
Legkip Veertje werd naar mij toegebracht door Madeleine. Tijdens het vangen van de kippen voor de slacht waar Madeleine in een stal toezicht op hield, had zij die nacht Veertje als een zielig hoopje ellende onder een stellage zien liggen. Madeleine kon het niet over haar hart krijgen om Veertje ook nog eens richting slacht te laten gaan. Toen ik Veertje van haar overnam en zag hoe erg ze eraan toe was, namelijk meer dood dan levend, zei ik tegen Madeleine: “Waarom heb je in godsnaam geen gezonde kip gered? Die heeft veel meer kans op nog een mooi leven!” Veertje was namelijk broodmager en had ondertemperatuur. Zij woog nog maar 800 gram, terwijl een normaal gewicht zeker het dubbele is. Veertje was een bottenkast, slap en er zat minimale levenswil in haar. Ik vroeg mij af waarom zij zo extreem mager was. Was dat omdat ze kanker had? Of omdat ze zo laag in de pikorde had gezeten, dat ze te bang was vanwege het gepest om vaak genoeg bij het eten te komen? Ik bracht Veertje gelijk in een hondenbench met stro, eten en drinken met boven haar hangend een warmtelamp. Ze kreeg de naam Veertje omdat zij bijna zo licht was als een veertje.
Die eerste dagen in de ziekenboeg waren heel kritiek. Zou Veertje het overleven? Maar binnen een week leek het goed te komen met Veertje dankzij de warmtelamp en dwangvoeding. Ze ging weer zelfstandig eten en haar levenslust kwam beetje bij beetje weer terug. Veertje voelde voor mij als een wonder. Al bleef het nog lange tijd spannend omdat Veertje toen het beter met haar ging opeens heel veel nieuwe veertjes kreeg, iets dat al haar energie opvrat. Maar nog geen maand later was Veertje 700 gram aangekomen en zat zij op het prachtige gewicht van 1,5 kilo! Ondertussen was Veertje overdag verplaatst naar een ruime kippenren in het zicht van de andere kippen buiten. Diverse keren probeerde ik Veertje na gewenning van een aantal dagen haar in de groep los te laten, maar Veertje was te bang en onderdanig en verkoos zodra zij kon vluchten de kippenren weer als veilige plek.
En toen kwam Durfal, een kuikentje van slechts een paar dagen oud, gebracht door de dierenambulance en gevonden in Amsterdam Oost op straat. Een piepklein kuikentje dat slechts 22 gram woog, vergelijk het met een paar stukjes chocola. Een kuikentje dat luidkeels aan één stuk door piepte omdat het een moeder miste en broertjes en zusjes. Het kuikentje werd gelijk in de ziekenboeg onder de warmtelamp gezet met een pluche knuffelkip erbij. Vanwege de wanhoop van het eenzame kuikentje, niet te geloven hoeveel kracht en geluid eruit zo’n klein dier kan komen, besloot ik samen met een vrijwilliger om te kijken of één van de kippen die buiten scharrelden de moederrol op zich wilde nemen. Met onze ogen voor het hok gedrukt stonden we bij iedere ontmoeting klaar om in te grijpen zodat het kuikentje er niet al te erg onder zou lijden. Vijf keer mislukte de match met een mogelijk aanstaande moederkip. En in die vijf keer kreeg het piepkleine kuikentje de naam Durfal. Want ondanks soms best onaardig pikgedrag van de hennen hield Durfal vol: het kuikentje wilde koste wat kost een moeder en liet zich niet ontmoedigen door knauwen en snauwen. Matchpoging zes was Veertje. Veertje werd in het hok gezet bij Durfal en keek ernaar of het kuikentje een wezen was van een andere planeet. Maar Veertje deed niets. Zachtaardig als zij was liet zij alle pogingen van Durfal om contact te zoeken en een pleegmoeder te vinden, gelaten over zich heen gaan. Uiteindelijk durfden wij het na vele uren toezicht aan om Veertje samen met Durfal de nacht door te laten brengen zonder enig toezicht.

Niets was mooier voor mij om de volgende ochtend het piepkleine kopje van Durfal onder de vleugel van Veertje te zien verschijnen. Veertje was pleegmoeder geworden! En Durfal had het belangrijkste gekregen wat een kuiken nodig heeft: een moeder. Ook Veertje was veranderd: zij blonk van zelfvertrouwen en genoot zichtbaar van haar rol als moeder. Durfal kroop over haar rug, onder haar vleugels en lijf en at samen met haar. Het was een prachtig gezicht hoe twee afgedankte dieren elkaar zo intens konden helpen. Wat Veertje aan Durfal gaf, kon geen mens haar nadoen. Veertje en Durfal ontroerden mij ieder moment dat ik hen samen zag en toverden een glimlach op mijn gezicht.
Maar zoals zo vaak in het leven duurt het mooie en fijne niet lang: Veertje kreeg een week na de ontmoeting met Durfal acute buikvliesontsteking doordat er een windei in haar buik terecht was gekomen. Medische hulp mocht niet meer baten en binnen een dag was Veertje overleden. Terwijl zij doodziek was, zat Durfal heel dichtbij haar en ook toen zij overleden was wilde Durfal haar niet verlaten. Durfal bleef zolang mogelijk onder haar al koude vleugel zitten….
Veertje werd begraven. Andere pogingen voor Durfal met mogelijke pleegmoeders mislukten. Ze deden niet aardig. Maar godzijdank werd ik drie dagen na Veertjes dood gebeld door Maxz die via de vogelopvang een piepklein gedumpt kuikentje had opgevangen dat gedumpt was op straat in Rotterdam en niet werd geaccepteerd door haar eigen kippen. Gelijk diezelfde dag hadden we geregeld dat dit kuikentje, dat al de naam Kroel had gekregen, naar Amsterdam zou verhuizen zodat beiden kuikens tenminste niet langer alleen zouden zijn.
Diezelfde avond gebeurde onder onze ogen de introductie tussen de kuikentjes Kroel en Durfal. Net zoals hoe Veertje had gedaan reageerde Durfal op Kroel alsof het een wel heel raar wezen was. Maar binnen een uur konden wij bij deze twee kleine kwetsbare wezentjes wel een heel moedige toenadering van beide kanten zien. Diezelfde avond laat werd het beslecht: hoe klein Durfal ook was, zij of hij nam de moederrol over op Kroel. Met beide vleugels spreidde Durfal zich over het lijfje van het een week jongere kuikentje Kroel die veilig en warm onder Durfal kroop. En sindsdien is het niet anders: waar DurfaL is, is Kroel en waar Kroel is, is Durfal. Vier lieve pootjes op één buik. Durfal bemoedert en beschermt en Kroel ontdekt de wereld onder scherp toezicht van Durfal.
Toen ze alle ellende doorstaan leken te hebben werden Durfal en Kroel beiden ernstig ziek. Ze plasten en poepten bloed en vooral Durfal leek eraan onder door te gaan. Met hulp van onze vogeldierenarts, vrijwilligers, medicatie, dwangvoeding, onderhuids vocht toedienen en de warmtelamp heeft Durfal het samen met de steun van Kroel overleefd. Durfal en Kroel zijn inmiddels weer gezond en gegroeid en nog steeds samen. Niemand die hen ooit nog uit elkaar haalt.
Waarom ik dit vertel? We redden met stichting Red een Legkip met onze opvangen enkele duizenden kippen per jaar. Een druppel op de gloeiende plaat als je bedenkt dat er ruim 600 miljoen kippen in ons land jaarlijks opgefokt en gedood worden. De meeste van hen zijn nog kuikens als ze geslacht worden. Maar ieder van die kippen die we redden en ook al die overige kippen die we niet kunnen redden hebben een eigen triest verhaal en een uniek karakter. Wat maar al te vaak niet gezien wordt. Ook heel veel kuikens worden ter vermaak uitgebroed middels een broedmachine en gedumpt of gedood wanneer het niet meer uitkomt. Allemaal dieren die als oud vuil worden behandeld maar je hart kunnen raken en ontroeren. Die allen het recht hadden op een eigen vrij leven, maar dat nooit kregen. Het verhaal van Veertje, Durfal en Kroel staat daarom niet op zichzelf. Het staat symbool voor alle kuikens die een moeder willen, alle kippen die willen blijven leven hoe uitzichtloos hun leven ook gemaakt is door ons mensen. Zie hen niet als een getal hoe onmetelijk groot het getal ook is, maar blijf hen als individuen zien. Geef hen in gedachten ieder een naam en het recht op vrijheid om kip te zijn!
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.