
Vooraanstaande coalitiepolitici durven niet te benoemen dat de aanslag met brandbommen op de asielopvang dinsdagavond in Loosdrecht extreemrechts was. Zo spreekt premier Rob Jetten (D66) op X van “een groep relschoppers”. En: “Je zorgen mag je uitspreken, altijd. Maar geweld gebruiken mag nooit.”
“Van onze hulpverleners blijf je af”, schrijft vicepremier Dilan Yesilgöz op hetzelfde platform. Dat de brandbommen waren gericht tegen vluchtelingen die in Loosdrecht werden opgevangen, laat de VVD’er onvermeld. Ze noemt het alleen “ontoelaatbaar” om een “pand met vuurwerk [te] belagen”.
Dat het ook anders kan laat oppositieleider Jesse Klaver (PRO) zien. “Dit is het gevolg van onafgebroken ophitsen door extreemrechtse groeperingen”, schrijft hij op Bluesky over het geweld. “Crimineel gedrag dat je niet af kan doen met zogenaamd ‘legitieme zorgen’. Het is een directe ondermijning van onze democratie. En bovendien levensgevaarlijk.”
Eerder deze week analyseerde de PRO-leider al hoe “politici die naar dit soort demonstraties komen om de boel op te stoken onderdeel [zijn] van het probleem”. In Loosdrecht sloten de afgelopen weken onder meer Lidewij de Vos, Mona Keijzer en Gidi Markuszower zich aan bij de protesten.
Rechtse politici hebben er al langer moeite mee om te benoemen uit welke hoek het gevaar komt. Na de extreemrechtse rellen vorig jaar in Den Haag zei Eelco Heinen (VVD) bijvoorbeeld direct dat het geweld “niks met politiek te maken” had. Zijn partijgenoot Foort van Oosten (destijds minister van Justitie) weigerde om geweldplegers die de Hitlergroet brachten neonazistisch te noemen. Pas nadat daar veel kritiek op was gekomen, veranderde hij van koers.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.