Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Invasie in Venezuela is geen verdediging van democratie maar moderne vorm van piraterij

04-01-2026
leestijd 9 minuten
3839 keer bekeken
ANP-546295003

Onder het mom van de Monroe-doctrine wordt dezelfde boodschap opnieuw uitgesproken: Latijns-Amerika is geen regio van soevereine volken, maar een achtertuin waar Washington zichzelf het recht toekent om te bepalen wie mag regeren.

De Verenigde Staten hebben, in strijd met het internationaal recht en elke moraal, een militaire invasie uitgevoerd in Venezuela. Maar geen enkele situatie kan en mag als reden gelden voor deze invasie. Niets, maar ook helemaal niets, kan deze invasie of deze piraterij legitimeren. Wat hier plaatsvindt, is een poging om de oude positie in Venezuela terug te winnen en de olie opnieuw te beheersen. Dat is geen verdediging van democratie, maar een moderne vorm van piraterij.

De aarde is in de greep van neoliberale en neokoloniale piraterij van de Verenigde Staten. Het zou een historische vergissing zijn om deze piraterij uitsluitend toe te schrijven aan Donald Trump als persoon. Wie het Amerikaanse presidentschap bekleedt, kan accenten leggen en toon en tempo veranderen, maar het fundament blijft hetzelfde: de Amerikaanse doctrine is institutioneel verankerd in de staat. Het is een staatslogica die het beleid richting geeft, ongeacht verkiezingsuitslagen en ongeacht welke politieke speler tijdelijk op het toneel verschijnt.

Daarom is het misleidend om te doen alsof presidenten de bepalende actor zijn. Dat beeld past eerder bij bananenrepublieken, waar één persoon of één kliek het staatsapparaat volledig naar de hand zet. Als de Amerikaanse president werkelijk de allesbepalende actor zou zijn, dan zouden we de Verenigde Staten moeten beschrijven als een autocratisch systeem. Zo functioneert de Amerikaanse staat echter niet. De staat werkt als een collectieve eenheid waarin verschillende machtscentra, instituties en belangenblokken elkaar voortdurend beïnvloeden en met elkaar strijden. Die interne, vaak harde logica van macht en tegenmacht maakt de staat juist dynamisch, slagvaardig en alert.

Vanuit die staatslogica moet de invasie in Venezuela begrepen worden. Deze invasie is geen persoonlijke bevlieging van Trump, maar een breed gedragen staatspolitiek van de Verenigde Staten. Historisch gezien wordt de Amerikaanse staatspolitiek gekenmerkt door één constante: alles doen wat nodig is om de eigen belangen veilig te stellen. Dat zijn niet alleen geopolitieke belangen, maar ook economische belangen, met name die van Amerikaanse ondernemingen en investeerders.

De invasie in Venezuela heeft daarom in wezen niets te maken met de vermeende drugsverbondenheid van Maduro, noch met het verhaal over een “onderdrukkend regime” dat als moreel rookgordijn wordt ingezet. De aanklacht tegen Maduro in de Verenigde Staten is in deze context vooral façade en legitimatie-instrument. Het is een narratief dat moet dienen om een daad van agressie en een inbreuk op soevereiniteit acceptabel te maken voor een westers publiek.

Trump zegt openlijk dat de Verenigde Staten Venezuela gaan “besturen” en maakt er geen geheim van dat het draait om de belangen van de VS en haar ondernemers. In dezelfde lijn worden figuren naar voren geschoven die zich presenteren als alternatief gezag. Daarmee wordt het scenario van regime change opgebouwd: eerst delegitimering van de gekozen regering, vervolgens het creëren van een “tegenregering”, en uiteindelijk de normalisering van buitenlandse inmenging als zogenaamd noodzakelijk of zelfs “bevrijdend”.

Geen enkel argument legitimeert deze invasie. Wie toch probeert legitimiteit te construeren, doet dat door de koloniale logica te verhullen achter woorden als “democratie”, “stabiliteit”, “mensenrechten” of “anti-narcotica”. In de praktijk gaat het om macht, bezit en controle.

Wie vandaag doet alsof Washington pas sinds kort “hard” optreedt in Latijns-Amerika, liegt of is historisch ongeletterd. De relatie van de Verenigde Staten met Venezuela is historisch gezien bijna altijd een koloniale relatie geweest, waarin het land werd bekeken als wingewest: een territorium dat grondstoffen levert en waarvan de politieke leiding wordt getolereerd zolang die leiding de Amerikaanse belangen beschermt.

Het is daarom essentieel om terug te gaan naar het begin van de twintigste eeuw. Al vanaf het begin van de jaren 1900 hielden de Verenigde Staten in Venezuela een van de meest afschuwelijke dictators van het continent overeind: Juan Vicente Gómez. Niet omdat Gómez de Venezolanen vrijheid bracht, niet omdat hij “stabiliteit” betekende voor het volk, maar omdat hij één ding perfect deed: hij stelde de Amerikaanse belangen veilig.

Gómez werd door tijdgenoten en critici vergeleken met figuren als Hitler en Mussolini: niet omdat geschiedenis identiek is, maar omdat de methoden herkenbaar waren. Onderdrukking, geweld, angst, een staat die zichzelf boven de bevolking stelt en een samenleving die wordt gedwongen te zwijgen. Gómez is in de Venezolaanse geschiedenis het symbool geworden van terreur en wreedheid. En toch werd hij niet omvergeworpen door buitenlandse druk, maar juist geduld, geholpen en politiek gedekt, zolang buitenlandse ondernemingen en belangen hun gang konden gaan.

Dit is geen detail, maar de kern. Het toont het principe dat steeds terugkeert: zolang een dictator de belangen van de VS dient, zolang hij de olie, de havens, de contracten en de geopolitieke route openhoudt, krijgt hij ruimte. In dat model is “democratie” geen waarde, maar een instrument dat men inzet wanneer het uitkomt.

Ook in latere periodes hield Washington in Venezuela en in de regio autoritaire regimes in het zadel, of keek het de andere kant op, zolang zij de Amerikaanse belangen dienden. De boodschap aan de bevolking was telkens hetzelfde: jullie mogen stemmen, maar alleen binnen de grenzen die buitenlandse macht toestaat. Zodra een volk buiten die grenzen stemt, wordt de keuze problematisch gemaakt, zwartgemaakt, gesaboteerd, gesanctioneerd of met geweld teruggedraaid.

Met de komst van Hugo Chávez veranderde de situatie fundamenteel. In 1998 kwam Chávez via verkiezingen aan de macht, met een agenda die niet langer de externe winsten centraal stelde, maar nationale soevereiniteit en herverdeling van rijkdom. De oliebelangen werden sterker genationaliseerd. De relatie met de Verenigde Staten werd aan banden gelegd.

Tegelijkertijd werden relaties ontwikkeld met landen die door Washington traditioneel als tegenpolen worden gezien, zoals Rusland, Iran en China. Daarmee werd Venezuela in de ogen van het Amerikaanse staatsapparaat niet langer een leverancier, maar een land dat zijn eigen koers vaart. En dat is, in de logica van hegemonie, onacceptabel.

Vanaf dat moment werd Venezuela in het westerse discours niet langer behandeld als een soevereine staat met een eigen koers, maar als een “probleem” dat gecorrigeerd moest worden. De beschuldigingen stapelden zich op: verkiezingsfraude, drugs, terreur, corruptie. Het patroon is bekend. Niet omdat zulke beschuldigingen nooit enige basis kunnen hebben, maar omdat ze in de geopolitieke praktijk vooral functioneren als instrumenten om druk op te bouwen, sancties te legitimeren en uiteindelijk inmenging te normaliseren.

Ook staatsgrepen en couppogingen passen in dit repertoire. Toen Chávez via een militaire coup, met hulp van de VS, van de macht werd afgezet, ging de bevolking massaal de straat op. Door die volksmobilisatie kwam Chávez terug in het zadel. Chávez was een zeer geliefde leider bij de Venezolaanse bevolking. Dat is precies wat in westerse analyses vaak wordt weggepoetst: de sociale basis van de Bolivariaanse koers, juist omdat die koers breekt met de oude koloniale verhouding.

Onder Nicolás Maduro kwam daar een extra kwetsbaarheid bij. De olieprijs daalde, terwijl ongeveer tachtig procent van de economie afhankelijk is van olie. Dat maakt iedere externe drukmaatregel meteen een nationale crisis.

De Verenigde Staten hebben die kwetsbaarheid maximaal uitgebuit, onder andere via zware sancties en embargo’s. Het gevolg was voorspelbaar: economische verstikking, stijgende armoede, sociale onrust en massale emigratie. Miljoenen mensen verlieten het land. In plaats van dat als een humanitaire ramp te herkennen die mede door sanctiepolitiek wordt veroorzaakt, wordt die ramp vervolgens gebruikt als “bewijs” dat de regering moet vallen. Zo sluit het propagandistische cirkeltje zichzelf.

Dat de Verenigde Staten in dit soort zaken niet de waarheid spreken, is geen gok en geen complottheorie. Het is historisch aantoonbaar gedrag. Wie de propaganda rond Venezuela wil begrijpen, hoeft maar één precedent serieus te bestuderen: de invasie in Irak.

De argumentatie waarmee Irak werd binnengevallen, bleek achteraf een constructie. Men sprak over massavernietigingswapens, over acute dreigingen, over noodzaak en veiligheid. Het resultaat was geen “bevrijding”, maar een maatschappelijke implosie. Meer dan twee miljoen Irakezen zouden daarbij om het leven zijn gekomen. En twintig jaar na dato verkeert Irak nog steeds in chaos.

Dit is het morele en politieke probleem: wanneer een grootmacht een invasie verkoopt met een moreel verhaal, is het zelden het volk dat er beter van wordt. Het zijn de belangen, de contracten, de posities en de controle die worden herverdeeld. Het volk betaalt de prijs.

Wie vandaag de aanklacht tegen Maduro, het verhaal over “drugs”, “terreur” en “verkiezingsfraude” kritiekloos herhaalt, herhaalt dezelfde techniek: een oorlog of invasie wordt niet gepresenteerd als piraterij, maar als “noodzakelijke interventie”. De woorden veranderen, maar de logica blijft.

De kernpijn voor het Westen is niet dat Venezuela zogenaamd “onvoldoende democratisch” zou zijn, maar dat Venezuela de Verenigde Staten niet langer als meester erkent. Met Chávez werd de VS in politieke zin weggestuurd en werden relaties aangegaan met China en Iran. Dáár ligt de geopolitieke breuk.

Op basis hiervan proberen velen, via een cocktail van verhalen over drugs, terreur en verkiezingsfraude, de invasie van de VS te legitimeren, begrijpelijk te maken en instemming te organiseren. Het feit dat die instemming soms daadwerkelijk georganiseerd kan worden, bewijst hoe sterk de koloniale mentaliteit in het Westen nog aanwezig is. Men blijft geneigd om de wereld te bekijken alsof de VS het natuurlijke recht heeft om landen te disciplineren, regeringen te vervangen en grondstoffen “veilig te stellen”.

Daarbij spelen de media een sleutelrol. De manier waarop media instemming organiseren voor de invasie in Venezuela laat zien dat journalistieke onafhankelijkheid al lang niet meer vanzelfsprekend is. Door voortdurend mensen een podium te geven die vertellen dat zij “blij” zijn met de Amerikaanse invasie, wordt de invasie op zichzelf niet legitiem. Dat sommige slaven instemden met de slavernij omdat zij daaraan privileges ontleenden, maakte de slavernij ook niet legitiem.

De situatie in Venezuela is een zaak van het volk van Venezuela. Het is per definitie not done dat een buitenlandse macht zich ermee bemoeit. Dit is kolonialisme.

De manipulatieve berichtgeving in de media werkt echter wél maatschappelijk legitimerend: herhaling, emotie en selectieve beelden moeten de indruk wekken dat bezetting gelijkstaat aan bevrijding.

Wie kritisch kijkt, ziet ook dat deze invasie functioneert als een proefballon: een test voor wat er geopolitiek en maatschappelijk mogelijk is, en hoe ver men kan gaan wanneer men het verpakt onder oude doctrine-taal. Onder het mom van de Monroe-doctrine wordt dezelfde boodschap opnieuw uitgesproken: Latijns-Amerika is geen regio van soevereine volken, maar een achtertuin waar Washington zichzelf het recht toekent om te bepalen wie mag regeren.

Dit mechanisme zie je ook terug in hoe bepaalde oppositiefiguren internationaal worden gepositioneerd. Maria Corina Machado geldt als een prominente steunpilaar van de coup tegen Chávez en als verdediger van Amerikaanse belangen. Die coup was geen “interne correctie”, maar een buitenlandse operatie: de Verenigde Staten organiseerden en steunden destijds de militaire couppoging tegen Chávez. Het Venezolaanse volk ging massaal de straat op en bracht Chávez terug. Dat is een cruciaal feit, omdat het toont hoe diep Chávez geworteld was in de samenleving.

Machado kreeg in 2025 de Nobelprijs voor de Vrede. Dat wringt met haar politieke rol: zij steunde een militaire coup en steunt nu ook deze militaire invasie van de VS. Hoe kan iemand met zo’n rol zo’n prijs krijgen? De waarde van de Nobelprijs voor de Vrede heeft hiermee een deuk opgelopen, omdat de prijs in zo’n geval niet langer staat voor vrede, maar voor geopolitieke branding.

In 2019 werd Machado door Trump bovendien als “legitieme president” naar voren geschoven, terwijl zij zich niet eens kandidaat had gesteld. Dat soort proclamatie is geen democratie, maar machtsuitoefening. In dat kader moet ook het naar voren schuiven van alternatieve leiders en symbolische “presidenten” worden gezien: mensen die zichzelf tot president verklaren zonder daadwerkelijk mandaat van het volk, maar wél met erkenning en steun van Washington. Het is een methode om de soevereiniteit van het land van binnenuit te breken, terwijl de regie extern ligt.

De Verenigde Staten wroeten al decennialang in de binnenlandse politiek van Venezuela. Die permanente inmenging is een belangrijke bron van instabiliteit en verarming, omdat zij elk intern conflict verandert in een geopolitiek front, met sancties, sabotage en druk als vaste instrumenten. Het is hoog tijd dat de wereldbevolking dit soort piraterij een halt toeroept. De Verenigde Staten gedragen zich daarbij alsof zij boven de Verenigde Naties staan en boven het internationale recht.

Daarom moet ook helder worden benoemd wat er juridisch op het spel staat. Een invasie is in strijd met het internationale recht, en een nationaal arrestatiebevel geeft geen vrijbrief om elders in de wereld mensen te arresteren. Juristen benadrukken in brede kring dat een staat geen recht heeft om een andere staat te "besturen" of om leiders buiten het eigen rechtsgebied te grijpen op basis van eigen binnenlandse aanklachten. In dat licht moet, wanneer een buitenlandse macht een staatshoofd en diens partner zonder rechtsgrond uit hun land haalt, worden gesproken over ontvoering. Daarom moet worden gesproken over de ontvoering van Maduro en de first lady.

De Verenigde Staten onderschatten duidelijk de kracht van het Bolivariaanse verzet en maken de misrekening dat zij met zulke invasies hun koloniale positie terug kunnen nestelen.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor