welke trend? Die van de zwevende kiezers? De steeds groeiende afkeer? Zonder een inkijk in de politieke geschiedenis is het lastig duiden. Kiezersonderzoeken zijn, net als verkiezingen, momentopnamen die niets zeggen over de 'historie'.  En dat is een probleem want, wat is de achterliggende reden van het gebrek aan vertrouwen in de politiek?

Het is niet alleen stemgedrag
Studies door Stein Rokkan en Seymour Martin Lipset ( 1967), Arend Lijphard ( 1968), Otto Kirshheimer (1966) et al., hebben aangetoond dat er een oorzakelijk verband is tussen de ontwikkelingen van politieke partijen en burgerschap. Deze ontwikkelingen correleren met bepaalde historische gebeurtenissen zoals de Franse Revolutie, de Industriële Revolutie, de opkomst van het Marxisme, de Russische Revolutie, en de invoering van het algemeen kiesrecht aan het begin van de 20e eeuw.

Een kort overzicht:

1. Eind 17e, begin 18e eeuw; de politieke organisatie in West- Europa, de VS, en in delen van Zuid- Amerika (Uruguay, Argentinië, Suriname) begon met wat de politieke sociologie omschrijft als de kaderpartijen. Ik spreek liever over eerste generatie partijen (1G-partijen), omdat het gaat om rudimentair ontwikkelde, typische ideologisch liberaal-politieke organisaties van de bourgeoisie en de adel, die zich in groepen van gelijkgestemden en/of sociëteiten organiseerden en kandidaten rekruteerden voor het politieke ambt.

2. De opkomst van de tweede generatie, de 2G partijen, is het gevolg van de industriële revolutie en de gemobiliseerde arbeidersklasse die zich organiseerde in de massapartij; de massapartij is een ideologisch linkse partij die typisch bijeengehouden wordt door contributie en vrijwilligers. Behalve in Brazilië (de PT) en Suriname (SPA) komt dit prototype vooral voor in Europa. Ook de katholieke en protestantse kerken organiseerden zich in die dagen in grote massapartijen. Deze partijen zijn ook typisch Europees. Suriname is met de NPS en de PSV een van de weinige landen buiten Europa waar de kerken zich organiseerden in politieke partijen.  

3. Iets later in de 20e eeuw volgt de derde generatie, de catch-all  of paraplu-partij. Deze partij van de 3e generatie (3G) zat ideologisch typisch rechts van het midden en behartigde de belangen van de middenklasse en het midden-en kleinbedrijf. De catch-all partij is een typisch Europees verschijnsel: VVD, de Engelse Liberal Democrats, FPÖ en D66.

Begin jaren ’70, kwam de kentering toen de Westerse samenlevingen geconfronteerd werden met fenomenen als de zwevende kiezer, ontzuiling (Nederland), ontkerkelijking en veranderende waarden en normen. De bestaande massapartijen en catch-all partijen reageerden op deze rappe maatschappelijke veranderingen door zich te reorganiseren en door “hun ideologische veren af te schudden”. De geboorte van de kartelpartij, dus de 4e generatie (4G) politieke partij is niet het gevolg van een ideologische strijd en de daarmee gepaard gaande roep om organisatie. De opkomst van de kartelpartij was het gevolg van de eerder genoemde  maatschappelijke ontwikkelingen.

Ik zie de kartelpartij, in tegenstelling tot Katz&Mair (1995), als een hele nieuwe vorm van politieke organisatie; een radicaal antwoord op de secularisering, de ontideologisering, (in Nederland ontzuiling) en de opkomst van het fenomeen “zwevende kiezer”.  Een goed voorbeeld van een kartelpartij is de fusie van de confessionele partijen KVP, ARP en CHU tot het CDA.

De komst van de kartelpartijen vormt een kantelpunt in de politieke geschiedenis van vooral West- en Noord-Europa: 1) politieke partijen werden gereorganiseerd tot professionele organisaties zonder duidelijke ideologie, 2); de kernactiviteiten van de partij werden niet langer door de leden gefinancierd, maar typisch betaald met staatssubsidies, 3); de core business van de kartelpartijen was/is het organiseren van verkiezingen om de macht te verkrijgen en die te behouden.

De politiek werd niet langer beschouwd als een roeping. “In de politiek gaan” werd als een lucratieve carrière die de nodige status en respectabiliteit verschafte. (Kamerlid, minister. Commisaris van de Koningin, bestuurder, commissaris bij de KLM, baan bij de VN, baas van de NAVO).

Het neoliberalisme en de polder
Het zijn de kartelpartijen die zichzelf vanaf de jaren '70 positioneren als de vertegenwoordigers van de macht. Verkiezingsprogramma’s zijn niet langer de uitkomst van geaggregeerde wensen, maar de uitkomst van een veelheid van belangen die typisch gearticuleerd worden vanuit het maatschappelijke middenveld; VNO-NCW, lobbyclubs, multinationals en de vakbeweging. De kiezer is in dat scenario slechts een instrument.

In de jaren '80 doet het neoliberalisme als politiek-economisch gereedschap zijn intrede. Reaganomics in de VS. Thatcherisme in de UK. De Pentapartito in Italië. Het poldermodel in Nederland. Het poldermodel lijkt in vergelijking met de andere genoemde voorbeelden, een meer gematigde vorm van neoliberalisme waar de pijn zogenaamd verdeeld werd. Ik noem het Akkoord van Wassenaar . Loonmatiging, en arbeidsduurverkorting in ruil voor de belofte dat er niet gestaakt zou worden, op het moment dat er keiharde bezuinigingsmaatregelen door Lubbers I werden geïmplementeerd.

Als de jaren '90 aanbreken lijkt het even alsof het neoliberalisme vruchten afwerpt. Maar het aantal slachtoffers van deze harde bezuinigingsmaatregelen blijkt significant hoog. Hierbij keek ik niet naar wat het CPB, “de brede welvaart noemt”, maar naar kansengelijkheid , en de verdeling van het vermogen. Het blijkt dat WAO als een soort afvoerputje fungeerde, die de keiharde klappen van bezuinigingsmaatregelen absorbeerde. Nederland was ziek! Ruud Lubbers die in 1990 niet schroomde om de schuld van zijn keiharde bezuinigingen af te wentelen op de slachtoffers.

De ombuigingsoperatie van minister Kok (Financiën) begin jaren '90, betrof een dik pakket harde saneringsmaatregelen, die zorgden voor de verdere afbraak van de verzorgingsstaat en steeds verder toenemende invloed van de markt, ontwikkelingen die tot in het heden resoneren. Bijvoorbeeld, de PTT tot wat nu Post.nl heet, licht en het gas naar marktpartijen zoals Eneco en Essent vandaag, van gemeentelijke kabelbedrijven naar Ziggo en anderen.

Ondanks al deze draconische maatregelen groeide het vertrouwen in premier - de man -, Wim Kok, eerst als minister van Financiën onder Lubbers IV,  en vanaf 1994, als premier van Kok I. Wim Kok had, zo luidde het narratief, zijn ideologische veren afgeschud en werd om die reden vertrouwd door de kiezers ter linker- en ter rechterzijde.

Maar als Wim Kok aan het einde van Paars II zijn vertrek aankondigt en Ad Melkert op het sokkel hijst, komt de omslag en verdwijnt het vertrouwen van het electoraat.  De kiezer (maar ook een deel van de achterban van de PvdA) heeft niets met Ad Melkert. Te links. Te veel PvdA smoel. Schoolvoorbeeld van een apparatsjik. De crisis in de PvdA was de voorbode voor de politieke crisis die begin jaren 2000 begon en vandaag nog voortraast . Nederland had duidelijk meer met sterke partijloze leiders zonder duidelijke ideologie dan met politieke partijen. In dat opzicht is Wim Kok de eerste charismatische leider van Nederland. Hij was in staat om zonder de PvdA een verkiezing winnen. 

De 5G partij: radicalisering en veranderende attitudes
De opkomst van de 5G partij in het begin van de 21e eeuw heeft te maken met het feit dat de kartelpartijen niet in staat waren de almaar groeiende afstand tussen burger en politiek te overbruggen. Een ander probleem is dat het electoraat bereid was om te kiezen voor ondemocratisch alternatieven. De 5G partij is net als zijn voorganger 4G een goed-geoliede, elitaire organisatie, die continue bezig is met het verkrijgen of behouden van de macht.

De 5G partij heeft, net als de 4G partij, geen duidelijke ideologie. De partij positioneert zich als liberale hervormingspartij. Ze willen van de bureaucratie af. Argentinië, Javier Milei met zijn ¡A Fuera! kretologie, Trump met zijn Drain the swamp! retoriek. Ze prediken ongebreidelde marktwerking, geen overheidsinmenging in het privédomein, maar kunnen niets waarmaken. Er is geen agenda, er is alleen maar parlance, en het oprakelen van latente gevoelens van haat tegen andersdenkenden en anders-uitzienden.

De 5G partij is een radicaal, monolithisch bolwerk die de sociale media gebruikt om te communiceren met de achterban. Men staat 24 uur in contact met de achterban. Er wordt continue campagne gevoerd. De kiezer wordt gebombardeerd met catchphrases, onliners, en loze beloften. De 5G is een sekte schrijft Cushman (2024).

De 5G en 4G partijen zijn elkaars concurrenten. De politieke arena is veranderd in een battlefield vol boobytraps. In het VK kan er amper geregeerd worden. Keir Starmer moet al na 2 jaar het veld ruimen voor Andy Burnham. Labour is vreselijk bang dat Nigel Farage over drie jaar anders de verkiezingen wint. Bondskanselier Friedrich Merz is continue bezig is om de extreemrechtse AfD van zich af te schudden. In Frankrijk is Marine Le Pen de luis in de pels van president Emmanuel Macron. In Nederland is Dilan Yesilgöz van de VVD continue bezig met campagnevoeren, want ze wil de extreemrechtse kiezers paaien.

Er wordt  nauwelijks geregeerd in landen waar extreemrechts domineert of een electorale factor van belang is. Thema's als ongewenste buitenlanders of asielzoekers bepalen de politieke waan van de dag. En haast elk parlementair debat verzandt in oeverloos gekissebis.

Verdwenen vertrouwen
Waarom heeft de burger steeds minder vertrouwen in de politiek? En waarom is het vertrouwen historisch laag. Breed onderzoek in Europa laat zien dat onvrede van de kiezers vooral gaat over thema’s die te maken hebben met identiteit, anti-immigratie, globalisering en het establishment. Thema’s die niets te maken hebben met ideologie of burgerschap.

Burgers hebben steeds minder vertrouwen in de politiek, omdat de 4G  politieke partijen al bijna 60 jaar niet in staat zijn “to properly address life’s problems”. En om die reden is er geen synergie tussen de mensen onderling en de traditionele partijen. Om Georg Simmel te parafraseren er is geen 'web of group-affiliations'.

Ideologie is de lijm die politiek en mensen samenbindt, ze aanspoort tot burgerschap en politisering. En omdat die ideologie ontbreekt is er geen burgerschap. Is er geen politisering. En zonder burgerschap en politisering, is geen vertrouwen in de politiek.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor