
Nederland is een democratische rechtsstaat, een die onder druk staat en er zijn genoeg slachtoffers van de Nederlandse politiek in de afgelopen decennia die daarover hun gerechtvaardigde twijfels kunnen hebben, maar we zijn het nog steeds. Ondanks een daling op de wereldranglijst van democratische rechtsstaten, staat Nederland nog in de top 10. Maar die democratische rechtsstaat is geen statisch gegeven, die is nooit af.
De twee woorden ‘democratische rechtsstaat’ zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een democratische rechtsstaat is een staat waarin mensen invloed hebben op de wetgeving en het bestuur van hun land, waarin ze fundamentele rechten hebben en waarin de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht van elkaar zijn gescheiden, zodat niet alle macht bij een instelling, functionaris of persoon samenklontert. Een staat waarin mensen recht hebben op een eerlijk proces bij een onafhankelijke en onpartijdige rechter, ook als ze tegen de overheid procederen en een staat waarin niet alleen de mensen, maar ook de overheid aan de wet is gebonden én een staat waarin de overheid niets mag doen zonder dat de wet daarvoor toestemming geeft, zeker als die overheid mensenrechten beperkt, het legaliteitsbeginsel. In een democratie zonder rechtsstaat is geen sprake van een ware democratie, omdat de rechten van minderheden niet zijn gegarandeerd en in een rechtsstaat zonder democratie is niet gegarandeerd dat machthebbers weer kunnen worden weggestemd.
De lijst aantastingen van de democratische rechtsstaat is schier eindeloos. Of het nu gaat over de slachtoffers van het toeslagenschandaal als gevolg van een racistische obsessie voor vermeende fraude of over de dodelijke push-backs door de Europese grenswacht Frontex waarvan Nederland als EU-lidstaat mede-opdrachtgever is. Over het aanmerken van een fictieve organisatie die tegen fascisme is als terroristische organisatie of over het inperken van het demonstratierecht dat al langer onder druk staat als de inhoud niet bevalt of via wetgeving, terwijl de wet al voldoende handvatten biedt om het demonstratierecht te reguleren.
Een zoveelste voorbeeld van de aantasting van de democratische rechtsstaat is de motie die de Tweede Kamer dinsdag 23 juni 2026 aannam waarin de regering werd opgeroepen het legaliteitsbeginsel te schenden en een uitspraak van de hoogste rechter te negeren. Screening van mobiele telefoons door de overheid zonder toestemming van de eigenaar schendt het recht op privacy van de eigenaar, of die nu inwoner is van Nederland of hier om bescherming vraagt. Zoals de meeste mensenrechten en grondrechten kan ook het recht op privacy worden beperkt, maar daarvoor is wel noodzakelijk dat er conform het legaliteitsbeginsel een wettelijke grondslag is. Omdat Nederland dit fundamentele recht in de Grondwet heeft vastgelegd, moet dat een wet zijn die door de regering en de Tweede en Eerste Kamer samen is vastgesteld na advies van de Raad van State.
Die wettelijke grondslag is er niet. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde meermaals dat de screening zonder toestemming van de eigenaar van de telefoon niet mogelijk is en de Inspectie Justitie en Veiligheid veronderstelt terecht dat toestemming vragen aan de persoon die asiel vraagt in deze situatie ook het recht op privacy schendt, omdat sprake is van een afhankelijkheidsrelatie tussen degene die asiel vraagt en de overheid. De kans is groot dat die persoon geen toestemming durft te weigeren uit angst geen bescherming in Nederland te krijgen. Zolang die wet er niet is, is screening van mobiele telefoons van mensen die in Nederland asiel aanvragen niet mogelijk.
Veel mensen zullen hun schouders ophalen; het gaat niet over mij, het gaat over ‘asielzoekers’. Of die zeggen dat de rechten van mensen die bescherming vragen minder belangrijk zijn dan het belang van nationale veiligheid, zoals ̶t̶e̶r̶r̶o̶r̶i̶s̶m̶e̶d̶e̶s̶k̶u̶n̶d̶i̶g̶e̶ opiniemaker Bart Collard op Wynia's Week de discussie verdraait. Er zullen ook mensen juichen omdát het over asielzoekers gaat. Het past in het kader van jarenlange ontmenselijking van mensen die bescherming vragen, de Ander.
Maar als de overheid zich niet aan de wet hoeft te houden en willekeurig uitspraken kan negeren van onafhankelijke rechters die de overheid aan de wet en aan de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat willen houden, dan raakt dat ons allemaal. Een beetje schending van grondrechten mag niet. De discussie is ook niet wiens rechten meer of minder belangrijk zijn. Als de overheid willekeurig kan bepalen of die zich al dan niet aan de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat houdt en of die zich al dan niet aan de wet houdt, dan bestaat die democratische rechtsstaat niet meer en evenmin nationale veiligheid, want in zo'n staat is niemand meer veilig. De Ander niet en wij ook niet.