Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Met name christelijke politici lijden aan feitenresistentie als het over sekswerkers gaat

Vandaag
leestijd 6 minuten
1626 keer bekeken
ANP-558076952

Dezer dagen debatteert de Tweede Kamer over prostitutie. Achtergrond daarvan zijn een aantal maatregelen die het kabinet Jetten in de pen heeft. Het is de bedoeling de minimumleeftijd voor het verkopen van seksuele contacten van achttien op eenentwintig jaar te brengen. Jezelf laten doodschieten mag wel want vanaf je zeventiende kun je al dienst nemen bij de strijdkrachten.

Bovendien komt er een wet die het gemeentes gemakkelijker moet maken de prostitutiebranche te controleren. Een Wetsvoorstel Gemeentelijk Toezicht Seksbedrijven (WGTS) geeft gemeentes de mogelijkheid sekswerkers met naam en toenaam te registeren. Dit in het kader van de handhaving.

“Een derde punt is dat het kabinet zich blijft inzetten voor het versterken van de rechtspositie van sekswerkers”, zegt het bericht van de rijksoverheid. Wat wil onze kordate regering? Men gaat in gesprek met de betrokken partijen. De sekswerkers krijgen dus voorlopig geen betere juridische bescherming maar wel het gebruikelijke geouweteringhoer. Het is maar de vraag of ze daar aan mee mogen doen. Traditioneel wordt sekswerkers zelf niets gevraagd.

In het Kamerdebat zal Mirjam Bikker, voorzitter van de CU-fractie, een hoofdrol spelen. Zij zou zelf haar seksuele gunsten nooit voor geld verkopen en nu vindt zij dat dit eigenlijk voor alle vrouwen in Nederland zou moeten gelden. Daarom is zij een groot voorstander van die verhoogde leeftijd naar 21 jaar. Ze denkt jonge vrouwen daarmee te beschermen. Vandaar ook dat zij bezoekers van jongere sekswerkers strafbaar wil stellen. Het is hun verantwoordelijkheid als klant de leeftijd te controleren van vrouwen die zich aanbieden.

Dit heeft zeer sterk met haar geloof te maken. De vereerders van de ene mannelijke God/Allah, de christenen, de moslims en de joden, hebben heel vaak moeite met ongereguleerde seks, die plaatsvindt buiten een erkend huwelijk. Dat heeft in de grond met het particulier bezit en het erfrecht te maken in een patriarchale samenleving. Het hoofd van het gezin wil de garantie dat het erfgoed naar een nazaat gaat en niet naar een kind dat door een ander is verwekt. Omdat God de uitvinding van de DNA-test tot diep in de twintigste eeuw heeft uitgesteld, kon dit alleen maar door de seksuele activiteiten van vrouwen te controleren. Vandaar dat hun bewegingsvrijheid wordt beperkt en ze vaak ook nog allerlei kledingvoorschriften krijgen opgelegd. Die zouden er volgens mannen voor moeten zorgen dat zij er niet te verleidelijk bij lopen. Dit zou dan allemaal volgens Gods/Allah’s wilsbeschikking zijn.

Overigens hebben de aanhangers van de ene God dit niet zelf geïntroduceerd. Deze vorm van vrouwenonderdrukking bestond al veel langer.

Paradoxaal genoeg kennen door het geloof in deze God getekende samenlevingen een uitgebreide prostitutie, meestal ondergronds en ook nog eens gedoogd zolang het maar uit het zicht blijft.

Dit complex van opvattingen verhindert dat er op een normale manier op grond van wetenschappelijke inzichten en uitgaand van de vrijheid van het individu wordt nagedacht over sekswerk. De overleden secretaris van de sekswerkersvakbond De rode Draad, Sietske Altink, noemde dit feitenresistentie. Daaraan lijden in Den Haag met name christelijke politici.

Wat zijn dan de feiten?

Prostitutie bestaat al duizenden jaren. De oorsprong verliest zich in de mist der tijden. Het wordt echter als een eerloos beroep beschouwd. Dat komt door dat erfrecht. Een en ander deelden sekswerkers heel lang met toneelspelers, circusartisten, zangers, dansers en prijsvechters. Nog steeds krijg je moeilijkheden als je er voor uitkomt dat je geld vraagt voor je seksuele diensten. Dat levert bijvoorbeeld gelazer op met banken. Zie ook de morele veroordeling door Mirjam Bikker.

Voor die eerloosheid bestaat geen enkele objectieve reden. Iedereen hoort het recht te hebben zelf de voorwaarden te bepalen op grond van welke men seksuele diensten wenst te verlenen. Daar gaat niemand anders over.

Het probleem is dat dit recht niet of nauwelijks wordt gehandhaafd. Je kunt door anderen - pooiers, mensenhandelaren - gemakkelijk tot het verkopen van seks worden gedwongen waarna zij de revenuen ervan genieten en jij maar een schijntje krijgt. In de praktijk kan de politie hier weinig tegen uitrichten. De pakkans is te gering. Het ziet er niet naar uit dat - hier in Nederland bijvoorbeeld - de politiecapaciteit wordt uitgebreid. Sekswerkers kunnen moeilijk de hulp van handhavers of andere ambtenaren inroepen om hun rechten te garanderen. De kans is te groot dat hun werkplek gesloten wordt.

Dáár gaat het debat in de Tweede Kamer helemaal niet over. Wel over registratieplicht voor beoefenaren van een beroep dat door de goegemeente nog steeds als eerloos wordt beschouwd.

In 1911 zorgde in Nederland de katholieke minister Edmond Robert Hubert Regout ervoor dat het gelegenheid geven tot prostitutie verboden werd. Daarnaast nam hij nog andere maatregelen die vooral bedoeld waren om LHBTIq+-mensen te criminaliseren.

In de praktijk werden bordelen echter gedoogd zo lang ze maar in bepaalde door de gemeente aangewezen straten en wijken gevestigd bleven. Ook eenpitters in de branche aan huis werden meestal geen hinderpalen in de weg gelegd.

In 2000 werd in Nederland het bordeelverbod geschrapt. Sindsdien geldt de prostitutie als gelegaliseerd maar in de praktijk is het tegendeel in geval. Gemeentebesturen konden de branche nu reguleren en dat deden ze bijzonder ijverig. Er werden tal van voorschriften uitgevaardigd waaraan bordeelhouders zich moesten conformeren. Die hadden vooral met de inrichting, de hygiëne en de veiligheid te maken, zelden of nooit met de bescherming van de sekswerkers. Zo kregen de gemeentes tal van handvatten om bordelen te sluiten en sekswerkers het leven zuur te maken.

Ook namen ze prostitutie in bestemmingsplannen en vergelijkbare documenten op. Sekswerk werd dan in vrijwel de hele gemeente verboden. Sindsdien lees je regelmatig berichtjes over hoe burgemeesters in een woonwijk huizen sluiten omdat er door handhavers sekswerkers waren aangetroffen. Meestal staat daar dan een zinnetje bij over mensenhandel maar je leest vervolgens zelden hoe zulke handelaars zijn ingerekend. Een en ander wordt begeleid door gejammer en geklaag over het gegeven dat sekswerkers geen aangifte durven te doen van uitbuiting. En ja, dan staan de politie en het openbaar ministerie met lege handen. Gelul natuurlijk want een officier van justitie mag bij voldoende verdenking zelf beslissen iemand te vervolgen. Die hoeft helemaal niet op een aangifte te wachten. 

De voorgestelde maatregelen van de regering maken deze situatie alleen maar erger. Dat komt door de religieus geïnspireerde feitenresistentie.

Het grote probleem in de gewraakte branche is dat sekswerkers in de praktijk weinig of geen rechten hebben. De overheidsregulering op nationaal en lokaal vlak werkt dat extra in de hand.

Discriminatie van sekswerkers, bijvoorbeeld door banken die moeilijk doen over rekeningen, leningen en hypotheken, hoort te worden verboden. Zelfstandige uitoefening van het beroep, bijvoorbeeld aan huis, dient te worden toegestaan en bevorderd. Daar moet je niet moeilijk over doen net zomin als dat gebeurt met boekhouders of verzekeringsagenten die vanuit huis functioneren. Sekswerkers die worden uitgebuit of tot hun werk gedwongen, krijgen bescherming van de autoriteiten. Die zorgen ervoor dat zij hun beroep in vrijheid kunnen uitoefenen. Tegen mensenhandel en gedwongen seks wordt streng en actief opgetreden. Men gaat achter de daders aan terwijl de sekswerkers niet worden gehinderd bij de uitoefening van hun beroep.

En als de Mirjam Bikkers van deze wereld daar bezwaar tegen hebben, dan gaan ze maar in de prostitutiezones evangeliseren. Dat is hun goed recht. Niet het frustreren van mensen wier gedrag zij moreel veroordelen.

Hoe dan ook, als de plannen van de regering tot uitvoering komen, wordt het leven voor de sekswerkers alleen maar lastiger en gevaarlijker. Zij zijn het kind van de rekening, niet degenen die hen onderdrukken.

Het bovenstaande gaat net zo goed op voor de online seksbranche.

Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo’n schandelijke compensatie geboden krijgt voor het toestaan van nieuwe winningen.

Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: vermogensbelasting.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor