
Met veel bombarie en een gelikt campagne-evenement werd de nieuwe naam van GroenLinks-PvdA gepresenteerd. Vanaf heden gaan deze rode en groene partij samen verder onder de naam: Progressief Nederland. Kortweg: Pro. Hoe enthousiast en eensgezind de naam van de nieuwe baby ook werd verkocht aan de media, het maskeert een gebrek aan gezonde ledendemocratie én sluit niet aan bij de belofte om een grote, linkse volksbeweging te willen zijn.
De fusie tussen GroenLinks en PvdA is al zo’n vijf jaar bezig en logischerwijs moeten nu concrete stappen vooruit worden gezet. Met haast Noord-Koreaanse uitslagen van rondom de 90% besloten de leden van beide partijen om nu eindelijk te fuseren tot één geheel. Een nieuwe naam hoort daar bij en tegelijkertijd roept deze keuze de vraag op: wat voor partij willen we samen zijn en bovenal: voor wie? De keuze voor ‘Progressief Nederland’ valt me tegen. Bovenal de manier hóe deze tot stand is gekomen. Het bevestigt de achilleshiel van voormalig GroenLinks-PvdA. Een gebrek aan gezonde ledendemocratie, een falende campagnestrategie en een ongezonde focus op beeldvorming. Laten we beginnen met de fusie-naam.
“Progressief” is simpelweg geen woord waar veel kiezers warm voor lopen of een positieve associatie mee hebben. Zelfs onder de eigen achterban. Dat liet Hart van Nederland al snel zien in een peiling. Politieke termen als sociaal, rechts, liberaal, links en groen maken heel snel duidelijk voor potentiële kiezers waar je voor staat. De stemmer weet je dan te plaatsen. Dat geldt veel minder voor termen als ‘progressief.’ Jammer dat beide partijen een simpel straatonderzoek achterwege hebben gelaten. Loop een markt op en stel voorbijgangers de vraag wat ze associëren met ‘Progressief Nederland’ en waarschijnlijk roepen ze termen als Rob Jetten, de lokale partij waar ze net op gestemd hebben, optimisme, ‘ergens voor zijn.’ Of: ‘ik weet eigenlijk niet wat je bedoelt met progressief.’ Terecht zei Julia Wouters in podcast ‘de Spindokters’ dat het woord ‘sociaal’ veel beter de lading dekt én meer mensen kan aanspreken.
De manier waarop deze naam tot stand is gekomen, geeft ook stof tot nadenken. Van bovenaf werd deze fusienaam bepaald en via een gelikte campagne aan de wereld gepresenteerd. Alles trokken de campagnebureaus van GroenLinks en PvdA uit de kast. Gelikte merchandise, prominente partijcoryfeeën die talkshowtafels bezetten, billboards langs de snelwegen. Het maskeert het gebrek aan gezonde partijdemocratie en voeling met de samenleving. Zo schrijft Stijn Verbruggen: “Een ‘academisch’ woord (progressief) dat in de grachtengordel goed valt, maar fabrieksarbeiders niks zegt. Dat had ik liever andersom gehad.”
Partijbesturen hadden er ook voor kunnen kiezen om hun leden meerdere opties voor een nieuwe partijnaam voor te leggen, waarop men kon stemmen. Waarom is er niet voor die route gekozen? Daar heb ik wel een verklaring voor. Diep vanbinnen zijn de partijbestuurders van zowel GroenLinks als de PvdA onvoldoende fan van ledendemocratie, teveel gefocust op beeldvorming en missen ze de intrinsieke wil en vaardigheden om een brede, linkse volkspartij te willen zijn.
Harde verwijten, maar ik probeer deze kritiek goed te onderbouwen. Laten we beginnen met de ledendemocratie bij zowel GroenLinks, als de PvdA. Niet voor niks het belangrijkste speerpunt van mijn campagne, toen ik partijvoorzitter van GroenLinks probeerde te worden in 2022.
Alles wat betreft linkse samenwerking is uiterst democratisch verlopen met veel respect voor diverse opvattingen in beide partijen. Met meerdere ledenreferenda, een geloot ledenberaad en respect voor interne ledencoalities als RoodGroen, was dit achteraf een uitermate democratisch proces. Waarvoor hulde. Over linkse samenwerking was de ledendemocratie goed op orde. Deze dappere samenwerking, brengt je echter geen automatische verkiezingswinst. Dat hebben de recente verkiezingsuitslagen op zowel landelijk als gemeenteraadsniveau, wel aangetoond.
CPB-doorrekeningen, doorwrochte verkiezingsprogramma’s, honderden vrijwilligers die van deur tot deur gaan in dorpen en steden, zijn geen garantie voor electoraal succes. Verkiezingen worden (helaas) gewonnen door politiek leiders die debatten weten te domineren. En door een slim campagneteam dat gebruikmaakt van elke kans en de toon in de samenleving goed aanvoelt.
Met droge ogen beweerde Jesse Klaver gisteravond dat het ‘een goede traditie is bij onze partijen dat de politiek leider door de leden wordt gekozen.’ Dat is bullshit. En hij kan het weten. Jesse Klaver is aangewezen door toenmalig GroenLinks leider Bram van Ojik, die de partij uit het moeras trok. Sindsdien heeft er nooit een geloofwaardige leiderschapsverkiezing binnen GroenLinks plaatsgehad, tussen diverse kansrijke kandidaten.
De Partij van de Arbeid heeft net zo weinig op met leiderschapsverkiezingen. Bij beide partijen komt die weerzin voort uit trauma’s uit een ver verleden. De desastreuze strijd tussen Lodewijk Asscher en Diederik Samsom. En tussen Jolande Sap en Tofik Dibi bij GroenLinks. Leden kregen vaak een Noord-Koreaanse keuze voorgelegd. Ben je voor Frans Timmermans als leider, of niet? Zo’n keuze is geen democratie, het is een voldongen feit.
Mislukkingen en trauma’s uit het verleden zijn echter geen excuus om de partijdemocratie van vandaag terzijde te schuiven. Al in geen 10 jaar (PvdA) en 15 jaar (GroenLinks) hebben leden een geloofwaardige verkiezing meegemaakt met een boeiende keus tussen meerdere sterke kandidaten die de aanvoerder mochten worden van een linkse partij. Ik vind dat democratische armoede.
Voor wíe zijn we als linkse partijen op aard? Die vraag is net zo urgent en noodzakelijk, als het vraagstuk omtrent politiek leiderschap. Persoonlijk voel ik me wat ongemakkelijk over het feit dat Klaver blijft hameren op de middenklasse. Ook nodig. Maar is opkomen voor de meest kwetsbaren, niet meer onze raison d'être? Ooit was de uitgesproken ambitie van zelfs GroenLinks zelfstandig om uit te groeien tot een brede volkspartij. Jesse Klaver lanceerde een tour langs bedrijfskantines.
Het idioom van ‘Progressief Nederland’ spreekt deze ambitie tegen. Leden ontmoeten elkaar via een ‘Get Together’ of een ‘Meet-up.’ Campagnetermen die rechtstreeks zijn overgenomen uit progressieve campagnes in Amerika, maar niet het grote volksdeel aanspreken in Nederland. Klaver had het lef om opnieuw te spreken over een ‘brede, linkse volkspartij’, net als 10 jaar geleden. Dan is er voor Progressief Nederland wel wat werk aan de winkel. De uitslag van de recente gemeenteraadsverkiezingen laat zien dat GroenLinks-PvdA relatief goed scoort in hoogopgeleide steden, maar te veel verliest buiten de Randstad in regio’s als Friesland en Groningen. Kortom: Progressief Nederland verliest de verbinding met een deel van de achterban, die zich verweesd voelt. Hoe wil je dit als volkspartij oplossen? Hoe wil je überhaupt weer een brede, linkse volkspartij worden?
Helaas is nostalgie ook een dominante factor bij campagnestrategen. In allerlei campagnespotjes en ‘stories’ op Instagram, zie je heimwee naar voormalig premier Den Uyl, feminist Hedy d’Ancona en bouwwethouder Jan Schaefer. Stuk voor stuk iconen uit de rijke traditie van de sociaaldemocratie met enorme prestaties. Door ze opnieuw ten tonele te brengen, hoopt Progressief Nederland het publiek te overtuigen dat het nóg een keer kan. Net als 70 jaar geleden. Een wooncrisis oplossen, vrouwenrechten voor elkaar boksen, de macht grijpen. Maar de gemiddelde herinnering van de kiezer gaat slechts tien jaar terug, maximaal. Hoe denk je überhaupt jongeren aan je te binden, door krampachtig vast te houden aan dit verhaal van vervlogen tijden?
Het viel me op dat geen enkele GroenLinkser terugkwam in de eerste campagnespot van Progressief Nederland. En hoe langer ik daarover nadacht, hoe kleinzeriger en benepen ik mijn gedachten vond. Want politiek kent een lange traditie van afsplitsingen en samengaan. De Partij van de Arbeid is ontstaan uit een verbond van ten minste drie partijen. GroenLinks is geboren uit een fusie en een prachtig samengaan van pacifisten, linkse christenen, communisten en radicale activisten. Die rode of groene partijkleuren, daar moet geen kinnesinne over zijn. We moeten ons verheugen in idealisme, activisme en pragmatische politiek. Zoals arbeiders in volkshuizen een verbond sloten met activistische studenten bij de Piersonrellen in Nijmegen, waarmee sloop voorkomen werd en sindsdien links de macht greep in onze stad.
Het samengaan van GroenLinks en de PvdA had en heeft een belofte in zich. Samen zijn we groter dan de som der delen. Zijn we in staat om naast eigen idealen macht te verwerven? Ook hier moeten we helaas kritisch zijn op het voorlopige resultaat. In 2023 behaalden GroenLinks en PvdA samen 25 zetels, waarvan je kan betogen dat samen optrekken tot meer zetels heeft geleid. Ultieme domper was echter de groteske verkiezingswinst van de PVV met 37 zetels en een chaotisch-ultrarechts kabinet Schoof 1. Samen waren we enorm aangedaan over het feit dat radicaal-rechts aan de knoppen kwam. Ik vond deze uitslag uitermate teleurstellend, omdat vier (!) neoliberale kabinetten onder regie van Mark Rutte, zo weinig kansen en winst boden voor gezamenlijk links.
Amper een jaar later moest GroenLinks-PvdA een fiks verlies slikken bij de Tweede Kamerverkiezingen. Frans Timmermans trad af met een elegante buiging. Kiezers hadden meer hoop gevonden bij D66. Winst was er ook voor het CDA. Linkse broeders als Partij voor de Dieren en de SP verloren een beetje. De VVD won min of meer de formatie. Spindokters en campagnestrategen ter linkerzijde krijgen de Mozeskriebel als ik dit zo benoem, want elke verkiezingsuitslag moet kunnen worden uitgelegd als een overwinning. Zéker ‘Progressief Nederland’ heeft er een kunst van gemaakt om elke uitslag te presenteren als winst. Ik adviseer wat terughoudendheid. Een grote kans is er ook voor open doel, omdat het Kabinet Jetten-1 keiharde bezuinigingen wil doorvoeren op de zorg en de sociale zekerheid.
Zo moeten we de belofte van GroenLinks-PvdA zien. Afgezet tegen een speelveld waar landelijk neoliberale partijen de macht behielden en extreemrechts schrikbarend veel verkiezingswinst boekt. In die context is het heel verstandig dat links de krachten bundelt, maar moeten ze ook samen in staat zijn om de macht te grijpen en idealen te verwezenlijken.
Op de keper beschouwd heeft de combinatie GroenLinks-PvdA wat verloren in drie verkiezingen op rij. Haar belofte dat krachtenbundeling van de rode en groene partij tot betere resultaten leidt dan afzonderlijk de strijd aangaan, is nog niet waargemaakt. De opdracht aan Progressief Nederland is wel: kom met een geloofwaardige strategie en aanpak om die brede linkse volkspartij te worden. Dat is gekozen voor de naam ‘Pro’ maakt me een beetje bang dat het contact met vele kiezers verloren raakt. Probeer alsjeblieft weer die brede volkspartij te worden. Zet campagnetijgers en strategen aan het roer die goed aanvoelen hoe terminologie, beleidskeuzes en speeches weer voeding kunnen hebben in allerlei sociale klassen en vergeten regio’s. En durf het aan om leden meer vertrouwen te geven. Leg te zijner tijd een geloofwaardige keuze voor wie Progressief Nederland moet aanvoeren.
‘Progressief’ betekent in de kern: vooruitgang. Een term die meer resoneert bij hoger geschoolden dan op de markt. Vooruitgang willen we allemaal. Zicht op een betere toekomst. Met solidariteit, een leefbare planeet, de hoop dat generaties na ons ook geluk mogen nastreven. Daar zijn we allemaal voor, hoop ik. Politieke partijen van links tot rechts gebruiken dan ook precies deze woorden.
Waar ben je voor? Voor wie kom je op? Of om met filosofe Simone Weil te spreken: ‘waar vechten wij voor?’
Opeens schiet me een geweldige zin te binnen. ‘Knokken voor wat kwetsbaar is.’ Ja, daar ben ik Pro! Euh, voor.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.