
Een vriendin van mij was gister bij me langs. Op mijn terras dronk zij een glas heet water zonder toevoeging, en ik een glaasje witte wijn met veel ijsblokjes erin. Het was een zwoele Amsterdamse avond. Een plotse regenbui heeft vele hete gemoederen afgekoeld. De blote benen van mijn vriendin hebben we warm gekregen met mijn dekens. Ik keek naar haar, en naar haar hele vertoning.
"Wat zijn we toch anders!" Zij is slank en klein. Ik niet. Zij verplaatst zich door onze stad middels skeelers. Ik kan niet zonder mijn afgeleefde auto. Zij is een filmmaker. En ik een maatschappelijke werker, plus een kroegbaas. Zij heeft blauwe ogen, en ik een mix van groen en braun.
Mijn grijze haren verbergen de gerimpelde nek van mij. Haar haren schitteren nog, alsof zij, anders dan ik, het jeugdige tijdperk nog niet achter zich heeft gelaten. Zij lijkt net Máxima. Een koningin die altijd knap en mooi blijft. Of het nou hard gaat regenen, en of we straks de oorlog gaan voeren, tegen en met mekaar, zij en Máxima zullen altijd blijven schitteren. Zo kijk ik naar haar, die kleine vriendin van me.
Die vriendin van mij is echter, net als ik, tegen de oorlogen en tegen de militarisering. Ondanks grote verschillen tussen ons, verbinden ons nog zo vele gelijkenissen. Wij hebben een echte oorlog meegemaakt. Wij weten dondersgoed dat als het schieten begint, er geen tijd is om onze haren en onze gezichten op te maken. Wij weten net zo dondersgoed dat als het schieten begint, de elite onder ons het slagveld gauw gaat verlaten. Opgemaakt en in de mooie kleren en al. Naar een veilige plek.
Zoals bijvoorbeeld Argentinië. Het land waar onze koningin vandaan komt. En waar zij en haar kroost te allen tijde welkom zijn voor bescherming, als hier in Nederland het schieten begint. Het schieten op elkaar en op de medemens, dat zij met haar hele familie zo vrolijk promoot. Door allerlei clips.
Niet dat ik ze die bescherming niet gun als de oorlog hier uitbreekt. Binnen mijn gemeenschap praten we er vaak over:
"Stel dat hier een oorlog komt..."
"Dan nemen we een bootje richting Balkan. Daar redden we ons wel..."
"Maar dan zouden onze dochters en zonen, van nog geen 20 aan de frontlijn al staan. Naast dochters van Máxima..."
Wat wil ik eigenlijk zeggen? Mijn boodschap heeft eigenlijk niks met mijn vriendin te maken. Wel met ons Koninklijk Huis. Het huis van waaruit alle inspanningen gedaan zouden moeten worden om de vrede op aarde onvoorwaardelijk mogelijk te maken. En niet dat Máxima, haar man en hun dochters, hun mooie, opgemaakte gezichten inzetten omwille van de oorlogspropaganda.
Oorlog voeren is geen pretje. Je doelwit kan zo sneuvelen door jou, en jij ook gauw door hen. En jullie alle twee zijn mensen. Mensen van bloed en tranen. In een oorlog zijn geen winnaars, slechts verliezers. Dat weet mijn kleine vriendin net zo goed als ik. Tot op de dag van vandaag herinneren wij ons de wonden van onze laatste oorlog. Met slapeloze nachten inbegrepen en allerlei andere nachtmerries als nasleep van getuige te (mogen) zijn van een echte oorlog.
En toen zagen wij alle twee onze Máxima en haar dochters schitteren in een clip van over defensie en over de lol als je je daarbij aansluit. Alsof je in een supermarkt gaat werken. Alsof je naar een festival gaat.
Máxima is een prachtige vrouw, haar dochters evenzeer. En zelfs als Máxima haar dochters echt gemeend wil opofferen voor een goedbedoelde oorlog, ik wil dat voor mijn kinderen en die van u niet, nooit!
"Ah. Als de eerste kogel is afgeschoten, zitten zij allen ergens op een veilige plek in Argentinië..." Mijn kleine vriendin en ik zijn op vele vlakken zo anders, maar afkeer van oorlog en tegen militarisering van de wereld is en blijft ons gemeenschappelijke standpunt. "Wetende dat Máxima en haar dochters de echte oorlog alleen op afstand zullen meemaken..."
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.