Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

De bevrijdende dood van de ayatollah

01-03-2026
leestijd 5 minuten
2582 keer bekeken
ANP-538023877

Zaterdag, nadat de geruchten al urenlang rondzongen over zijn dood, bevestigden in de avonduren ook betrouwbare bronnen en weer uren later ook de persbureaus van Iran het: de hoogste leider Khamenei was gedood. Hij was door Amerikaans-Israëlische aanvallen getroffen in de schuilkelder van zijn werkpaleis in Teheran

Toen het bericht ook tot het volk doordrong - en dat was veel eerder dan de officiële bevestiging door het regime – gingen mensen massaal de straat op, in het holst van de nacht. Niet om te rouwen om de ‘goedheiligman’, maar om te dansen en te feesten. Eindelijk, eindelijk waren ze van deze wrede ayatollah af. Nog geen twee maanden geleden had hij opnieuw zijn moordbrigade op duizenden demonstranten afgestuurd. Duizenden demonstranten vonden door hem hun dood in de straten van Iran. Dansend en onbevreesd feestend en toeterend waren de mensen nu de straten opgegaan, om de zoete wraak te vieren.

Bij het ochtendgloren, toen het nieuws officieel was, werd een andere groep de straten van de grote steden opgestuurd, georkestreerd en georganiseerd. Dit was de rouwstoet, de aanhangers en aanbidders van de ayatollah. Ook geen kleine groep, maar het oogde zo kunstmatig en futloos, hun tranen en hun gejammer. Alsof het ook tot hen was doordrongen. Dit was niet alleen rouwen om hun leider, maar ook afscheid van een tijdperk. Een tijdperk dat zij het voetvolk van waren, en dat ervoor beloond werden het voetvolk te zijn.

Met de dood van Khamenei komt een einde aan het tijdperk van sjiitische geestelijken op de troon van Iran. Het regime zal vast en zeker als tijdelijke leiding een hoge raad naar voren schuiven en daarin zal vast en zeker ook weer een geestelijke zetelen. Maar het tijdperk van een koning-moellah is voorgoed voorbij.

Zaterdag bestond mijn dag uit het op de voet volgen van de ontwikkelingen in Iran. In de ochtend nog eerst met de hand - zolang internetverbinding het toeliet – door in contact te zijn met een netwerk van denkers en duiders in Iran. Daarna via de sociale media en zappend tussen BBC-Persian, Al Jazeera en ook regelmatig kijkend naar het satelliet-TV en mediaplatform “Iran International”.

Gisteren was een oude bekende van mij regelmatig aan het woord bij deze Iran International. Een dissident met een fascinerend levensgeschiedenis. We noemen hem hier ‘J’. Ik ken J al zo’n twintigjaar, ik heb hem in verschillende landen, vanuit verschillende hoedanigheden gezien en gesproken. Toen J uiteindelijk als politieke vluchteling in Parijs belandde heeft hij met zijn mooie pen en eloquente beschouwing als columnist geschreven voor Teheran Review, een tijdelijk mediaplatform dat ik met hulp van internationale NGO’s die onafhankelijke media steunen, heb mogen oprichten en als hoofdredacteur mogen runnen om gevluchte Iraanse journalisten te helpen hun beroep te blijven uitoefenen. Dat was nadat zij na de Groene Beweging van 2009 Iran moesten ontvluchten.

Gisteren vertolkte en verdedigde J. de noodzaak en het nut van de aanval van Israël en Amerika op Iran als geen ander. Dit bloeddorstig regime had de oorlog aan de eigen burgers verklaard en had jaar in jaar uit bewezen dat het alleen voor grof geweld zou buigen, niet voor de wil van het eigen volk, redeneerde hij in een notendop.

Wat de gemiddelde kijker niet kon weten is dat deze J. een heel bijzonder levenstraject heeft doorlopen om nu – als begin vijftiger – hier te staan en een vurig aanhanger van regime-change met behulp van Amerikanen en Israëliërs te worden. Het is het verhaal van welhaast een metamorfose, zij het met een lange aanloop en in fases. Zijn politieke levenstraject loopt nagenoeg gelijk op met het zevenendertigjarige tijdperk van ayatollah Khamenei als hoogste leider. Rond dezelfde tijd dat Khamenei de troon van hoogste leider besteeg trad J. - in plaats van naar middelbare school te gaan - als 13-jarige toe tot een sjiitisch seminarie in Qom (het Vaticaan van de sjiieten). Het was zijn eigen wil. Een geestelijke wilde hij worden en in die hoedanigheid het volk tot vroomheid brengen.

De jaren negentig braken aan en de Islamitische Republiek begon aan haar tweede decennium. De sjiitische geestelijken raakten als institutie meer en meer verweven met de staat, wonnen steeds meer aan macht en invloed. Rijkdom en aanzien kwam hen toe. Naarmate de jeugdige J. volwassener werd zag hij met lede ogen hoe corrumperend de formule van 'Islamitische Republiek' op de geestelijken had gewerkt. Hij begon te rebelleren, eerst nog van binnenuit als jonge geestelijke die zijn leermeesters, de ayatollahs ter verantwoording riep.

In 1997 toen Mohammad Khatami, ook een geestelijke, het presidentschap won, ontstond even een vonk van hoop bij J. en vele jongeren. Khatami benadrukte het belang van vrijheid, burgerschap en civil society bij zijn aantreden. J. werd een van zijn jongste adviseurs. Maar de hoop was van korte duur. Na het op moorddadige wijze neerslaan van studentenprotesten die voor persvrijheid waren opgekomen (1999), verkondigde J. publiekelijk dat hij zich schaamde om nog bij sjiitische geestelijken te horen. Dat het onder bewind van deze geestelijken en hun politieke islam was dat de burgers bij het kleinste protest zonder genade werden gedood. J. ontdeed zich voorgoed van de typische tulband en maakte zich mentaal los van de sjiitische geestelijken.

Hij werd meerdere keren veroordeeld om zijn vurige kritiek op de Islamitische Republiek. Bij het vooruitzicht op de zoveelste gevangenisstraf besloot hij om te vluchten en Iran te verlaten. Maar vóór zijn vlucht ging hij nog een laatste keer op bezoek bij Khatami, die toen al geen president meer was. Misschien zocht hij nog een vonkje hoop bij zijn oud-idool. Wie weet.

Jaren later vertelde hij mij dat dat bezoek hem juist de laatste hoop ontnam dat dit regime zich van binnenuit zou kunnen hervormen. J. had zonder er veel woorden aan vuil te maken en via wat indirecte opmerkingen aan oud-president Khatami duidelijk gemaakt dat hij voor een definitief afscheid op bezoek kwam, dat hij het land zou uitvluchten. Met indirecte opmerkingen, want het was algemeen bekend dat de hoogste leider Khamenei – wantrouwig als hij was en bang voor ieder mogelijk concurrent - oud-president Khatami en alle andere kopstukken van het regime liet afluisteren.

Khatami, zonder de naam van Khamenei te noemen, wees naar het portret van Khamenei dat naast dat van Khomeini in zijn werkkamer hing – want die portretten horen nu eenmaal te hangen in de werkkamer van een oud-president van de Islamitische Republiek – en had gezegd: “Zolang die er is, zal er niets veranderen. Je hebt een goed besluit genomen”.

Het is ruim twintig jaar geleden dat deze scène zich afspeelde tussen J. en de oud-president en sjiitische geestelijke Khatami, de man die voor J. en jongeren ooit de icoon was van hoop op hervormingen. Die andere geestelijke, ayatollah Khamenei is nog lang en stevig in het zadel blijven zitten. Die lange zit heeft alle hoop op een geleidelijke hervorming van het regime van de ayatollahs naar een democratischer en menselijker regering teniet gedaan. Niet alleen bij J. maar bij de meerderheid van de Iraniërs.

Ironisch is het dat de ex-geestelijke J. gisteren als het meest vurig uit de verf kwam in het verdedigen van de aanval van Israël en Amerika op Iran en de noodzaak van een gewelddadige einde aan de Islamitische Republiek. Maar ook tekenend voor het definitieve failliet van de sjiitische geestelijke kaste die zich in Iran de politieke macht toe-eigende.

Meer over:

opinie, iran, islamsme
Delen:

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor