Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Straf alleen degene die de misdaad heeft begaan

Gisteren
leestijd 3 minuten
356 keer bekeken
ANP-359089861

"Tijdlijnen reconstrueren terwijl je in overlevingsstand zit? Voor mij was dat onmogelijk. Voor hen was het blijkbaar een gebrek aan medewerking", aldus een slachtoffer van seksuele uitbuiting. Slachtoffers van seksuele uitbuiting spreken zich niet uit. Niet omdat ze niets te vertellen hebben, maar omdat de drempel te hoog is.

We zien dit steeds opnieuw. Ook via berichten in de media. Onlangs werd het weer zichtbaar in een artikel van het Nederlands Dagblad, over de uitkomsten van het onderzoek door het Centrum Kinderhandel & Mensenhandel (CKM) naar aangiftebereidheid. Aan het einde van het verhaal staat een belangrijke vraag: ‘Waarom zijn slachtoffers zelf niet betrokken bij het onderzoek van het ministerie?’ Het antwoord is veelzeggend: ‘Er is geprobeerd contact te leggen via professionals. Maar er kwam geen reactie.’

Even los van het feit dat wij, via de Merel van Groningen Foundation, 27 slachtoffers hebben gesproken om te onderzoeken hoe aangiftebereidheid kan worden verhoogd en onze bevindingen hebben gedeeld, begrijpen we bij de Foundation heel goed waarom slachtoffers geen aangifte (durven) doen. We waren er per slot van rekening zelf een en staan nu anderen deskundig bij. Ook bij aangifte.

Slachtoffers spreken niet, omdat ze vaak hebben geleerd dat spreken niets oplevert. Of erger: dat het tegen hen kan werken. ‘Praten betekent slapen’. Hoewel we zien dat de politie zo zorgvuldig mogelijk wil werken, hebben veel slachtoffers helaas nog negatieve ervaringen bij het politiecontact. Tijdens intakes of verhoren voelen slachtoffers zich vaak niet begrepen. Soms worden slachtoffers nog benaderd alsof zij zélf verantwoordelijk zijn voor wat hen is overkomen. In plaats van erkenning ervaren zij twijfel. In plaats van veiligheid ervaren zij spanning.

Daar komt bij dat strafprocessen lang duren en zwaar zijn. Organisatorische knelpunten zorgen voor vertraging en onduidelijkheid. En ondertussen blijft de angst bestaan. Angst voor de dader(s). Angst voor het netwerk eromheen. Angst voor wat er gebeurt als ze wél spreken. Al deze factoren samen zorgen voor wantrouwen. En dat wantrouwen maakt de stap naar melden of aangifte doen groot. Soms te groot.

Bovenstaande signalen maken duidelijk dat de huidige werkwijze bij aangifte niet altijd aansluit bij wat slachtoffers nodig hebben. Niet bij hun tempo. Niet bij hun kwetsbaarheid. Juist daarom zijn we bij Merel van Groningen Foundation in 2019 gestart met het onderzoek vanuit de tool 'Straf alleen degene die de misdaad heeft begaan'. Niet om over slachtoffers te praten, maar met. Om vanuit hun perspectief te begrijpen wat er speelt. Waar lopen zij tegenaan? Wat maakt dat zij afhaken? Wat hebben zij nodig om wél te kunnen spreken?

Meerdere vertegenwoordigers hebben we de afgelopen tijd al over onze bevindingen en oplossingsrichtingen gesproken. Zodat beleid en praktijk beter aansluiten op de realiteit van slachtoffers. Want pas wanneer die aansluiting er is, ontstaat er ruimte. Ruimte om te spreken. Ruimte om gehoord te worden. Ruimte om stappen te zetten richting aangifte.

We geloven bij onze Foundation dat als deze werelden dichter bij elkaar komen er daadwerkelijk iets kan veranderen. Dat aangifte doen niet langer voelt als een extra last maar als een stap die gedragen wordt. Bovenal onze dank aan de slachtoffers die hun ervaringen hebben gedeeld voor ons onderzoek. Zonder hun stem, blijft dit verhaal onzichtbaar.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor