Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Linkse activisten en hun probleem met 'woke'

Vandaag
leestijd 7 minuten
374 keer bekeken
ANP-554832442

Onlangs stuitte ik op een Instagram-post van RevoltSocialist, een communistisch “(Marxist-Leninist)” platform dat zich richt op educatie en analyse. In die post werd ingehaakt op de kritiek die Bob Sneevliet (Scholte), frontman van het communistische mediakanaal Left Laser, was toegekomen vanwege zijn kritische uitspraken over woke. Ter verdediging van Bob én zijn uitspraken postte het platform een carrousel die, ondanks een aantal kritische kanttekeningen in de comments, meer dan 2350 likes kreeg.

Wat mij in eerste instantie opviel, was hoe de kritiek op 'woke' vooral een kritiek op intersectionaliteit bleek, alsof die vanzelfsprekend hetzelfde zijn. De frustratie ging vooral over de vermeende liberale aard van intersectionaliteit. Hoe dit ras boven klasse zou plaatsen en daarmee de klassenstrijd ondermijnt. Intersectionaliteit zou arbeiders opdelen in identiteiten in plaats van hen te verenigen tegen de kapitalistische elite. De klassenstrijd, daarentegen, reikt voorbij etniciteit, gender en zelfs politieke kleur. Bovendien zou 'de gewone arbeider' al die academische taal over privilege, witheid en identiteit toch niet snappen. Deze framing zie ik als een moedwilleige mislezing van zowel intersectionaliteit als woke, waarmee verschillende sociale bewegingen, waaronder zwarte en zwart-feministische bewegingen, worden gereduceerd tot karikatuur.

Woke is een term die ontstond binnen zwarte bewustzijnstradities als oproep om waakzaam te blijven voor de toxische mechanismen van racisme, staatsgeweld en structurele onderdrukking ('stay woke'). De term circuleerde al decennialang binnen zwarte gemeenschappen, in muziek en activisme, voordat hij mainstream werd. Maar in de laatste jaren werd woke ironisch genoeg vooral populair onder mensen die zichzelf expliciet anti-woke noemen. De term is inmiddels zo’n beetje een scheldwoord binnen rechts-conservatieve kringen, die er een containerbegrip van maakten voor alles wat zij te progressief, te gevoelig of te links-liberaal vinden.

Een artikel in The Atlantic beschreef hoe rechts ondertussen zelf een soort spiegelbeeld van (hun eigen interpretatie van) woke heeft ontwikkeld, met een bijzondere obsessie voor taal, culturele zuiverheid en ideologische disciplinering. Maar dan vanuit conservatieve hoek, en met effectieve gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting en de vrije pers. Maatschappijkritische boeken over slavernij of 'critical race theory' worden uit bibliotheken verbannen en er wordt streng toegezien op het - ongeoorloofde - gebruik van diversiteitslingo op de werkvloer of het aanhangen van de zogenoemde genderideologie.

Woke is dus vooral een cultureel signaal geworden om een publiek gevoel op te roepen. Over (witte) mannen die tegenwoordig om het minste of geringste ‘gecanceld’ worden, bijvoorbeeld. Maar dat mogen zij uiteraard nog wel zelf verkondigen via talkshows, columns en publieke podia.

Bob van Left Laser erkent dat rechts de term 'woke' opportunistisch gebruikt, maar toch is hij er klaar mee, liet hij weten in een interview met Vrij Nederland. Om aan te tonen dat woke niet deugt, verwijst hij naar de politieke partij BIJ1 en de “idiote dingen” die daar zouden zijn gebeurd in naam van wokeness (nogmaals: een term die vooral wordt projecteerd op BIJ1 en zelden door BIJ1-ers zelf wordt gebruikt).

Er zou een soort “oppression olympics” binnen de partij zijn ontstaan: “Als je meer onderdrukt was dan de ander, kon er geen kritiek op je geleverd worden.” Als onderzoeker naar onder andere sociaal activisme en media zijn zulke dynamieken me helaas niet vreemd. Ik zie het met name binnen online milieus - communistische meme-pagina’s inbegrepen - waar morele zuiverheid belangrijker is dan politieke organisatie.

“Als we niet tot ons 71ste willen werken,” concludeert Bob, “moeten we misschien ook samenwerken met mensen die graag vuurwerk afsteken bij oud en nieuw.” Dat vind ik een bijzonder voorstel. Want hoewel dit nogal een vage omschrijving is van een maatschappelijke groep, roept het zeer heldere associaties op van figuren die eveneens “klaar zijn met woke” alsook met migratie, de islam, transpersonen en vrouwen met een veel te grote bek (die misschien gewoon eens verkracht moeten worden door een asielzoeker). Kortom, mensen die andere mensen vaak niet als volledig gelijkwaardige burgers zien.

En dan wordt het plots interessant, want hoe werk je samen als die samenwerking vraagt dat bepaalde mensen hun eigen waardigheid, veiligheid of rechten even opzij zetten in naam van een groter klassenbelang? En waarom doen we niet dezelfde moeite om 'wokies' mee te krijgen in het klassenarratief in plaats van hen te zien als een homogene groep die 'de echte strijd' toch niet begrijpt of zelfs zou ondermijnen. Dan lijkt er toch een stuk meer empathie te bestaan voor de frustraties van de ene groep dan voor die van de andere.

Uiteindelijk komt het neer op een oude spanning binnen links: is klasse de ultieme bron van alle onderdrukking, of functioneren systemen van macht op meerdere niveaus tegelijk? En als economische ongelijkheid ooit overwonnen wordt, zouden racisme, seksisme of queerfobie dan automatisch ook verdwijnen?

Dit is waar intersectionaliteit een waardevolle analytische lens kan bieden, ook al is die term afgelopen decennia een buzzword geworden, die net zoals 'diversiteit' en 'dekolonisatie' volledig werd losgetrokken van zijn originele functie. Vooral binnen bedrijven, culuturele en maatschappelijke instellingen, universiteiten en NGO’s, die zichtbare vormen van diversiteit willen realiseren zonder hun structuren fundamenteel te veranderen, wordt intersectionaliteit te pas en te onpas ingezet. Vaak gaat het dan gewoon over representatie. En met name over etniciteit zichtbaar maken binnen instellingen, die verder exact hetzelfde blijven functioneren.

Maar dat is niet waar intersectionaliteit oorspronkelijk over ging. Kimberlé Crenshaw muntte de term om een heel specifieke vorm van onderdrukking zichtbaar te maken. Dat deed ze binnen een juridische context, waar zwarte vrouwen in discriminatiezaken vaak letterlijk onzichtbaar werden omdat zij tussen bestaande categorieën van ras en gender vielen. Hun ervaringen konden juridisch niet gelezen (en dus niet bestraft) worden omdat de wet deed alsof racisme en seksisme volledig los van elkaar bestaan.

Zo kon discriminatie op de werkvloer, om maar een voorbeeld te noemen, niets met racisme te maken hebben, want het bedrijf had ook zwarte mannen in dienst die geen problemen ondervonden. Ook kon het niets met seksisme te maken hebben, want er werkten ook witte vrouwen die eveneens geen problemen ondervonden. Intersectionaliteit maakt dus het kruispunt zichtbaar waar verschillende identiteiten samenkomen en zeer specifieke vormen van discriminatie teweegbrengen.

De term 'intersectionaliteit' werd in die context geboren, maar het principe zelf gaat veel verder terug. Intersectioneel denken bestond allang voordat intersectionaliteit een academische term werd. Het zit in zwart-feministische tradities, in teksten van burgerrechtenactivisten zoals Angela Davis die schreven over vrouwen, ras en klasse. En het kwam aan bod bij zwarte vrouwenbewegingen zoals het Combahee River Collective, dat in de jaren zeventig al schreef over de verwevenheid van racisme, seksisme, heteronormativiteit én klassesystemen. Het vormde zelfs de basis van de 'ain’t I a woman' speech van de Nederlandstalige Sojourner Truth die zij in 1851(!) voordroeg op de Women's Convention in Akron, Ohio, om de onzichtbare plek van zwarte vrouwen in de vrouwenbeweging te bevragen.

Intersectionaliteit is dus een analytische lens, geen identiteitsscorebord. RevoltSocialist en gelijkgestemden zetten intersectionaliteit echter weg als een hysterische vorm van 'identiteitspolitiek' die klasse vervangt door individuele identiteiten. Wederom een totaal platgeslagen interpretatie van een zwart-feministische term die, net zoals woke, volledig door rechts uitgehold werd tot een scheldwoord voor elke vorm van emancipatorische strijd die niet vanuit een 'universele' (lees: witte) identiteit vertrekt. Vervolgens serveert het platform de kritiek op intersectionaliteit af met een afbeelding van Crenshaw naast Kamala Harris, als bewijs dat de grondlegger van de intersectionaliteitstheorie - en daarmee ook het concept zelf - niet deugt.

Veel van de hedendaagse anti-imperialistische retoriek onder online communistische groepen voelt dan ook opvallend symbolisch, waarbij zwartheid vooral als referentiepunt dient, maar niet als een concrete sociale positie met specifieke noden. Op die manier blijven zwarte en andere geracialiseerde mensen - en hun culturele erfgoed - politiek bruikbaar zolang ze symbool staan voor uitbuiting, terwijl hun politieke strijd wordt losgekoppeld van geleefde ervaringen hier en nu.

Daar komt bij dat onder invloed van de opkomst van radicaal rechts witheid in bepaalde progressieve en culturele ruimtes opnieuw richting de norm verschuift, zonder dat daar nog veel expliciete frictie tegenover staat. Met andere woorden: dingen kunnen weer ongegeneerd wit zijn. Dat zie je ook binnen linkse online platforms en de lui(d)heid waarmee zij kritiek op woke en intersectionaliteit overnemen. Zodra het niet langer vanzelfsprekend is om je eigen positie ten opzichte van witheid (en de gevestigde orde) te bevragen, wordt het ook makkelijker om intersectionaliteit weg te zetten als liberale kleinzerigheid of afleiding. Alsof antiracisme vooral een hinderpaal vormt voor brede solidariteit in plaats van een essentieel onderdeel ervan.

Veel zwarte denkers en activisten, doorheen de geschiedenis, onderschreven de klassenstrijd, want slavernij en kolonialisme zijn onmogelijk los te koppelen van kapitalistische accumulatie. En veel vormen van hedendaags structureel racisme zijn continueringen van hetgeen “raciaal kapitalisme” wordt genoemd. Alles ten dienste van economische elites! Waar overigens ook mensen van kleur toe kunnen behoren. Ik begrijp dan ook de kritiek op antiracisme activisten van kleur die dankzij hun vermeende identiteit vooral individuele kapitalistische verworvenheden hebben vergaard (of gewoon clout) zonder structurele verandering te realiseren, of überhaupt te willen. Met name in de nasleep van Black Lives Matter in 2020. Daar moeten we binnen linkse bewegingen veel meer over praten. Maar dat gesprek moet dan wel eerlijk gevoerd worden. Niet vanuit een ressentiment tegenover zwarte politieke taal op zich. Ook niet vanuit de reflex dat antiracisme automatisch verdacht wordt zodra het niet volledig oplost in klassenanalyse. Wel zouden we vaker kunnen inzetten op politieke vorming in plaats van permanente call-outs. Daar is het recent opgezette initiatief De Marxismeschool een hoopvol voorbeeld van. Meer “call in”, dus.

Het probleem met woke is uiteindelijk vooral dat het begrip volledig is toegeëigend en misvormd. Door rechts, maar ondertussen ook door een radicaal links dat zich wil distantiëren van een karikatuur die rechts heeft gecreëerd. Daardoor zijn we op een vreemd punt beland waar zwart-feministische politiek en queer of color critique plots wordt voorgesteld als elitair (alsof Das Kapital een stripboek is) en vervreemd van 'de gewone mens', terwijl precies die tradities historisch altijd geworteld zijn geweest in materiële strijd en solidariteit.

Daarom is de achteloze overname van anti-woke retoriek binnen linkse kringen zo problematisch. Omdat ze niet alleen ideeën verwerpt via gemakzuchtige voorstellingen ervan, maar ook bepaalt welke vormen van kritiek nog als legitiem mogen gelden binnen de strijd zelf. Sounds about white!

Emma-Lee Amponsah is onderzoeker, schrijver en programmamaker. Ze promoveerde in de  communicatiewetenschappen met een onderzoeksproject over zwart culturele politiek en collectieve identiteiten.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor