Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Het poldermodel werkt niet meer voor iedere klasse

Gisteren
leestijd 4 minuten
829 keer bekeken
ANP-555766198

Door: Merdan Yagmur en Peter Spijkerman

Vakbonden zijn geen neutrale maatschappelijke organisaties. Ze zijn ontstaan uit conflict, namelijk door de fundamentele tegenstelling tussen wie arbeid verkoopt en wie er winst uit trekt. Wie dat vergeet, begrijpt ook niet waarom ze vandaag nog steeds nodig zijn.

De eerste vakbonden ontstonden in de negentiende eeuw als directe reactie op de industriële revolutie. Arbeiders verzetten zich tegen hongerlonen, kinderarbeid en gevaarlijke werkomstandigheden. Wie zich organiseerde, deed dat vanuit één besef: alleen samen stond je sterk genoeg om iets te veranderen. Die klassenlogica is niet achterhaald, maar is actueler dan ooit.

Decennialang gold het poldermodel als het Nederlandse exportproduct bij uitstek: overleg tussen overheid, werkgevers en werknemers dat leidde tot stabiliteit en breed gedragen akkoorden. Maar wie eerlijk kijkt naar de afgelopen twintig jaar, ziet een ander beeld. Nederland heeft inmiddels het hoogste aandeel flexwerkers van de Europese Unie. Ruim een derde van alle werkenden heeft geen vast contract. De organisatiegraad van vakbonden daalde van ruim 35 procent in de jaren tachtig naar minder dan 17 procent vandaag. Tegelijk nam het aandeel van arbeid in het nationaal inkomen structureel af. De opbrengsten van groei zijn scheef verdeeld, en het polderoverleg heeft dat niet gecorrigeerd.

Dat sociale klasse daarbij bepalender is dan woonplaats, bevestigt recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Een slechte levenskwaliteit wordt voor ruim 20 procent verklaard door klassenachtergrond, waar dit voor hooguit 1,7 procent door woonregio het geval is. Één op de zes Nederlanders behoort tot de kwetsbaarste klassen. Dit zijn precies de mensen die vakbonden zouden moeten bereiken, maar dus het minst bereiken.

De onderkant van de arbeidsmarkt verslechtert structureel. Laagopgeleiden krijgen niet met minder maar dus méér te maken met werkloosheid, armoede en precaire arbeid. De markt lost dit niet op. Alleen collectieve tegenkracht voor een sterk minimumloon, stevige cao-afspraken, toegankelijke scholing en reële medezeggenschap, kan de machtsbalans herstellen tussen grote werkgevers en kwetsbare werknemers.

Dit is geen uitsluitend Nederlands probleem. De Europese vakbondskoepel ETUC signaleert dezelfde trend in vrijwel alle lidstaten: traditionele vaste arbeidsrelaties maken plaats voor tijdelijke contracten, platformwerk en schijnzelfstandigheid. Collectieve cao-structuren verzwakken. De druk op arbeidsrechten neemt toe door economische globalisering en concurrentie tussen landen. Arbeid is allang geen puur economisch thema meer, maar het is een sociaal en politiek vraagstuk.

Het poldermodel ontstond in een tijd waarin vaste banen, sterke vakbonden en langdurige arbeidsrelaties de norm waren. Die werkelijkheid is veranderd. Flexwerk, platformarbeid en onzekerheid zijn voor veel werkenden onderdeel van het dagelijks leven geworden. De vraag is daarom niet alleen of het poldermodel heeft gewerkt, maar ook of het voldoende is toegerust op de arbeidsmarkt van vandaag.

De centrale vraag is niet óf het poldermodel heeft gewerkt. De vraag is: voor wie werkt het nog? Een overlegstelsel kan functioneren en toch structureel in het voordeel van de sterkste partij werken. Wie aan tafel zit maar niets kan afdwingen, leent zijn legitimiteit uit aan een systeem dat hem bij voorbaat al buitensluit. Werkenden die het gevoel hebben dat het systeem niets voor hen oplevert, hebben gelijk. Niet als gevoel. Als feit.

Dat wordt pijnlijk zichtbaar nu het kabinet onderhandelt over de AOW, de WW en de WIA. De middenklasse is te kwetsbaar voor zekerheid, de onderklasse te arm voor aandacht. Want wat hebben mensen daadwerkelijk gehad aan het Sociaal Akkoord van 2013 of het MLT-advies van 2021? De economie draait, maar de bezuiniging van 6,5 miljard staat nog. Een onderhandeling met een vooraf ingeboekte uitkomst is geen polder. En zolang vakbonden dat niet hardop zeggen, zijn ze geen tegenmacht, maar medeplichtig aan de stilte.

Het poldermodel moet daarom radicaal worden herijkt. Dat vraagt om drie dingen. Ten eerste afdwingbare minimumnormen voor iedereen, waaronder ook flexwerkers, platformarbeiders en gedwongen zzp’ers. Solidariteit mag geen privilege zijn van mensen met een vast contract. Ten tweede vraagt het reële zeggenschap en niet alleen overleg. In Duitsland is medebeslissing via Mitbestimmung al decennia praktijk. In Nederland blijft echte zeggenschap een ondergeschoven kind. Ten derde moeten vakbonden die zich willen richten op nieuwe, amper vertegenwoordigde groepen (de bezorger op de fiets, de schoonmaker op oproepbasis, de jonge verpleegkundige met een nuluren-contract) hen ook daadwerkelijk zeggenschap geven over wat belangrijk is. Als je ze niet bereikt, vertegenwoordig je ze niet.

Europese analyses maken duidelijk dat juist jongere generaties werknemers andere verwachtingen hebben: niet alleen inkomenszekerheid, maar ook invloed, transparantie en directe betrokkenheid. De klassieke vakbondsstructuur staat onder druk, maar de behoefte aan collectieve bescherming is niet verdwenen. In een tijd van toenemende onzekerheid wordt die behoefte juist sterker.

De vraag is of vakbonden die waarheid durven uit te spreken. En of zij bereid zijn een nieuwe vorm van solidariteit te bouwen. Geen solidariteit vanuit nostalgie, maar vanuit de arbeidsrealiteit van nu. Niet voor de leden die er al zijn, maar voor de werkenden die nog gewonnen moeten worden. Dat is de enige manier waarop het polder nog iets kan leveren; door het voor de toekomst anders te doen.

Merdan Yagmur en Peter Spijkerman zijn voormalige leden van het Algemeen Bestuur van de vakbond FNV

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor