Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Lieve Etty Hillesum, er is na jouw dood een nieuwe werkelijkheid ontstaan

Vandaag
leestijd 3 minuten
355 keer bekeken
hillesum

Lieve Etty,

Mijn achting voor jouw persoon is hoog en ik zal het daarom niet laten deze brief aldus te ondertekenen. Jouw jeugdigheid in gedachten echter doen mij de intuïtieve ingeving dat ‘U’ in deze een niet passende aanspreekvorm is. Een beetje overbodig zelfs, en daarom houd ik het graag bij ‘Je’. Het lezen van brief of dagboek van een ander geeft een onvermijdelijk unheimisch, enigszins voyeuristisch gevoel. Onverlet de onmiskenbare historische waarde van jouw pennenvruchten.     

Binnen de groep die wij hedentendage kenmerken als ‘de grijze golf’ had jij zomaar de honderd kunnen aantikken en hadden we, rond je honderdste verjaardag in 2013, met jou een feestelijk glas kunnen heffen op je gehele oeuvre.

Er is na jouw dood een nieuwe werkelijkheid ontstaan, en niet alleen een nieuwe wereld herrezen uit oorlogs-as maar, naast de fysieke werkelijkheid, ook een heuse virtuele werkelijkheid die ons oneindig rijker zou maken maar haar inmiddels gevaarlijk ondermijnt. Vooral de ontmenselijking, vroeger nog robotisering genoemd, baart grote zorgen. Opdracht aan onze generatie is nu het beteugelen van gevaren binnen deze nieuwe zone.

Daar had ik met een overlever als jij had kúnnen zijn, graag met je over willen sparren. Misschien had jouw levenservaring gerust kunnen stellen; “Loop niet te hard van stapel jongen, zo erg als destijds met de nazi’s zal het nooit meer worden”. Waarschijnlijk had je nog gelijk gehad ook maar ik ben van de verwende generatie en kende nimmer honger, armoede of oorlog. In mijn geboortejaar landden mensen op de maan en in mijn vormingsjaren gold alleen de vooruitgang en voorspoed.

Jullie waren altijd belangrijk aanwezig in ons collectief geheugen, we (her)dachten, straften vele schuldigen, analyseerden, boekstaafden en archiveerden maar het werkelijk leed van jou en al die anderen raakt ons niet anders dan via boek, film of overlevering. Hoe kunnen wij ook in godsnaam iets begrijpen van jullie monsterlijk lot?! Die wrede gruwel is voor de levenden simpelweg onverdraaglijk. Oninvoelbaar. En misschien moet die grens ook bestaan. Je leeft, overleefde óf je was slachtoffer, bijna-slachtoffers bestaan niet.

Gelukkig resten nog jouw woorden, jullie woorden waaruit iets onze werkelijkheid in echoot; Vergeet ons niet, de gebeurtenissen niet, de daders niet.

Je overwegingen aangaande je beulen, is ultiem bewijs van uiteindelijk menselijk intellect boven de brute overheersing van een Teutoonse horde. Onbegrijpelijk hoopgevend, dat wel. Misschien werd jouw moed en blijmoedigheid wel doodgewoon ingegeven door de doodgewone vooroorlogse naïviteit van een jong mens. Geschraagd door zuiver menselijk instinct en de illusie deel te zijn van een onverwoestbare beschaving. Had je jouw lot zo getrotseerd als jij je bewust was geweest van de hel waar je uiteindelijk heen werd gevoerd?

Woonachtig in de stad, waar alle ellende voor Nederland begon, stuitte ik onlangs op een boekje, uitgereikt aan de schooljeugd van 1965. Vooral de gebruikte vergevingsgezinde, hoopvol positieve grondtoon daarvan, die ook jouw geschreven nalatenschap zo kenmerkt, wil ik je niet onthouden. Een ontroerende metafoor voor het naoorlogs, nationaal gevoel. Ontwapenend, precies zoals jouw woorden.

“Dit boekje werd voor jullie geschreven, jongens en meisjes van het nieuwe Rotterdam. Het werd geschreven, omdat het dit jaar vijf en twintig jaar geleden is, dat wij werden overvallen en bezet door Duitse soldaten.

Vijf jaar lang hebben wij alles verdragen. Wij hebben gestreden voor een vrij Nederland, voor jullie. Twintig jaar geleden rolde de vrijheid binnen…

Wij hebben de puinhopen opgeruimd en een nieuwe stad gebouwd.

Een stad voor jullie, om in te spelen en te werken; een stad, waarin je gelukkig kunt zijn. Wij zijn trots op onze nieuwe stad.

Maar wij vergeten nooit, hoe het kwam, dat wij opnieuw moesten beginnen.

Er zijn mensen, die nog zoveel verdriet hebben van alles, wat je in dit boekje kunt lezen en zien, dat zij de Duitsers haten om wat zij deden. Dat doen wij niet.

Haat is dom. Haat leidt tot niets. Wij hebben geleerd, dat wij niet de mensen moeten haten, die onze stad vernielden, onze huizen in brand staken en onze jonge mannen weghaalden. Wij hebben allen geleerd, dat wij moeten voorkomen dat dit ooit weer kan gebeuren. Daar moeten jullie ons bij helpen.

Jullie hebt, gelukkig, deze gruwelijke tijd niet meegemaakt. Wij wel.

Misschien willen moeder en vader, die er net als wij herinneringen aan hebben, je nog meer vertellen dan je in dit boekje kunt lezen. En misschien ook zwijgen moeder en vader, want praten over verdriet is niet gemakkelijk…”.

Rust in vrede en zeer Hoogachtend,

Jan Bart Dieperink

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor