Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

En de bal rolt verder

Vandaag
leestijd 5 minuten
403 keer bekeken
ANP-561105656

Ik kijk graag voetbal. Het is misschien wel het laatste echte volksfeest dat we nog hebben; een spel dat miljarden mensen heel even laat vergeten dat de wereld wordt bestuurd door mannen die met onze aarde omgaan alsof het een bal is. Ze trappen, schuiven, veroveren en bezitten — en wij mogen lijdzaam toekijken. Maar het spel zelf blijft onschuldig. Het spel blijft van het volk. Toch zie ik, terwijl ik kijk, altijd de schaduwen van het verleden meespelen op het veld.

Bij een wedstrijd tussen Congo en Portugal zie ik geen gewone sport. Zolang de bal rolt, geniet ik van het tempo en de combinaties. Maar zodra het spel stilvalt — bij een blessure of een achterbal — verandert het veld in een historisch archief. Dan zie ik koning Leopold II. Ik zie rubberquota, gijzelingen, hongersnood en manden vol afgehakte handen die destijds als een macabere boekhouding dienden. En wanneer Congo dan scoort — hun allereerste goal ooit op een WK — dan denk ik: hoeveel voorouders van deze spelers liepen ooit rond met een hand minder, puur omdat een Europese officier zijn munitie moest verantwoorden? De bal rolt, maar de geschiedenis rolt onherroepelijk mee.

Bij Duitsland tegen Curaçao zie ik ook geen elf tegen elf. Zodra het spel stilvalt, opent zich een ander archief. Ik zie the Herero en Nama die door Duitse troepen de Omaheke-woestijn in werden gejaagd. Ik zie de eerste concentratiekampen op Shark Island en de schedels die naar Berlijn werden verscheept voor de "wetenschap". En aan de andere kant zie ik Curaçao — een eiland dat nog altijd leeft met de echo’s van slavenschepen, plantages en een diaspora die tot op de dag van vandaag probeert te ademen.

En dan speelt het WK zich af in de Verenigde Staten. Op grond waar ooit 50 tot 60 miljoen inheemse mensen leefden, tot er anderhalve eeuw later nog maar een handjevol van hen over waren. Ziekte, oorlog, landroof en deportatie — een demografische catastrofe die bijna niemand hardop durft te benoemen. Eeuwen later is hun aantal weer gegroeid tot 50 miljoen, alsof een volk dat bijna werd uitgewist simpelweg weigert te verdwijnen. En precies op dat betwiste land speelt de wereld nu zijn grootste spel.

Het is hetzelfde land dat Irak binnenviel op basis van gefabriceerde informatie. Dat Afghanistan twintig jaar lang in een verstikkende oorlog hield. Dat Panama binnenviel, Somalië bombardeerde, Venezuela wurgt met sancties, Iran isoleert en bondgenoten de hand boven het hoofd houdt die door mensenrechtenorganisaties worden beschuldigd van oorlogsmisdaden. Het land dat bepaalt wie welkom is op deze wereld en wie niet — en dat nu de lijnen van het voetbalveld trekt.

En toch gebeurt er precies daar, op dat Amerikaanse gras, iets wat geen enkele wereldmacht kan regisseren. De veertigjarige keeper van Kaapverdië staat in het doel tegen de grote armada van Spanje. Voor de aftrap kenden slechts vijftigduizend mensen zijn naam; na die historische nul-nul waren het er vijf miljoen. Inmiddels negen miljoen. Want ja, zulke wonderen doet voetbal wel verrichten. Het is die ultieme rebellie van het spel: een man uit een klein, vergeten eiland die eigenhandig de miljoenen van een wereldmacht stopt en de harten van de planeet verovert.

Soms eis ik gekscherend New York terug. Het heette ooit immers New Amsterdam. En de Yankees? Dat komt historisch gezien gewoon van Jan en Kees. Iedereen beroept zich op de geschiedenis wanneer het goed uitkomt, maar niemand doet dat wanneer het pijn begint te doen.

En tot slot is er Frankrijk. Ik zeg weleens gekscherend: Afrika heeft het WK al een paar keer gewonnen, er stond alleen "Frankrijk" op de beker gegraveerd. Want wie de elftalfoto’s van 1998 en 2018 bekijkt, ziet vooral lichamen wier wortels liggen in Dakar, Bamako, Conakry of Yaoundé. Het is een cynische grap, maar het is bovenal een spiegel: koloniale erfenissen verdwijnen niet zomaar uit de geschiedenis, ze scoren tegenwoordig doelpunten.

Nederland is vandaag de dag een land van vele kleuren. Dat is geen kwestie van leedvermaak of spot, maar een realiteit die we simpelweg moeten erkennen. De kinderen van Suriname, Curaçao, Ghana, Kaapverdië en Somalië dragen inmiddels met trots het Oranjeshirt. En ja, de kinderen van Marokko en Turkije kiezen vaker hun eigen route, hun eigen vlag en hun eigen verhaal. Maar zij maken net zo goed deel uit van het Nederland dat ik om me heen zie, het Nederland dat ik vanbinnen voel, en het Nederland dat ik nog altijd hoop te begrijpen.

Als ik dan naar Lamine Yamal op het veld kijk – inmiddels achttien jaar oud – dan denk ik weleens: misschien herstelt deze jongen wel iets wat de wereld eeuwenlang heeft kapotgemaakt. Niet met zware woorden, maar met een simpele dribbel. Niet met vertoon van macht, maar met pure lichtheid; met voeten die weigeren te liegen.

En dan is er nog de kleine schaamte. Die dramatische 1–5 nederlaag tegen Zweden... Mijn geboorteland stortte destijds in elkaar alsof het zelf niet meer wist wie het was. Een Algerijnse influencer reageerde toen op sociale media met de woorden: “Eén continent, één volk, één geloof, één… vijf.” Ik moest lachen. Niet omdat het grappig was, maar omdat het precies die broederlijke, scherpe steek onder de gordel was die alleen een buurjongen je kan geven.

En toch — mijn hart klopt voor Nederland. Dat durf ik inmiddels hardop te zeggen. Ik hoop alleen dat dit land me niet ook op een dag beschaamd achterlaat. Want eerlijk is eerlijk: ze hebben ons al te vaak in de steek gelaten.

Mijn gedachten dwalen af naar een studentenkamer in Bologna, begin jaren negentig. Vers uit

Tunesië, zoekend naar adem, keek ik naar AC Milan. Van Basten, Gullit, Rijkaard. En de grote George Weah die niet veel later de harten van San Siro zou veroveren – de jongen uit de sloppenwijken van Monrovia die het later tot president van Liberia zou schoppen, en in die rol de wereld zou laten zien hoe een ware sportman vreedzaam de macht overdraagt.

Eén witte Nederlander, twee zwarte, en die reus uit Afrika. Drie sterren, drie stijlen en drie werelden in één elftal. In mijn jonge, naïeve geest werd dat een teken. Niet logisch of doordacht, puur een gevoel. Ik dacht: ik ga naar Nederland. Ik geloofde dat een land dat die harmonie op het veld toeliet, een oase van menselijkheid moest zijn.

Nu lach ik om die jeugdige verwarring. Het is de schone schijn van het spel; het laat je geloven dat er ergens aan de horizon een veilige plek bestaat waar iemand op je lijkt. En toch, de prachtige tulpen hier gunnen me zeker geen doorns.

En de bal rolt verder. Altijd verder.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor