Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

We dekoloniseren alles, behalve China

Vandaag
leestijd 4 minuten
912 keer bekeken
ANP-534869366

Door: Koen van der Lijn en Fresco Sam-Sin

We dekoloniseren wat af in Nederland. Toch hebben we die corrigerende bril niet op wanneer het Chinese geschiedenis betreft. Nederlands imperialisme in China is een blinde vlek en dat terwijl negentiende-eeuws Nederland honderdduizenden Chinezen voor Nederlands-Indië en Suriname heeft gerekruteerd, de zogenaamde ‘Biggenhandel’. Het was een beestachtig gebeuren. Daarvan was Nederland zich destijds doordrongen, van kabinet en Kamer tot krantenlezers.

Deze geschiedenis is vergeten. Wel over zijn ingesleten, koloniale stereotypen. China was zogenaamd zelfgenoegzaam en gesloten, wereldvreemd en hiërarchisch. Chinezen zouden daarom xenofoob, oppervlakkig en oncreatief zijn. Dat alles lag aan de keizer en Confucius. Honderdvijftig jaar verder is het denken, spreken en schrijven over negentiende-eeuws China weinig veranderd. Maar dat moet wel. Het examenprogramma als eerste, zo vinden wij.

‘China 1842-2001’ maakt deel uit van het examenprogramma geschiedenis. Schooluitgevers krijgen carte blanche om leergangen te schrijven bij de landelijk vastgestelde examenstof. Hoe je de stof formuleert of indeelt, is aan hen. Als de auteurs de mist ingaan, verschuift de verantwoordelijkheid naar docenten. Is er in die boeken dan veel krom om recht te doceren? Antwoord: ja.

Mythevorming
Als het om het Chinese keizerrijk gaat, is mythevorming niet ver weg. Uitgeverij Boom: “[China] is een land met een eeuwenoude cultuur die zich zelfstandig heeft ontwikkeld, zonder veel contact met de rest van de wereld.” Dat wil zeggen: tot aan 1842, het startjaar van de examenstof. Die keuze had niet eurocentrischer gekund. Na de bevolking aan opium verslaafd te hebben gemaakt (de VOC was overigens het voorbeeld voor deze strategie) drong het Verenigd Koninkrijk het “eeuwenoude keizerrijk China” binnen. Ongelijke verdragen volgden. Europa kreeg als eerste de “eeuwenoude cultuur” op de knieën. Maar dit beeld is onjuist.

Ook Samengevat, de compacte bundel waarmee veel leerlingen zich voorbereiden op hun eindexamen, benadrukt de continuïteit van het keizerlijke bestuur met “vijf dynastieën die het rijk bestuurden: Han, Tang, Song, Ming en Qing” en nuanceert “met tussen de regeerperioden van de dynastieën perioden van verdeeldheid.” Laten we hier ermee volstaan door te zeggen dat die Qing een niet-Chinese bezetter was die in 1842 al twee eeuwen controle over, onder andere, China had. Dat geeft een fundamenteel andere kijk op deze geschiedenis.

Veel aandacht gaat naar de negentiende eeuw, de tijd waarin imperialistische machten zoals het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk steeds dieper China binnendrongen. Uit de teksten rijst een beeld op van een arrogant China met een passieve bevolking, dat pas door de komst van de Europese mogendheden wakker wordt geschud. Boom wijt dit aan onderwijs: “Origineel denken werd niet beloond, integendeel: om de examens te halen, moest je de gedachten van Confucius precies volgen. Dit verklaart ook waarom veel waarde werd gehecht aan formaliteiten en aan vaak oppervlakkige beleefdheden.” Dit leest als een verzameling negentiende-eeuwse stereotypen.

Alle lesboeken houden vol dat China tot de negentiende eeuw geen interesse had in de buitenwereld en tot de opiumoorlog een eenheid was. Uitgeverij Walburg: “De Chinezen beschouwden China als het middelpunt van de wereld; vandaar hun eigen naam voor het toenmalige Chinese gebied: het Rijk van het Midden.” Onzin: ‘Rijk van het Midden’ (Zhongguo) werd, behalve door Europeanen, tot eind negentiende eeuw niet als synoniem voor China gebruikt. Maar los van deze taalzaken is in deze regio altijd levendig contact en handel geweest. En oorlog.

ThiemeMeulenhoff schetst een beeld van passieve, decadente machthebbers: “De keizer regeerde zijn immense rijk vanuit een luxueus paleizencomplex in Beijing.” In werkelijkheid heeft juist de Qing markten aangeboord, nieuwe gebieden veroverd, slaven gemaakt en verdeel en heers toegepast. Dit is in de geschiedschrijving over China genoegzaam bekend, maar nergens terug te vinden in Nederlandse lesboeken.

Waar is Nederland?
Waar is Nederland in de boeken? Nergens. Dat gaat ons als sinologen aan het hart. De opleiding sinologie in Nederland is namelijk ontstaan vanuit deze koloniale context: om taalkundigen op te leiden vanwege de Chinese bevolking in Nederlands-Indië. Die eerste sinologen speelden zelfs een belangrijke rol in het werven van honderdduizenden Chinese contractarbeiders die onder erbarmelijke omstandigheden te werk zijn gesteld in tinmijnen op Bangka-Belitung, tabaksplantages op Sumatra en suikerplantages in Suriname. Het voelt als een morele verplichting om het vertekende beeld van China bij te stellen, omdat het een erfenis is van ons koloniaal denken. En wie zou het anders moeten doen?

Het is niet te laat: momenteel vindt een herziening van het examenprogramma plaats. Hét moment om stereotypen en oriëntalistische perspectieven het raam uit te gooien. We kunnen een voorbeeld nemen aan de Chinezen op de plantages van Suriname: belanghebbenden hadden er destijds baat bij om Chinese contractarbeiders als dociel af te schilderen, maar de journalen van de gouverneur staan vol met voorbeelden van opstandige Chinezen die zich verzetten tegen de rechteloosheid op de plantages. In onze geschiedenisboeken verkopen we leerlingen een vertekend en verjaard beeld van het negentiende-eeuwse China, terwijl we al heel lang beter weten. Laten we ons daartegen verzetten.

Update: Malmberg en Noordhoff hebben inmiddels contact gezocht met Chinastudies in Leiden.

Koen van der Lijn is Sinoloog en onderzoeker aan Universiteit Leiden
Fresco Sam-Sin is Sinoloog, schrijver en recensent

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor