
De schijnwerpers staan deze week fel gericht op Washington. Na de ontvoering van de Venezolaanse dictator Maduro door de Amerikaanse strijdkrachten ging alle aandacht uit naar de Amerikaanse president Trump. De regering Trump liet het daar niet bij en sprak ook ferme taal richting landen als Colombia, Mexico en Groenland. De gebeurtenissen in de wereldpolitiek haalden logischerwijs de internationale voorpagina’s. Tijdens dit staaltje geopolitiek blufpoker gebeurde er op 5 januari ook iets wat het wereldnieuws normaal gezien niet haalt. De OESO publiceerde namelijk een rapport waarin de afspraken rondom Pijler 2, doorgaans ook wel de minimumbelasting genoemd, werden gewijzigd. Uit dit rapport bleek dat de Verenigde Staten een uitzonderingspositie hebben gekregen in Pijler 2. De stap waarover al een tijd werd gespeculeerd is nu ook daadwerkelijk gezet door de VS.
Pijler 2 is een initiatief vanuit de OESO waarin ruim 145 landen proberen om een minimumtarief van 15% over de winsten van grote multinationals in te voeren. In de jaren voor dit project raakten steeds meer landen namelijk verstrikt in de zogenaamde race to the bottom, waardoor grote multinationals steeds minder belasting gingen betalen. De bedrijven die in aanmerking komen voor Pijler 2 opereren in meerdere landen en hebben een jaarlijkse omzet van meer dan 750 miljoen. Dit zijn in de praktijk natuurlijk ook vaak Amerikaanse giganten zoals Google en Apple.
Deze maatregel kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Na jaren van overleg kwamen landen tot de conclusie dat Pijler 2 een belangrijke rol als waakhond moest gaan spelen in een breder pakket tegen belastingontwijking. Gaandeweg bleek deze waakhond al een paar kwaaltjes te hebben. Er was veel discussie over wetstechnische onderwerpen, de gekozen hoogte van het minimumtarief viel voor veel mensen tegen en de maatregel bleek toch wat minder waterdicht dan gedacht. Toch vond de minimumbelasting haar weg richting de wetgeving van veel landen en de discussie rondom dit onderwerp leek in rustiger vaarwater te belanden. Dit veranderde toen de regering Trump aan de macht kwam. De nieuwe Amerikaanse regering maakte gelijk duidelijk dat zij niet achter de maatregel stond en dat zij de afspraken snel wilde wijzigen. Die wijziging heeft nu dus ook plaatsgevonden waardoor de waakhond Pijler 2 als het ware is gemuilkorfd.
De Amerikaanse uitzondering komt voort uit de introductie van het zogenaamde ”Side-by-Side” systeem. Dit systeem werd samen met een aantal vereenvoudigingen van Pijler 2 aangekondigd in het rapport van de OESO. Dit Side-by-Side systeem is een veilige-havenmaatregel waardoor Amerikaanse multinationals ontkomen aan twee belangrijke regels (de IIR en UTPR) in het belastingpakket. Deze regels stellen belastingdiensten internationaal in staat om extra belasting bij te heffen wanneer (Amerikaanse) multinationals te weinig belasting zouden betalen.
Deze wijziging heeft grote gevolgen voor het hele project rondom Pijler 2. Veel van de multinationals die hiervoor in aanmerking komen zijn Amerikaans en ontspringen hiermee de dans, tot vreugde van de Amerikaanse regering. De Amerikaanse minister van Financiën Bessent verklaarde trots dat dit de goede stap was tegen buitenlandse inmenging in het Amerikaanse belastingsysteem. De andere landen die over dit rapport hebben onderhandeld komen toch enigszins tandeloos over. Veel landen lijken het risico van Amerikaanse handelssancties en het eventueel wegvallen van Amerikaanse militaire steun niet te willen lopen en zijn akkoord gegaan met dit pakket, ook al kan dit aanzienlijke budgettaire gevolgen gaan hebben. Over de exacte budgettaire gevolgen is nu helaas nog niet veel bekend. Al met al moeten zeker Nederland en de EU bij zichzelf te rade gaan waar zij nu naartoe willen in de strijd tegen belastingontwijking door Amerikaanse multinationals. Een ding lijkt daarin zeker: de weg van Pijler 2 loopt op dit gebied voorlopig dood.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.