
Buitenlandse inmenging heeft Iran geen vrijheid gebracht, maar structurele instabiliteit.
De recente post van Donald Trump op X, waarin hij suggereert dat Amerika zou ingrijpen als het Iraanse regime demonstranten neerschiet, is geen steunbetuiging aan het Iraanse volk. Het is geopolitieke borstklopperij. En erger: precies het soort buitenlandse inmenging waar Iraniërs zélf expliciet afstand van nemen.
Wie denkt dat dit hoop geeft, begrijpt Iran niet.
Wat deze protestbeweging onderscheidt van eerdere revoluties, is niet alleen de woede of de moed, maar het politieke bewustzijn. Ik ontvang berichten uit Iran die opvallend eensluidend zijn: we veranderen van binnenuit. Zonder Amerika. Zonder Europa. Zonder leiders die op veilige afstand grote woorden gebruiken en daarmee de repressie voeden.
Dat standpunt komt niet voort uit idealisme, maar uit ervaring. Buitenlandse inmenging heeft Iran geen vrijheid gebracht, maar structurele instabiliteit. Van de door de VS en het VK gesteunde coup tegen Mossadegh tot sancties die vooral burgers raken, en van proxy-oorlogen tot internationale chantage. Elke keer werd hulp verkocht als morele plicht en eindigde het in nieuwe afhankelijkheid of hardere repressie.
Trumps uitspraak past precies in dat patroon. Ze geeft het regime in Teheran een cadeau. Protesten kunnen opnieuw worden geframed als westers complot. Activisten als marionetten. Geweld als nationale zelfverdediging. Wie werkelijk begaan is met de veiligheid van demonstranten, weet dat dit soort taal levens kost.
En dan de vraag die ertoe doet: hoe groot is de kans van slagen?
De eerlijke analyse is ongemakkelijk. Op korte termijn is de kans op een snelle val van het regime beperkt. Het repressieapparaat is intact, loyaal en diep verankerd in staat, economie en veiligheidsdiensten. Anders dan in 1979 is er geen eenduidig leiderschap, geen alternatief machtscentrum en geen scheuring aan de top.
Maar dit is geen revolutie die morgen wint. Dit is een regime dat langzaam leegloopt.
Wat fundamenteel anders is dan bij eerdere opstanden, is de structurele erosie van legitimiteit. Het regime verliest niet alleen de straat, maar ook de toekomst. Jongeren, vrouwen, etnische minderheden en grote delen van de middenklasse hebben zich mentaal losgemaakt van het systeem. Die breuk is onomkeerbaar.
Juist daarom is buitenlandse inmenging zo gevaarlijk. Ze vertraagt dit proces, omdat ze het regime opnieuw een vijand van buiten biedt om interne tegenstellingen te dempen. Elke buitenlandse reddingsbelofte verlengt het leven van een systeem dat zichzelf al aan het uithollen is.
De kracht van deze beweging zit niet in spektakel, maar in volharding. In het weigeren terug te keren naar gehoorzaamheid. In het langzaam maar zeker ondermijnen van angst. Dat is geen romantisch verhaal. Het is een hard, traag en risicovol pad. Maar het is wél het enige dat historisch gezien kans van slagen heeft.
Internationale solidariteit blijft cruciaal, maar moet volwassen zijn. Gericht op daders, niet op burgers. Op bescherming van informatie, niet op machtsfantasieën. Op druk, niet op dreiging.
Iran heeft geen redders nodig. Het heeft ruimte nodig.
Wie dat respecteert, vergroot de kans op echte verandering. Wie dat negeert, speelt het regime in de kaart.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.