
Honderd jaar VPRO en een kijker.
Oorspronkelijk betekende de VPRO voor mij diepe verveling en ergernis. Op mijn kamer stond een schor middengolf radiootje van Philips, dat mijn ouders me gaven nadat ze voor de woonkamer een beter toestel hadden aangeschaft. Elke ochtend zette ik het toestel aan. Na het nieuws en de ochtendgymnastiek van Ab Goubits - "Dames en heren, staat U allen klaar", volgde een paar keer per week op de KRO een jeugdprogramma met als titel "De Douche", gepresenteerd door Wim Quint. Daar maakte altijd een hoorspel deel van uit, gebaseerd op Kuifje of Suske en Wiske. Ik lag daar echt op te wachten. Daarna begon de ellende. Eerst volgde een zemelende dominee. Als hij was uitgesproken improviseerde dr. Anton van der Horst op het orgel. Wat hij speelde viel volgens mijn vader in de categorie "zware muziek". Daar hadden wij thuis een hekel aan. We geloofden ook niet dat concertbezoekers echt genoten van wat zij te horen kregen. Zij gingen er heen omdat zij verbeelding hadden. Mijn vader deed wel eens na hoe zij zich in de zaal gedroegen. Hij keek dan op zijn horloge, kneep de lippen op elkaar en bewoog zijn hoofd van links naar rechts. Toch mochten mijn broer en ik van hem naar het gymnasium want hij vond ook dat nú, na de oorlog, de kinderen van de arbeiders ook mochten doorleren.
Als de laatste noot verklonken was, moest ik me snel aankleden om tijdig op school te zijn.
Gelukkig had de VPRO als kleine omroep maar weinig zendtijd. Dat was al zo sinds de oprichting in 1926. Het veranderde aanvankelijk niet toen een nieuwe wet het aantal zenduren van een omroep aan het ledental koppelde. De VPRO had er iets meer dan honderdduizend. Dat qualificeerde haar als een C-omroep. Die benaming zegt genoeg.
We konden - vonden wij thuis - als de VPRO op de televisie was, het toestel net zo goed uitlaten. Het gebodene was te nauw verwant aan de wereld van de zware muziek: Simon van Collem bijvoorbeeld over films die gewone mensen niet leuk vonden.
Nu, meer dan zestig jaar na dato bekijk ik op het internet het programmablad Vrije Geluiden van 28 mei 1960:
"Het zaterdag-avondprogramma wordt door de V.P.R.O. verzorgd en zal openen met de eerste aflevering van een filmserie "Oost-west" waarmee wij de kijkers in contact willen brengen met het leven in enkele landen van het Nabije Oosten. Deze eerste uitzonding is gewijd aan Iran, waar met welwillende medewereking van het keizerlijk hof een V.P.R.O.-filmteam opnamen werden gemaakt. Lien d'Oliveyra, die in de filmwereld geen onbekende is, heeft als eerste vrouw voor de Nederlandse televisie deze film gemonteerd, terwijl de Pakistaanse mevrouw Roshan Dhunjishoy, die tijdens de reis in het nabije Oosten chef d'equipe was, een belangrijk aandeel heeft gehad in de productie en presentatie van deze film. De tweede aflevering van deze filmserie, waarin wij iets zullen zien over leven en werken in Egypte zal op 11 juni a.s. worden uitgezonden. In "De Oude Draaidoos" zal Simon van Collem ons vervolgens een half uur bezighouden met Charlie Chaplin en Mack Sennett, welk laatste zoveel heeft bijgedragen tot het slagen van Chaplin als filmacteur. Daarna wordt voor de vrouw - maar niet voor haar alleen!! - een internationale modeshow op de beeldbuis gebracht waarin de mooiste creaties uit een aantal Europese modehuizen wordt getoond. Tot slot van dit gevarieerde programma zullen de spotlights gericht worden op de cabaretiere Maya Bouma, die enkele liedjes voor de kijkers zal zingen, begeleid door Harry Bannink en zijn solisten."
Hm, dat valt achteraf gezien nog wel mee. Misschien werd de familie wel te veel gedreven door het vooroordeel. Anderzijds: in die dagen plachten wij beelden van modeshows smalend te begroeten en cabaret was iets voor de lui die ook naar het concert gingen. En Simon van Collem is die avond 66 jaar terug ongetwijfeld met een doorwrocht betoog gekomen waaraan de fragmenten van Chaplin volstrekt ondergeschikt waren.
De VPRO, dat was niks.
Tien jaar later. Op de studentenflat. Elke zondagavond kwamen we bij elkaar in de afdelingskeuken om op een oude televisie de VPRO aan te zetten, want die was dan in de lucht. We bekeken de programma's van de eerste tot de laatste seconde want ze waren stuk voor stuk een verademening vergeleken met wat de overige omroepen te bieden hadden, deels met uitzondering van de VARA. Dat kwam omdat de jeugdrevolutie van de jaren zestig ook de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep had bereikt. De vrijzinnige dominees die tot dan toe hadden uitgemaakt wat er aan de ethergolven mocht worden toevertrouwd, waren verdrongen door jonge programmamakers die zich weinig aantrokken van de Hilversumse mores.
We zagen korte reportages over wantoestanden in het land die werden veroorzaakt door hardnekkige regenten. We zaten gekluisterd aan het toestel als in lange documentaires korte metten werd gemaakt met de historische mythes die het traditionele Nederlandse bestel schraagden. Bovendien was het genot de TV-kritieken te lezen van oud NSB-er Leo Riemens die in de Telegraaf zijn fiolen van toorn uitgoot over de VPRO. Kort gezegd kwam het erop neer dat Riemens de programmering een schande voor Nederland vond en een belediging voor gewone burgers, die na een dag hard werken recht had op de nodige ontspanning. Het was allemaal geweldig net als de vrijdagochtend. Dan maakte de VPRO een radioprogramma van vijf uur lang, heel onorigineel VPRO Vrijdag geheten. Daar verzuimde menig student zijn colleges voor want op de radio werd naar ons idee de waarheid verteld in een toon en een stijl die paste bij onze generatie. Ik wachtte altijd op de buitenlandse commentaren van dr. Anton Constandse. Dat was een oude vrijdenker en anarchist die eindelijk zijn scherpzinnige analyses van de machtsverhoudingen in de wereld onomfloerst naar buiten kon brengen. Hij deed dat in gebeeldhouwde zinnen. Hij was glashelder. Je had het er niet van terug.
Wie VPRO-fan was, las waarschijnlijk het weekblad Vrij Nederland dat de goegemeente wist te shockeren met onthullingen in lange doorwrochte artikelen.
Wij begrepen dat dit weekblad en de VPRO aan de goede kant stonden. We juichten alles onomwonden toe. Het idee dat de VPRO voor pretentie en verveling stond, was geheel weggevaagd. De omroep was een lichtbaken in een zee van wat de dichter Gerrit Komrij later "vertrossing" zou nomen. Dat kwam omdat niet alleen de VPRO maar wij op de studentenflat net zo goed een soort geestelijke revolutie hadden doorgemaakt. De taboes en de vanzelfsprekendheden van de jaren vijftig waren binnen een paar jaar weggevaagd. Het zuilensysteem was ingestort. Dat betekende een bevrijding niet alleen voor ons jongeren maar ook voor heel veel ouderen die merkten dat hun oude zekerheden knellende banden waren geweest. Ook daarom vonden we de VPRO ineens te pruimen.
Toch bekroop je soms het gevoel dat het gebodene niet allemaal even geweldig was. De eindeloze documentaires van Joris Ivens waren langdradige en kritiekloze lofzangen op het China van Mao Zedong. Er kwam geen einde aan. De maker zelf was een gedisciplineerd communist die gedetailleerd de partijlijn volgde. Wij begrepen echter dat de verveling en het onbehagen weroorzaakt werden door onszelf en niet door de geniale cineast. We waren om zo te zeggen nog niet ver genoeg om deze genialiteit op de juiste waarde te schatten. Datzelfde gold voor iconische shows uit de tweede helft van de jaren zeventig rond Fred Haché, Barend Servet en Sjef van Oekel. Deze types waren gecreëerd door Wim T. Schippers, een kunstenaar wiens eerste grote wapenfeit was een een zaal in het Amsterdamse Stedelijk Museum, die geheel was ingesmeerd met pindakaas. Ook met zijn TV-shows nam hij - althans ik kon mij moeilijk aan die indruk onttrekken - het publiek in de maling. Dat verhief de goedkope grappen en grollen van Schippers immers eerbiedig tot hogere kunst. In de tijd van Sjef van Oekel gaf ik les op een middelbare school. Op een zondagavond riep deze de gehele show uit "Pardon, rrreeds". Als een flits drong het tot mijn door dat de hele school gedurende minstens een week "pardon reeds" zou roepen. Het was duidelijk dat ik niet te lang voor de klas moest blijven staan omdat anders mijn geloof in het algemeen kiesrecht verloren zou gaan.
Maar zéggen: "We worden gewoon met zijn allen belazerd", dat durfde je niet. Dat liet je wel uit je hoofd.
In die dagen.
En nóg.
En toen kwamen Van Kooten en De Bie met het Simplistisch Verbond. Opnieuw zouden mij helse uren voor de klas wachten met de goegemeente die tot vert over velens toe "Simplisties verklaard" kakelde.
Honderd jaar VPRO. Het bovenstaande kwam bij mij op vandaag.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin, zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo'n schandelijke compensatie geboden wordt voor het toestaan van nieuwe winningen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: de manosfeer.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.