Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De bloei van bijlesinstituten bewijst de crisis in het onderwijs

Vandaag
leestijd 5 minuten
257 keer bekeken
ANP-307583609

Er is te veel bullshit in het systeem geslopen

In Zuid-Korea krijgt tachtig procent van de middelbare scholen bijles op speciale peperdure instituten. In Japan heersen vergelijkbare toestanden. Wie dat niet wil of kan betalen, kan toelating tot een behoorlijke universiteit wel vergeten. Alles bij elkaar leidt dit tot veel stress bij teenagers, die uit kan lopen op depressies of erger.

Blijkbaar gaat Nederland ook die kant op. Steeds meer ouders doen hun kinderen op bijles omdat zij anders hun eindexamen niet halen. Daar schrijft de NRC een uitgebreid artikel over. Redacteur Fitria Jelyta verlaat zich in deze reportage nogal op de onderwijssocioloog Illiass El Hadioui, die doceert aan de Erasmus Universiteit en bovendien onderzoeksleider is van een adviesbureau voor scholen in de grote stad, de Transformatieve School. Hij onderschrijft het nut van bijlessen maar vindt tegelijkertijd dat een andere organisatie van onderwijs op scholen die overbodig kan maken. Zijn winkel laat hij daarbij ongenoemd.

Het woord “onderwijscrisis” valt in het hele artikel niet. Toch is de Nederlandse bijlescultuur daarvan een blijk. Toen ik in de jaren zestig van de vorige eeuw op het gymnasium zat, was dit fenomeen vrijwel onbekend. Er bestond geen behoefte aan. We rooiden het met vallen en opstaan, geluk en wijsheid zelf, in het spoor gehouden door autoritaire en niet in alle gevallen inspirerende docenten, die allemaal een academische opleiding achter de rug hadden of tenminste een MO B. Dat was een loeizware opleiding in de avonduren, die niet veel onderdeed voor een universitaire studie.

Het is onbegrijpelijk dat nú zoveel leerlingen in het voortgezet onderwijs blijkbaar bijlessen nodig hebben om het eindexamen te overleven. De eisen zijn niet zwaarder dan vroeger, integendeel. Het moet iets te maken hebben met de kwaliteit van het onderwijs en de effectiviteit van de gebruikelijke didaktiek. Geldgebrek kan evenmin de oorzaak zijn, wellicht wel de enorme sommen die worden weggegooid aan allerlei controlesystemen van het docentencorps, dat steeds meer aan banden wordt gelegd. Opa vertelt nu verder. In de tweede helft van de jaren zeventig heb ik enkele jaren les gegeven op een HAVO-top van de Gemeentelijke Pedagogische Academie in Rotterdam, die zowel Gerard Cox als Koos Postema onder de oud-leerlingen telde. De HAVO-top was bedoeld voor mensen met een mavodiploma die toch leerkracht wilden worden. De Pedagogische Academie was gevestigd in twee aftandse schoolgebouwen en ik werd min of meer voor de leeuwen gegooid. Men reikte mij een lerarenagenda uit waarin ik de namen van de leerlingen opschreef. Er was ruimte voor het noteren van de cijfers en het bijhouden van die agenda vormde mijn administratieve last. Alle betrokken docenten hielden rapportvergaderingen waarop de (wan)prestaties van elk van hen werden besproken. Voor het overige konden wij ons aan onze eigen lessen wijden. Veel leraren - ik ook - hadden hun vraagtekens bij de gebruikte boeken. Dan maakten we als aanvulling ons eigen materiaal, dat wij op school lieten stencilen. Jonge heer, jonge dame, google zelf wat stencilen was. Ook hier was het fenomeen bijles goeddeels onbekend. De meeste collega’s waren door het halen van die MO-diploma’s opgeklommen van onderwijzer op de lagere school tot docent op de Pedagogische Academie. Ik heb ontzettend veel praktische dingen van hen geleerd want ze keken wel eens om de hoek van mijn lokaal en spaarden hun op- en aanmerkingen niet. In feite hebben zij mij tussen de bedrijven door effectief lesgeven geleerd. Er heerste een breed wantrouwen tegen pedagogen, ook wel aangeduid als pedagoochelaars. Tegelijkertijd waren we er bewust op uit het beste uit leerlingen te halen. Emancipatie stond hoog in ons vaandel. Wat mentaliteit betreft stond Koos Postema model voor wat we met de school wilden.

Die HAVO-top bestaat niet meer en de pedagogische academies zijn opgelost in de lerarenopleidingen van de hogescholen.

Iets zegt mij dat de sfeer en de aanpak op die bijlesinstituten heel veel gemeen heeft met die op de middelbare scholen functioneerden waar ik een halve eeuw geleden ervaring opdeed - als leerling en als docent. Je krijgt er afgepaste hoeveelheden leerstof aangeboden. De begeleiders - want zo zullen ze wel heten - geven nadere uitleg en beantwoorden vragen. Kennisoverdracht en het kweken van begrip staan centraal.

Op het reguliere voortgezet onderwijs hebben sinds de jaren tachtig de pedagoochelaars, de boekhouders en de managers de macht overgenomen. In mijn tijd hadden middelbare scholen zo’n achthonderd tot duizend leerlingen. Dat waren overzichtelijke aantallen. Nu zijn ze net als het MBO en het HBO ondergebracht in grote conglomeraten met tienduizenden studenten en een dik betaald college van bestuur en een leemlaag aan beleidsmedewerkers, communicatiedeskundigen en meer van dit soort types, wier functies door de antropoloog David Graeber omschreven worden omschreven worden als bullshit banen. Zij leggen bij elkaar een groot beslag op de beschikbare budgetten. Wat zij er voor teruggeven is en vloed aan regels en procedures die er allemaal op gericht zijn het leven voor de docenten gemakkelijker te maken maar waarin zij vastlopen. Datzelfde geldt voor de regelgeving vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar werken hetzelfde soort experts als in de bestuursafdelingen van de onderwijsmolochs met hun tienduizenden studenten.

De crisis in het onderwijs, het feit dat zoveel leerlingen van school komen zonder goed te kunnen lezen en schrijven, die crisis heeft daar alles te maken. Extra bewijs leveren de scholen, die bovengemiddeld succes hebben met het opleidingen van hun leerlingen. Die hebben zich allemaal op de een of andere manier aan de regelgeving en de vaste procedures weten te onttrekken. Daarom functioneren zij.

De bijlesinstituten zijn een soort zwammen op het zieke Nederlandse onderwijsbestel. Ze profiteren van de verminderde weerstand in het systeem. Ze dragen bij tot de maatschappelijke ongelijkheid want alleen ouders die diep in de portemonnee (kunnen) grijpen zijn in staat hun kinderen ernaartoe te sturen. Daardoor wordt armoe net als vroeger erfelijk. De kinderen uit gezinnen met weinig geld gaan zonder diploma´s werken en bewonen de rest van hun leven de onderste regionen van het loongebouw. De kinderen der rijken krijgen aan alle kant hulp en opkontjes om vooruit te komen. Net als in de negentiende eeuw. Als ze tenminste niet letterlijk gek worden van alle bijles.

Minister van onderwijs Rianne Letschert staat dan ook voor een titanenarbeid. Het probleem: om de onderwijscrisis werkelijk op te lossen moet zij een systeem afbreken dat haar zélf alle kansen heeft gegeven. Haar staatssecretaris Judith Tielen was eerder marketeer op het gebied van geneesmiddelen en babyvoeding.

Met andere woorden: de bullshit blijft.

Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo´n schandalige compensatie is geboden voor het toestaan van nieuwe heffingen.

Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: belasting op vermogen. Te laag of te hoog?

Meer over:

opinie, bijles, onderwijs
Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor