

In het bovenste deel van het plaatje hierboven lijkt het of de cirkels bolletjes zijn en in het plaatje eronder lijken ze hol, als een soort poffertjespan. Maar bekijk ze eens op z’n kop: dan is het omgekeerd. Wat eerst bol leek, wordt hol als je het plaatje omdraait en vice versa. Hoe kan dat?*
In feite kijk je naar een patroon van donker en licht in het platte vlak; daar voeg je zelf de diepte-dimensie aan toe, gebruikmakend van onbewuste kennis. We weten dat licht van boven komt, dus een lichter vlak aan de bovenkant (zoals bij het bovenste plaatje) wijst erop dat het om een bol gaat, terwijl een schaduw aan de bovenkant (zoals onderaan) bijna altijd een holling betekent: dat is de schaduw van het oppervlak daarboven.
We zien dus meer dan wat feitelijk waarneembaar is, doordat we onbewust zelf kennis toevoegen die we al hadden. Dat gebeurt bij de zintuiglijke waarneming zoals hier, maar ook bij andere soorten informatie. Denk aan de invloed van sociale media en reclame op onze meningen, voorkeuren, aankopen. Bijna iedereen denkt daar niet vatbaar voor te zijn (‘Ik let niet op reclame, ik koop gewoon bekende merken’), maar mensen weten helemaal niet wat precies de ingrediënten zijn die bijdragen aan hun beeld van bijvoorbeeld een product of een politicus. Informatie die ze al dan niet bewust hebben opgepikt, kan heel makkelijk hun verdere waarnemingen kleuren – net zo ongemerkt als bij de plaatjes hierboven.
Onbewuste stereotypen
In een klassiek experiment uit de jaren 40 werd een persoon die was omschreven als o.a. intelligent, ijverig en ambitieus, totaal anders beoordeeld wanneer daar ook de eigenschap warm bij stond dan met de eigenschap koud. De verschillende eigenschappen werken op elkaar in en kleuren elkaars betekenis. Evenzo wordt assertief, voortvarend gedrag van een vrouw anders waargenomen dan precies hetzelfde gedrag van een man. We kijken door de bril van sekse-stereotypen die al bestaan in onze cultuur, en dus in ons brein, en die kleurt wat we zien. Zoals we onbewust een dimensie toevoegen aan het plaatje van de ‘poffertjespan’, zo voegen we ook stereotypen toe aan onze indruk van een persoon.
Het verraderlijke is dat we ons hier zelf totaal niet van bewust zijn: als je in alle oprechtheid introspectie pleegt over hoe je beeld van iemand tot stand is gekomen, zie je geen enkel spoor van stereotypen of andere vertekeningen. Het voelt alsof onze indrukken en meningen gebaseerd zijn op wat feitelijk waarneembaar was (‘Ze dééd toch gewoon bitchy’). Dat komt doordat onbewuste informatieverwerking holistisch en associatief is. Je hebt een totaalbeeld en je kunt niet zeggen: nu haal ik de invloed van sekse eruit, of van die ene eigenschap (als je al zou beseffen dat die een belangrijke rol speelt).
Alles wat je weet over iets of iemand, al je eerdere waarnemingen en gevolgtrekkingen, wat anderen hebben gezegd, je bestaande kennis en vooroordelen: het is allemaal met elkaar vermengd tot een onbewuste ‘soep’ waarin je de verschillende ingrediënten niet meer kunt ontwarren. Van veel ingrediënten weet je al niet eens dát ze erin zitten. Bovendien hebben al die ingrediënten verbanden met elkaar gevormd, elkaar een smaakje gegeven, waardoor het geheel meer is dan de som der delen. Net als met echte soep kun je niet zeggen: oeps, er is te veel peper in gegaan, die haal ik er weer uit. De ‘peper’ is al vermengd met alles, heeft overal smaak aan gegeven.
Desinformatie: geen undo-toets
Bij het begin van de Oekraïne-oorlog zei oud-commandant Mart de Kruif: ‘Ik kijk pas naar beelden als ik zeker weet dat ze geverifieerd zijn.’ Er worden immers veel nepbeelden verspreid en hij wilde zeker weten dat hij daar niet door beïnvloed zou worden. Dat verbaasde sommige journalisten: je kunt er toch wel rekening mee houden dat het nep kan zijn. Ja, zo voelt dat voor onszelf, maar ik denk dat De Kruif hier gelijk heeft. Visuele informatie werkt sterk op het onbewuste systeem en kan, zonder dat je het beseft, verbonden raken met andere kennis en het totaalbeeld kleuren.
Zo kan je beeld van mensen en groepen, of je mening over onderwerpen in het nieuws, worden beïnvloed door desinformatie. De ‘onbewuste soep’-theorie verklaart waarom factchecks en correcties achteraf vaak niet helpen. Als je informatie opneemt, integreer je het in je bestaande kennis, verwachtingen, overtuigingen en voorkeuren, je hebt er ook gevoelens bij. Het hele bouwwerk van je ideeën wordt erdoor beïnvloed, je kunt dat niet meer ongedaan maken. Er is geen ‘undo’-toets in je brein.
Dit biedt m.i. een verklaring voor de onderzoeksresultaten in het proefschrift van Dian van Huystee (VU) die afgelopen week in het nieuws waren. Zij vond dat factchecks wel helpen om feitelijke onjuistheden te corrigeren, maar dat het wereldbeeld of de gevoelens over het betreffende onderwerp niet veranderen. Bijvoorbeeld: een hoog sterftecijfer van een ziekenhuis beïnvloedde de beoordeling van dat ziekenhuis, ook als mensen achteraf hadden gehoord dat het cijfer niet klopte.
Naar aanleiding van haar conclusies zei iemand van de week in het Mediaforum van Spraakmakers: ‘We hebben het factchecken nog niet goed in de vingers’. Ik vroeg me toen af: zouden we het ooit in de vingers krijgen? Ik vrees dat we niet tegen die soep op kunnen.
*De dots-illusie: Ramachandran, V. S., & Rogers-Ramachandran, D. (2008). Shading illusions: How 2-D becomes 3-D in the mind. Scientific American.
Dit artikel is deels ontleend aan mijn boek 'Mijn ego heeft altijd gelijk', hoofdstuk 1 over blinde vlekken en het onbewuste zelf.