
Nog nooit gaf de overheid in absolute bedragen zoveel geld uit als nu, terwijl het vertrouwen in de kwaliteit van publieke dienstverlening afneemt. De discussie over hogere belastingen op vermogen, erfenissen en schenkingen richt zich vooral op de vraag hoe de overheid aan meer geld komt en hoe de vermogensongelijkheid kan worden verminderd.
Maar een veel belangrijkere vraag blijft vaak liggen: waarom ervaren zoveel Nederlanders dat de overheid, ondanks recorduitgaven, steeds minder lijkt te leveren?
De zorg kampt met lange wachtlijsten, het onderwijs met een tekort aan docenten en politie, justitie en gemeenten hebben door personeelsschaarste moeite hun taken goed uit te voeren. Tegelijkertijd stijgen de collectieve uitgaven jaar na jaar. Dat roept de vraag op of het probleem vooral een tekort aan inkomsten is, of dat ook ondoelmatig en inefficiënt bestuur een belangrijke rol speelt.
Ons belastingstelsel en de controle op aangiften lopen steeds meer vast
Daarbij verdient niet alleen de hoogte van de belastingen aandacht, maar ook de inrichting van ons belastingstelsel. Nederland heeft in de loop der jaren een ingewikkeld geheel opgebouwd van toeslagen, heffingskortingen en uitzonderingsregelingen.
Dat maakt het stelsel moeilijk uitvoerbaar, vergroot de administratieve lasten en zorgt ervoor dat veel burgers nauwelijks nog begrijpen hoeveel belasting zij daadwerkelijk betalen of ontvangen. De toeslagenaffaire liet zien hoe kwetsbaar zo'n complex systeem kan worden.
Door de schaarste aan competente arbeidskrachten bij de Belastingdienst staat ook de controle op belastingaangiften steeds meer onder druk. Dat draagt niet bij aan het vertrouwen dat het belastingstelsel eerlijk en consequent wordt gehandhaafd.
Eerst hervormen, dan herverdelen
Daarom zou een fundamentele belastinghervorming de hoogste prioriteit moeten krijgen. Een eenvoudiger stelsel met minder uitzonderingen en minder afhankelijkheid van toeslagen maakt belastingheffing transparanter, eerlijker en beter uitvoerbaar, maar ook beter te handhaven.
Pas daarna is het zinvol het debat te voeren over een hogere belasting op vermogen. Daar zijn goede argumenten voor. Vermogensongelijkheid neemt eerder toe dan af en een evenwichtiger verdeling van de belastingdruk kan bijdragen aan een rechtvaardiger samenleving.
Maar nieuwe vermogensbelastingen toevoegen of de erfbelasting en schenkingsrechten verhogen in een al complex en moeilijk uitvoerbaar belastingstelsel vergroot het risico op nog meer complexiteit, uitvoeringsproblemen en nieuwe belastingontwijkingsconstructies.
De overheid moet zelf eerst op de schop
Een overheid die doelmatig en efficiënt werkt, begrijpelijke regels hanteert en zichtbaar betere publieke voorzieningen levert, zal ook meer maatschappelijk draagvlak vinden voor ingrijpende veranderingen in ons belastingstelsel. Niet de hoogte van de belastingen bepaalt uiteindelijk het vertrouwen van burgers, maar de kwaliteit van de overheid en de publieke voorzieningen die met dat geld worden gefinancierd.
Die kwaliteit wordt door veel burgers in 2026 kritisch beoordeeld. Het gevoel bestaat breed dat de overheid onvoldoende waarmaakt wat burgers van haar mogen verwachten. De publieke voorzieningen krijgen daarmee maatschappelijk gezien eerder een onvoldoende dan een voldoende.
Pas als de overheid eerst laat zien dat zij effectief, transparant en doelmatig werkt, ontstaat er ruimte voor een eerlijk debat over wie welke bijdrage aan de samenleving zou moeten leveren.