Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

'Volksvertegenwoordigers' nemen de camperaar flink te grazen

Vandaag
leestijd 4 minuten
2133 keer bekeken
ANP-559225430

Op 12 mei werd een hoofdelijke stemming gehouden over een motie van de Kamerleden Dekker en Van Dijck, die voorstelden de verhoging van de camperbelasting terug te draaien. Camperbezitters werden namelijk vanaf 1 januari van dit jaar geconfronteerd met een stijging van 100 procent van de belasting om met hun huisje op wielen de weg op te kunnen.

Eigenlijk was een hoofdelijke stemming niet nodig geweest. Bij dit onderwerp was sprake van grote fractiediscipline. Rob, Dilan, Henri, Mirjam, Laurens, Esther en zelfs Jesse vonden zo’n asociale belastingverhoging blijkbaar terecht. Dat kunnen die kapitaalkrachtige boomers wel ophoesten, moeten zij hebben gedacht. Alle Kamerleden gehoorzaamden hun politieke leiders blindelings, als makke schapen. In hoeverre kun je ze nog volksvertegenwoordigers noemen? Ze vertegenwoordigen de camperaar in ieder geval niet.

Deze absurde, asociale belastingverhoging kwam voor velen hard aan en de vraag “Kunnen we dat nog wel betalen?” diende zich nadrukkelijk aan. Voor de meeste camperbezitters betekent dit dat zij zo’n € 1200 of meer per jaar extra moeten afdragen aan de Belastingdienst. Eerder had de BBB een motie ingediend om de belastingverhoging te beperken tot 40 procent van het zogenoemde ‘reguliere’ tarief. Beide moties werden helaas verworpen. Die van 12 mei werd met 91 stemmen tegen verworpen. Slechts 51 Kamerleden steunden de motie.

Een personenauto wordt in dat verband als regulier beschouwd. Op basis van het gewicht wordt de hoogte van de belasting vastgesteld: hoe hoger het gewicht, hoe meer belasting je betaalt. Een camper is veel zwaarder dan een personenauto en daarom is de belasting meestal ook veel hoger. Het verschil tussen een personenauto en een camper is echter dat je met een camper veel minder op de weg rijdt. Je gebruikt hem recreatief en niet dagelijks.

In de jaren zestig reden er in Nederland nog maar weinig mensen met een camper rond. Hier in de kuststreek zag je vooral Duitsers met hun rijdende huis. Zij noemden het een Wohnmobil of Reisemobil. Nederlanders vierden vakantie in een tent of caravan. Een camper was veel te duur in aanschaf en vooral in belasting. Daarom werd in de jaren zeventig de zogenoemde ‘zestigdagenkaart’ ingevoerd, waarbij de camperbezitter vóór het rijden een dag moest aankruisen. Alleen voor die zestig dagen werd belasting betaald. Zo werd de camper toegankelijk voor een grotere groep mensen die het anders niet zouden kunnen betalen.

60 dagen kaart

In 1994 besloot de regering deze kaart af te schaffen en het zogenoemde ‘kwarttarief’ in te voeren, waarschijnlijk omdat daarmee meer belastinggeld kon worden geïnd. Vanaf dat jaar kon men het hele jaar door gebruikmaken van de camper zonder voor de Belastingdienst al te diep in de buidel te hoeven tasten. De laatste jaren is het aantal campers in Nederland enorm toegenomen en dat was voor Haagse ambtenaren reden om de belastingdruk op camperaars flink op te voeren. Zij moesten meer gaan bijdragen aan de staatskas.

Welke argumenten voeren de Haagse rekenmeesters aan om deze verhoging te legitimeren? Zij beogen daarmee de belastingheffing meer op het niveau van de personenauto te brengen en het systeem te vereenvoudigen. Bovendien vinden zij dat de huidige campereigenaar zijn voertuig vaker en intensiever gebruikt dan voorheen. Ook wijzen zij op het grote gewicht van campers, waardoor wegen extra aan slijtage onderhevig zijn. De belastingverhoging is in hun ogen bovendien een logische stap richting de belastinghervorming van 2030, wanneer de campereigenaar zal gaan betalen naar gebruik. Kortom: de Haagse boekhouders willen naar eigen zeggen een belastingsysteem dat “eerlijker, eenvoudiger en toekomstbestendiger” is. Toch is het overduidelijk dat de verhoging vooral bedoeld is om meer belastinginkomsten te genereren.

Je kunt je afvragen wat de gevolgen zullen zijn. Zien we straks bijna alleen nog Duitse campers in de kuststreek, net als in de jaren zestig? Wordt een populaire vrijetijdsbesteding voor veel gepensioneerden met alleen AOW en een klein pensioentje moeilijk of zelfs onmogelijk gemaakt door deze nogal rigoureuze maatregel? Het is voorstelbaar dat iemand die op het punt staat een camper te kopen zich afvraagt of hij wel zoveel belasting kan of wil betalen. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die besluiten het dan maar niet te doen. In hoeverre zal de camperverkoop afnemen? En wat betekent dat voor de prijzen van tweedehands campers? Raken camperbedrijven hun occasions straks aan de straatstenen niet meer kwijt?

Wat kan de door de overheid in het nauw gedreven campereigenaar doen om de kosten te drukken? Nu de brandstofprijzen torenhoog zijn, kan een camperaar besparen door zo min mogelijk te rijden. Maar wie in Nederland blijft, wordt geconfronteerd met camperplaatsexploitanten die de prijzen de afgelopen tijd flink hebben verhoogd. Een prijs van zo’n € 25 per nacht of meer is geen uitzondering. Gratis staanplaatsen zijn er vrijwel niet meer. Dus rest vaak toch de uitwijk naar Duitsland, waar bovendien de diesel goedkoper is.

Om de kosten te verlagen zou je je camper kunnen schorsen. Als je dat doet voor de maanden november, december, januari en februari, scheelt dat al een aanzienlijk bedrag aan belasting. Veel camperaars zullen dat nu gaan doen. Het is maar de vraag of de impopulaire actie van de Haagse rekenmeesters uiteindelijk meer geld in het laatje van de staat zal brengen. In ieder geval hebben Rob, Dylan, Henri, Mirjam, Laurens, Esther en Jesse de camperaars financieel flink te grazen genomen…

Meer over:

opinie, campers, politiek
Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor