
Twee weken lang heb ik niet geschreven. Dat gebeurt niet vaak, want meestal is er altijd wel iets dat zich opdringt. Iets dat schuurt, iets dat wringt, iets waarvan je denkt: hier moet ik iets mee. De afgelopen weken was dat er ook, misschien wel meer dan anders, maar toch bleef het stil.
Dat kwam niet doordat de wereld ineens minder luidruchtig was. Integendeel. De oorlog in mijn thuisland kwam na veertig dagen onverwacht tot stilstand, met een staakt-het-vuren dat voor het eerst iets in zich draagt wat lijkt op een begin van iets duurzamers. Je zou denken dat dat rust geeft, dat je niet meer elke ochtend automatisch naar je telefoon grijpt om te zien of er nog leven is, of je via sociale media nog iets kunt herleiden over hoe dichtbij het geweld is gekomen. Maar zo werkt het niet. Want die veertig dagen laten zich niet wegdrukken door één aankondiging. 8.600 luchtaanvallen, duizenden doden, miljoenen mensen op drift — dat verdwijnt niet omdat er even niet geschoten wordt.
En terwijl het geweld stopt, blijven de analyses binnenkomen. Over de Straat van Hormuz, over hoe het regime er eerder sterker dan zwakker uit is gekomen, over hoe een conflict dat bedoeld was om druk uit te oefenen uiteindelijk vooral heeft blootgelegd hoe kwetsbaar de wereld zelf is. En misschien nog wel pijnlijker: dat de wereld ook heeft kunnen zien dat een oppositie van miljoenen mensen in diaspora nauwelijks gewicht in de schaal legt. Dat iemand als dhr. Ellian, onze rechtsgeleerde die inmiddels al ruim een maand bezig is met het berechten van “de boeven” als lid van de ‘Commissie voor de Ontwikkeling van Regels voor Overgangsrecht’, in de praktijk vooral laat zien hoe weinig dat allemaal voorstelt. Het klinkt indrukwekkend, het oogt daadkrachtig, maar uiteindelijk voegt het weinig toe behalve nog een regel op een cv dat toch al losgezongen lijkt van de realiteit.
Het zijn observaties die blijven hangen, juist omdat ze moeilijk te negeren zijn. Maar ook dat was niet de reden dat het stil bleef.
De Nederlandse politiek bood ondertussen meer dan genoeg aanleiding om wél te schrijven. Een minderheidskabinet dat steeds meer lijkt te overleven in plaats van te regeren, een Eerste Kamer die zich nadrukkelijker mengt in politieke afwegingen dan haar lief zou moeten zijn, plannen die stranden en vervolgens worden ingeruild voor nieuwe aankondigingen waarvan je je afvraagt wat er uiteindelijk van overblijft. De recente noodmaatregelen rond energie- en brandstofprijzen zijn daar een goed voorbeeld van: veel woorden, weinig richting en vooral weinig resultaat. Als de meest concrete maatregel die overeind blijft uiteindelijk een verhoging van de onbelaste kilometervergoeding is — van 23 naar 25 cent, en dan ook nog betaald door de werkgever — dan zegt dat eigenlijk alles over hoe beperkt de slagkracht van dit kabinet op dit moment is. Normaal gesproken zou dat genoeg zijn om de pen weer op te pakken.
Maar het zat ergens anders.
De reden dat ik twee weken niet schreef, was dat ik een van mijn beste vrienden verloor. Pieter werd 54. We leerden elkaar kennen tijdens onze tijd in Wageningen, in de practicumzalen waar vriendschappen vaak achteloos beginnen en later, zonder dat je het doorhebt, iets blijvends worden. We werden kamergenoten als collega’s, en ergens onderweg ontstond er een band die niet afhankelijk was van hoe vaak je elkaar zag, maar die er gewoon was.
Pieter was direct, op een manier die je tegenwoordig bijna moet toelichten. Hij zei wat hij dacht, tegen iedereen, ook tegen mij en mijn vrouw, en dat was niet altijd comfortabel. Maar het kwam nooit voort uit behoefte om gelijk te krijgen; het kwam voort uit betrokkenheid. Hij vond dat je elkaar serieus moest nemen, en daar hoorde eerlijkheid bij, ook als die even schuurde. Dat maakte hem soms confronterend, maar altijd oprecht.
Wat mij het meest bijblijft, is niet eens wat hij zei, maar wat hij bracht. Pieter leefde dertig jaar met MS, en wie dat opschrijft, doet al snel alsof dat een gegeven is, iets dat je even benoemt en daarna weer loslaat. Maar het bepaalde zijn leven, elke dag opnieuw. En toch was hij degene bij wie je wegging met meer energie dan waarmee je kwam. Hij keek niet naar wat niet meer kon, maar naar wat er nog wél mogelijk was, naar plannen, naar dingen om naar uit te kijken. Dat was geen naïviteit, maar een bewuste keuze, en misschien juist daarom zo indrukwekkend.
De afgelopen weken merkte ik dat alles wat normaal gesproken urgent voelt — politiek, analyses, het voortdurende duiden van de wereld — ineens iets naar de achtergrond schoof. Niet omdat het er niet meer toe doet, maar omdat er momenten zijn waarop iets anders zich nadrukkelijker opdringt. Iets dat zich niet laat samenvatten in standpunten of argumenten, maar er gewoon is en ruimte inneemt.
Er wordt vaak gezegd dat schrijven helpt om gedachten of emoties een plek te geven. Ik heb dat altijd met enige scepsis bekeken, misschien omdat het te makkelijk klinkt als verklaring voor waarom we doen wat we doen. Maar de afgelopen twee weken begon ik te begrijpen dat er toch iets in zit. Niet omdat het iets oplost, maar omdat het dwingt om stil te staan, om niet meteen door te gaan naar het volgende onderwerp of de volgende verontwaardiging.
Dus dit is zo’n column geworden. Niet alleen over de wereld, niet alleen over politiek, maar ook over iets dat daar los van staat en er tegelijkertijd dwars doorheen loopt. Pieter speelt daar een rol in, onvermijdelijk eigenlijk, omdat hij me de afgelopen jaren vaker perspectief heeft gegeven dan menig debat of analyse ooit heeft gedaan.
En terwijl ik de afgelopen dagen luisterde naar het bekende politieke rumoer uit Den Haag en de grotere woorden uit Washington, moest ik af en toe denken hoe hij daar naar zou hebben gekeken. Ik vermoed vrij nuchter, misschien een tikje ongeduldig, en waarschijnlijk met de neiging om het terug te brengen tot de kern. Pieter was bovendien een trouwe lezer van Joop.nl, en ook van mijn columns daar. In die zin ben ik niet alleen een vriend kwijtgeraakt, maar ook een lezer die altijd precies wist waar hij het met me eens was — en vooral waar niet.
Misschien is dat wat we af en toe missen. Ik wens het Witte Huis meer mensen zoals Pieter. En Den Haag ook. Misschien dat er dan iets minder gepraat wordt — en iets meer begrepen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.