Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

U moet de groeten van Bijl hebben

Vandaag
leestijd 3 minuten
1237 keer bekeken
ANP-302104745

‘VAN DIT EN DAT EN VAN ALLES WAT’. “..Een geschikte titel, dacht ik, voor deze bundeling teksten uit haar nalatenschap”, zo schreef Berend Boudewijn in zijn inleiding. Dat werpt direct de verontrustende vraag op: Horen dergelijke privé-aantekeningen eigenlijk wel thuis in een ‘nalatenschap’? Is gedachtegoed wel te claimen door derden, als de schrijfster o.a. expliciet aan zichzelf schrijft; “..ja, ik schrijf het allemaal maar op, want later durf ik het mij nooit meer zo te herinneren”. Dit lijkt niet voor vreemde ogen bedoeld.

In hoeverre mag men iemands private zielenroerselen delen, en zeker als diegene deze in een dagboek heeft vastgelegd?

Dagboeken zijn vrijplaatsen, de aller-intiemste ruimte om eigen beslommeringen, verlangens en overpeinzingen op schrift te stellen voor niemand anders dan de eigenaar. Het is een papieren spiegel waarin men onbeschaamd en onbevreesd zichzelf kan zijn en nooit of te nimmer verantwoording aan de buitenwacht verschuldigd is.

Heft de dood van zo’n dagboekschrijver zijn of haar privacy op, en mogen ‘de erven’ die eventueel delen met derden? Publiceren zelfs..? Helemaal als het een publiek persoon betreft begeeft men zich hier op moerassig terrein. De inmiddels 90-jarige, gelauwerde regisseur Berend Boudewijn en echtgenoot van Martine Bijl, deed dat toch in 2021.                                    Twee jaar na haar overlijden.

De aanzet tot een roman of autobiografie is uiteraard onweerstaanbaar. Daar is gewikt en gewogen, daar zit al vergoten bloed, zweet en tranen in. Wellicht had de auteur zelfs de stille wens dat e.e.a. alsnog een postume uitgave zou billijken, waarom anders die manuscripten voor de naderende dood niet vernietigd? Een logische gedachtegang.                                                      Maar dan zijn daar ineens die e-mails (“Martine gooide het merendeel van haar e-mails weg - de gedachte aan een overvolle computer beviel haar niet..”. B. Boudewijn) en beginnen dagboek-aantekeningen over een tv-serie waar zij het script van vertaalde en zelf ook een rol in ging spelen (“Guus vd M., uitvoerend producent, loopt een enkele keer gewichtig door de studio, maar heeft duidelijk niet de geringste interesse meer” ).

Van dag tot dag, vers van de pen en vooral met alle verse, ongepolijste emoties daarin verwerkt. Woede, vlijmscherpe communicatie, zéer private gedachten en commentaren. Heel veel interne monologen; over mede-acteurs/-auteurs, producenten en verder over iedereen die bij de productie betrokken was, inclusief het klapvee; (“..ik denk ook vaak dat ik niet populair meer ben. Het is ook een tamelijk dom publiek. Ik hoorde tot mijn verbazing dat de mensen tien gulden betalen om hier bij te mogen zijn. Dat is toch eigenlijk wel een schande” ).                              

De schrijfstijl lijkt in niets op dat van haar overige schrijfsels zoals een verslag dat zij ooit schreef over de productie van haar toneelstuk, in opdracht van Het Parool. Eveneens een dag-tot-dagweergave van de werkelijkheid maar gepolijst en overduidelijk bedoeld voor het groot lezend publiek. Uiteraard (“Wat ze maakte moest het dilettantisme ontstijgen of moest binnenskamers blijven-letterlijk in haar geval”. B. Boudewijn).

Waarom zou men zich ook en plein public uitlaten over eigen kleine kring? Waarom de eigen glazen ingooien binnen de branche? Ook is het natuurlijk evident dat genoemde betrokkenen, na de dood van de schrijver, op z’n minst ongelukkig zullen zijn met de voorstelling van zaken ("..Wel heb ik hem in de paar maanden dat ik hem ken, van een opgewekte leuke kerel zien veranderen in een bleke oude draaikonterige zenuwlijder” ).

Waren al die personen nog aangeduid met hun initialen, in deze uitgave zijn alle Sylvia S.’s, Frans R’s, Julie H.’s, Kraaij’s en Joop’s eenvoudig te herkennen en te herleiden op de medewerkers aan dergelijke tv-productie.

Martine Bijl was als vertaalster ook zeer betrokken bij succesvolle musicalproducties als Aïda, The lion king en Billy Elliot. Met name haar aantekeningen van die dagen schetsen een pijnlijk en ontluisterend kijkje achter het keiharde internationale klatergoudwereldje van de musicalproductie.

“..zo mooi is het nou ook weer niet. Maar ja, als je Seth gewend bent”.

Pagina na pagina plukt de lezer, willens en wetens, de verboden vruchten van de boom der kennis. Verachtelijk sappige vruchten, maar met het plaatsvervangende schaamrood op de kaken.                                             

“Het is verzorgd en amusant genoteerd, hetgeen mij wel eens heeft verbaasd. Want waarom die moeite genomen voor een privédocument?” schreef Boudewijn tevens in zijn inleiding. In de vraagstelling geeft de meester hier eigenlijk zelf al het antwoord.

Meer over:

opinie, martine bijl
Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor