
De afgelopen jaren is er veel gesproken - ondanks de ‘no more bla bla blah but action, action, action’ van Mark Rutte. Toch stoten we elk jaar meer fossiele brandstoffen uit dan het jaar ervoor. En bijna elk jaar wordt nu een warmterecord verbroken. Ook 2026 wordt naar verwachting een van de warmste jaren in de menselijke geschiedenis.
Er wordt vooral veel gepraat en wetenschappers en complotdenkers strijden om ‘het rationele midden’. Er wordt beleid gemaakt dat ‘haalbaar en betaalbaar’ moet zijn en weinig rekening houdt met het afwentelen van de consequenties van onze uitstoot op abstracte begrippen zoals het leven van onze kleinkinderen. Polarisatie is het sleutelwoord dat wordt gebruikt om dit te beschrijven: twee gepolariseerde gesprekspartners en het stille midden.
Nu zitten we in een hittegolf. De mensen die complotten zien in de kleurcodes op weerkaartjes zweten niet minder dan de wetenschappers en klimaatactivisten die dit allang hadden zien aankomen. De weersverwachting voor een jaar als 2026 is, gegeven de toenemende concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer, een hoge waarschijnlijkheid op een hittegolf als deze.
Gelukkig hebben we houvast aan filosofen, dichters en komieken in deze zweterige tijden. Michel Serres schreef in 1990 in zijn boek Het Natuurlijk Contract over de aankomende klimaatcrisis. Hij beschreef hoe de mens oorlog voert tegen de wereld. De mens voert ook oorlog met elkaar, en daarin wordt de wereld als een strijdtoneel gezien, een podium. Maar ineens spreekt de wereld terug, als de slotregel van Piet Paaltjens’ gedicht Drie Studentjes, geschreven in 1853, rond de tijd dat de mens het klimaat begon te veranderen:
Ze sprongen zoo moedig de wereld in
En de wereld — trapte ze dood.
Dit is een van de oudste zeeverhalen: het schip meert aan bij een onbewoond eiland. Ineens begint het eiland te bewegen. Het eiland blijkt een walvis, of een schildpad of — in Star Wars’ modernere versie van deze mythe — de asteroïde een ruimteslak.
We zijn gewend om onze menselijke activiteiten op het podium van de wereld uit te voeren. We brengen kinderen naar school, nemen de trein naar ons werk, gaan daarna sporten. We kijken van tevoren ‘wat het weer doet’ en doen die activiteiten met of zonder jas, met of zonder paraplu. We praten vooral met elkaar, met goed weer tijdens een wandeling en anders binnen.
Maar hoe doe je dit alles bij een hittegolf? Serres schrijft over de klimaatcrisis dat we kunnen praten en polariseren wat we willen, maar als de wereld spreekt valt alles stil. “Ineens bevinden de twee vijanden zich in hetzelfde kamp, en in plaats van met elkaar te vechten, worstelen ze tegen een derde partij.” In de hitte van de strijd merken ze niet dat ze steeds verder in de modder wegzakken.
Serres stelt voor dat we van een sociaal contract naar een natuurlijk contract gaan. In 2026 betekent dit dat er een derde partij in al onze gesprekken en activiteiten meedoet. Deze partij is geen vijand om mee te strijden en geen slaaf die we kunnen beteugelen, maar een gesprekspartner.
Hittegolven spreken een andere taal dan mensen. Een hittegolf gaat bijvoorbeeld niet ‘aan tafel’ en geeft er weinig om dat wij mensen belangrijke gesprekken altijd binnen, aan tafels, onder systeemplafonds voeren. Dat wil zeggen, als je met de hittegolf aan tafel wil moet je de ramen open zetten en de airco uit.
Om met de hittegolf in gesprek te gaan moeten we ons eerst in haar verplaatsen. Maar hoe doe je dat? In de woorden van Pieter Bouwman (Mannen van de Radio): “Da’s een hele kloteklus joh.” Of, neutraler geformuleerd, “Het eist heel veel van jezelf.”
Dit artikel is ook verschenen in de Substack van Mario Veen.