Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Een café vol kikkers, een wereld vol bommen

Vandaag
leestijd 4 minuten
351 keer bekeken
ANP-551731264

De sprong van angst naar absurditeit is tegenwoordig één beweging van de duim.

Op het terras van ’t Opkikkertje ben ik inmiddels een soort vaste klant; hun koffie is het enige waar ik momenteel blind op vertrouw. Binnen verzamelen ze kikkerpoppetjes — ruim achtduizend stuks — in vitrines die van het café een soort amfibisch museum maken. Buiten, op de Markt, verzamelt de stad zelf haar eigen rariteiten.

Vóór mij zit een blond pubermeisje. Met bijna heilige toewijding voert ze een duif, maar zodra een brutale kraai een graantje probeert mee te pikken, slaat de sfeer om. “Oprotten, klootzak!” snauwt ze. De liefde is selectief op de Bossche Markt.

Achter me hoor ik een kip. Een net bevallen kip, aan het gekakel te horen. In het zwarte glas van mijn telefoon zie ik de dader: een man met een rond gezicht en een onvervalste boerenblik. Hij kakelt zo overtuigend dat ik onder mijn tafel zoek naar een ei. Tevergeefs. Geen kip, geen ei, alleen de nuchtere klinkers van Den Bosch.

Verderop staat een man die bijna bezwijkt onder de tassen van dure kledingmerken. Met een brandende sigaret in zijn mondhoek roept hij naar zijn dochtertje: “Nora, hier komen!” De rook kringelt om zijn tirade heen: vrouwen die alleen maar willen winkelen, kinderen die nooit luisteren, een voetbalploeg die nooit iets wint. Nora luistert niet. Ze verdwijnt in de volgende winkel, op zoek naar haar moeder.

En terwijl ik daar zit, tussen kikkers, kraaien en kakelende mannen, schuift de wereld via mijn telefoon naar binnen alsof hij geen toestemming nodig heeft. Eén swipe, en ik beland in een andere werkelijkheid: complotdenkers die met een rechte rug beweren dat de aarde plat is, mensen die roepen dat “de ander” ons komt overspoelen, en dan — zonder waarschuwing — een trotse vriend die vertelt over het enorme achterwerk van zijn nieuwe vriendin. De sprong van angst naar absurditeit is tegenwoordig één beweging van de duim.

Op mijn telefoon verdwijnt ook een meisje, maar dan voorgoed. Geen winkel, geen moeder, alleen een kort filmpje dat de wereld in flitsen laat zien: een sirene, een rennende menigte, een ingestorte gevel. De algoritmes serveren het alsof het een tussendoortje is, tussen een kookvideo en een influencer die haar nieuwe lippen demonstreert.

De laatste dagen lijken die flitsen alleen maar harder binnen te komen. Beelden uit Tunesië, beelden uit Nederland — dezelfde angst, dezelfde ontmenselijking, dezelfde toon die steeds kouder wordt.

Het is alsof de wereld niet meer in landen is verdeeld, maar in kamers vol echo’s, waar dezelfde woorden rondzingen: indringers, overlast, gevaar. Alsof de menselijkheid langzaam wordt uitgegumd door herhaling.

En ergens tussen die beelden door zie je hoe een conflict tussen grootmachten — de VS, Israël, Iran — steeds minder draait om feiten en steeds meer om valse beelden, framing en angst. Een strijd waarin niemand werkelijk wint. En eerlijk gezegd: als het aan mij lag, won geen van de drie. Hoe dat eruit zou zien weet ik niet, maar een wereld zonder hun triomf lijkt me moreel gezien het minst onrechtvaardig.

De oorlog komt niet meer via kranten binnen, maar via de zijkant van je scherm. Een tik, een swipe, en je zit ineens in een straat die je nooit zult bezoeken, bij mensen die je nooit zult ontmoeten, maar wier angst je toch raakt. Niet omdat je het wilt, maar omdat je telefoon vindt dat je het moet zien.

En ergens tussendoor lees ik dat een Italiaanse topcrimineel ooit Van Basten wilde ontvoeren, maar het plan afblies omdat hij Inter geen plezier gunde. Zelfs misdaad heeft soms meer principes dan politiek.

Ik moest lachen om mijn eigen naïviteit. Italië lag te dicht bij Tunesië — niet alleen geografisch, ook politiek. Craxi was bevriend met Ben Ali; zelfs daar voelde ik de schaduw van het regime. Ik wilde verder weg, echt weg. En ergens in die verwarring keek ik naar Nederland met een bijna kinderlijk idee van hoop. Drie spelers bij AC Milan — Rijkaard, Gullit, Van Basten — en in mijn hoofd werd dat een rekensom: als zij daar kunnen schitteren, dan moet Nederland een land zijn waar iemand zoals ik kan ademen. Het was geen logica, het was verlangen. Maar het was wél een van de redenen waarom ik uiteindelijk voor Nederland koos.

En ik? Nu, drie decennia later, met een kind dat zelf vijfentwintig is, kijk ik naar deze wereld en vraag me af of hij ooit dezelfde ademruimte zal vinden waar ik destijds zo wanhopig naar zocht.

— “Is alles naar wens?” vraagt Steven, de vriendelijke jonge ober. Zijn stem haalt me terug uit oorlogen, algoritmes en herinneringen. “Nog een kopje koffie, alsjeblieft.” Misschien lukt het me dit keer om het zonder ellende te drinken. Had ik mijn aandacht maar gehouden bij dat meisje dat niet naar haar vader luisterde en verdween in de winkel hiernaast — of bij de man die de kip nadeed, lachend, zorgeloos, alsof de wereld nog heel even niet in brand stond. Soms denk ik dat de wereld eenvoudiger is dan mijn telefoon me wil laten geloven.

Meer over:

leven, migratie, opinie
Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor