Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

'Nuttige idioten', gebruikt door sluwe politici

Vandaag
leestijd 4 minuten
652 keer bekeken
ANP-558192439

Ik zag hem staan op televisie. Een man in Loosdrecht, opgewonden bijna, alsof hij eindelijk hardop mocht zeggen wat al maanden of misschien jaren in hem had zitten broeien. “Dit is nog maar het begin,” zei hij. “Het gaat nog veel erger worden.” En daarna, met een vreemde grijns: “Dat geweld? Dat vind ik geweldig.”

Hij sprak niet alsof hij het over een opvanglocatie had waar straks mensen slapen die op de vlucht zijn voor geweld. Niet over hulpverleners, agenten of brandweermensen die daar gewoon hun werk doen. Hij sprak alsof hij het over een wedstrijd had, over spektakel, over een avond waarop eindelijk eens iets gebeurde en waarin hij een hoofdrol had.

“De asielzoekers horen hier niet”, zei hij, “pas als ze allemaal weg zijn, wordt het weer rustig.” En ik dacht: nee, rust is hier allang niet meer het doel. Wat ik zag, herkende ik namelijk uit mijn werk. Ik werk al jaren met slachtoffers van psychisch geweld en dwingende controle, en dat begint niet met openlijk geweld. Het begint veel subtieler. Met sfeer, met spanning, met verhalen die zich eindeloos herhalen totdat ze onderdeel worden van iemands emotionele werkelijkheid.

Mensen komen stap voor stap in een klimaat van dreiging. Ze leren voortdurend anticiperen en de grens van wat normaal voelt schuift ongemerkt op. Agressie voelt eerst schokkend, daarna begrijpelijk en uiteindelijk bijna logisch. Dat proces begint meestal met taal. Met verhalen over vernedering en verraad. Met het voortdurende gevoel dat jou iets wordt afgepakt. Met het idee dat niemand je meer beschermt en dat gewone regels niet meer werken.

Ik zag een interview met Gidi Markuszower en hoorde hem binnen een minuut wel vier of vijf keer het woord “geweld” gebruiken tegenover een verslaggever. Geweld tegen Palestijnse vluchtelingen. “Maximaal geweld.” Hij herhaalde het woord zo vaak dat het bijna losraakte van betekenis en een soort permanente ondertoon werd, alsof geweld inmiddels gewoon hoort bij hoe we over politiek praten.

En daarna las ik een bericht van Mona Keijzer, die schrijft dat “sterke mannen” wel wat meer waardering verdienen en ondertussen de manosfeer romantiseert, een online cultuur waarin dominantie, vernedering en agressie steeds vaker worden verkocht als kracht en authenticiteit.

Apart van elkaar lijken het misschien losse momenten. Een uitspraak hier. Een filmpje daar. Een politicus die zegt dat burgers “zich moeten verzetten” tegen een “gewelddadige overheid”. Maar psychologisch functioneren zulke boodschappen niet los van elkaar. Samen vormen ze een emotioneel klimaat waarin angst, boosheid en vijanddenken voortdurend worden gevoed. En in dat klimaat stond die man in Loosdrecht.

Daar wordt het ingewikkeld, want natuurlijk is hij verantwoordelijk voor wat hij zegt en doet. Natuurlijk blijft iemand verantwoordelijk wanneer hij geweld verheerlijkt, anderen bedreigt of daadwerkelijk een vuurwerkbom naar een agent gooit. Dat mogen we nooit relativeren.

Maar ik zag ook iets anders. Ik zag geen man die machtig oogde. Ik zag iemand die volledig was opgegaan in een verhaal van dreiging, verlies en strijd. Iemand die zó lang had gehoord dat zijn land werd afgepakt, dat de overheid corrupt is, dat agenten landverraders zijn en dat hij zich daartegen moest verdedigen, dat geweld voor hem niet meer voelde als een grensoverschrijding, maar als een noodzakelijke reactie.

Dat is wat emotionele conditionering doet. Mensen gaan leven in een werkelijkheid waarin escalatie normaal begint te voelen en agressie betekenis geeft. Waarin “terugvechten” voelt als identiteit, als een heroïsche daad. En precies daarom kunnen de mensen onderaan de keten dader én slachtoffer tegelijkertijd zijn. Dader, omdat ze zelf keuzes maken en verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen gedrag. Maar ook slachtoffer, omdat ze langzaam gekneed worden in een emotioneel klimaat dat anderen bewust creëren.

De mensen die een vuurwerkbom gooien, een opvanglocatie in brand steken of geweld verheerlijken, staan meestal niet aan het begin van het verhaal. Ze verschijnen meestal pas helemaal aan het einde ervan. Je zou kunnen zeggen dat zij het vuile werk opknappen en daarom worden ze ook wel ‘useful idiots’ genoemd. Niet omdat ze dom of slecht zijn, maar omdat hun boosheid, angst en behoefte aan betekenis bewust worden bespeeld en gestuurd.

Aan het begin van dat verhaal staan andere mensen. Mensen met politieke invloed, grote sociale mediaplatforms en journalistieke aandacht. Mensen die heel goed begrijpen hoe je boosheid organiseert zonder ooit zelf een steen te hoeven gooien. Altijd nét binnen de grenzen van het juridisch toelaatbare en altijd met dat ene zinnetje erbij: “Natuurlijk bedoelen we het niet letterlijk zo.”

Maar ondertussen wordt de emotionele temperatuur van een samenleving wel iedere dag een beetje verder opgevoerd. En als geweld vervolgens uitbreekt, kunnen dezelfde mensen zich weer terugtrekken in de veilige positie van de commentator, geschokt over “de escalatie”, maar zelden over de maandenlange emotionele manipulatie die eraan voorafging.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor