
Het Huis Oranje-Nassau was "met overtuiging en zonder wezenlijke bedenkingen" betrokken bij het kolonialisme. Dat is de uitkomst van een drie jaar durend onderzoek naar de rol van de Oranjes in de koloniale geschiedenis van Nederland, tussen 1600 en 2025. Het onderzoek is gedaan op uitdrukkelijk verzoek van koning Willem-Alexander zelf.
Hoofdonderzoeker Gert Oostindie concludeerde bij de presentatie vrijdag:
"Alle stadhouders, koningen en koninginnen, althans tot en met Wilhelmina, waren overtuigd van de legitimiteit van het kolonialisme en het belang ervan voor Nederland. En al die Oranjes achtten koloniale oorlogvoering en gewelddadige onderdrukking van opstanden onvermijdelijk en gerechtvaardigd. Evenmin gaven de stadhouders en koning Willem I blijk van bezwaren tegen handel in slaafgemaakten of slavernij. Tot Juliana werd vanuit de paleizen van Oranje nooit kritiek geuit op het kolonialisme, nooit gepleit voor een andere koers. Er werd geen tegendraads leiderschap getoond."
Volgens de onderzoekers uitte het kolonialisme bij de Oranjes zich onder meer in het aanstellen van zwarte bedienden, het opbouwen van exotische collecties en het onderhouden van hiërarchische banden met vorsten in de koloniën. Dat gaf prestige, aldus Oostindie.
Volgens onderzoeker Esther Captain was er sprake van een façade van "zorgvuldig geregisseerde momenten van imperiale eenheid en loyaliteit aan het koningshuis", waarachter uitsluiting, ongelijkheid en verzet schuilgingen.
Kritiek op het koningshuis en "andere vormen van verzet in de publieke ruimte" werden vaak het zwijgen opgelegd, aldus Captain. Ze beschrijft dat veel mensen de symbolische daad van excuses voor het slavernijverleden kunnen waarderen, maar dat "deze gevolgd moet worden door het bestrijden van onrecht en ongelijkheden in het heden".
Koning Willem-Alexander noemde bij het in ontvangst nemen van het rapport de bevindingen van het onderzoek naar de rol van de Oranjes in de koloniale geschiedenis van Nederland "onverbloemd en indringend". Dat het aan tegendraads leiderschap ontbrak binnen zijn familie, noemde hij "schrijnend en confronterend".
Het Huis Oranje-Nassau heeft omgerekend bijna 576 miljoen euro verdiend aan de koloniale geschiedenis van Nederland. Vrijwel al dit geld, een kleine 566 miljoen, kwam uit het voormalige Nederlands-Indië, blijkt uit het onderzoek. De overige verdiensten kwamen uit het voormalige octrooigebied van de West-Indische Compagnie, namelijk West-Afrika en de Amerika's. Volgens het onderzoek werd er door de Oranjes vrijwel niets verdiend aan de trans-Atlantische handel in tot slaaf gemaakten en Caribische slavernij. Desondanks werd deze misdaad tegen de menselijkheid door het koningshuis wel "structureel ondersteund, gefinancierd en met militair geweld in stand gehouden".
In een interview met NRC laat hoofdonderzoek Oostindie optekenen:
Nu hebben we geen beleidsstukken gevonden van stadhouders en koningen die zeggen: we moet meer met de koloniën doen. Maar wel bewijs dat ze, als er ergens opstanden waren, zeiden: ‘Hard erop.’ Er is een veelzeggend citaat van Anna van Hannover, regentes en moeder van stadhouder Willem V, die tijdens een oorlog tegen de marrons zegt: ‘We moeten ze uithongeren en kapotmaken, vooral de vrouwen.’
„Koning Willem I had het opperbestuur, hij mocht alles beslissen. In zijn tijd wordt de slavernij in het Verenigd Koninkrijk afgeschaft. Hij had de mogelijkheid om te zeggen: dat moeten wij ook doen. Hij overweegt het geen enkele seconde. Koning Willem-Alexander heeft over de slavernij gezegd: ik schaam me ervoor dat mijn familie hier niets tegen heeft gedaan. Onze conclusie gaat een paar stappen verder. Het is niet zo dat ze niets hebben gedaan. Ze hebben het voortdurend met hart en ziel ondersteund.”
Met het verzoek om een onderzoek, evenals met eerder zijn uitgesproken excuses aan de nazaten van de slavernij, breekt koning Willem-Alexander duidelijk met zijn voorgangers, waaronder zijn moeder Beatrix. Zo meldt ANP:
Koningin Beatrix wilde dat het Nationaal Slavernijmonument in Amsterdam alleen het einde van de slavernij zou herdenken, niet de slachtoffers ervan. Dat schrijft historicus Gert Oostindie in het boek Van Willem de Zwijger tot Willem-Alexander. Hij kreeg daarvoor inzage in het Geheim Archief van het Kabinet van de Koning, waarin ook persoonlijke notities van Beatrix worden bewaard.
Volgens het boek eiste ze: "De onthulling zal in het teken staan van de bevrijding uit slavernij - géén herdenking van slachtoffers. Dit zal in de toespraken tot uitdrukking dienen te komen." Oostindie ziet in Beatrix' aantekeningen "een grote huiver voor sterke emoties: 'Geen kransleggingen - verkeerd symbool'. Ook schreef zij dat deze geschiedenis 'zo vreselijk dramatisch [wordt] beleefd'. Enkele uren voor de onthulling noteerde zij nog: 'Wij ernaar toe - excuses - Niet op ingegaan'."
Bron: ANP