* BNNVARA - Sprookje | Column Claudia de Breij
Word lid

Sprookje | Column Claudia de Breij

leestijd 3 minuten
Sprookje | Column Claudia de Breij

Toen haar moeder, de koningin, voelde dat het bijna zou gebeuren, bracht de koning haar naar het Ziekenhuis van de Broeders en Zusters van de Liefde. ‘Welkom, majesteiten!’, zeiden de broeders en zusters. ‘Kom maar gauw, hier kan het prinsesje geboren worden. Wij geloven in God, en God is liefde, dus wij zorgen voor u!’

Het kleine prinsesje, nog veilig in de buik, volgde het licht en vond de uitgang.

Haar ouders waren blij met haar, ze dronk melk, at koekjes, en voor haar ouders het wisten waren er jaren voorbijgevlogen en kwam ze, inmiddels een mooie, sterke prinses, thuis met haar verkering. ‘Kijk mama, papa, dit is mijn droomprins en jullie worden opa en oma!’

Het kleine prinsje zou bijna geboren worden, de prinses voelde het, dus bracht haar droomprins haar naar het ziekenhuis van de Broeders en Zusters van de Liefde. Het heette nu ‘Medisch Centrum de Liefde’. De broeders en zusters waren weg. ‘Welkom majesteiten,’ zeiden de dokters en verplegers tegen de prinses en haar man. ‘Waar zijn de broeders en zusters?’ vroeg de prinses, want ze wist nog wie haar op de wereld hadden geholpen. ‘Die zijn er niet meer. God is dood, helaas, maar de liefde niet. Hier kan het prinsje geboren worden! Wij geloven nu in de verzorgingsmaatschappij, dus wij zorgen voor u!’

De dokters en verplegers waren minstens zo lief en toegewijd als de broeders en zusters van vroeger. Het kleine prinsje, nog veilig in de buik, volgde het licht en vond de uitgang.

De kleine prins groeide op. Zijn moeder werd koningin, zijn vader koning en ze leefden betrekkelijk lang en behoorlijk gelukkig. Maar ook in sprookjes komt de ouderdom met gebreken, dus de prins maakte zich steeds meer zorgen. De koning en de koningin werden oud en zwak.

Zo zwak zelfs, dat de prins ze niet meer zelf kon verzorgen en zijn ouders naar Medisch Centrum de Liefde moest brengen. Het heette nu alleen nog maar ‘Medisch Centrum’. ‘Wat is er met De Liefde gebeurd?’ vroeg de prins aan iemand die zich voorstelde als ‘de zorgmanager’. ‘Oh, die is helaas komen te vervallen. Dat is nog van vroeger, van toen de broeders en zusters hier geloofden in God.’‘Toen ik hier geboren werd waren die al weg hoor,’ zei de prins. ‘Mijn verplegers geloofden in de verzorgingsmaatschappij.’

‘Grappig’, zei de zorgmanager. ‘Daar geloven wij allang niet meer in. Wij geloven in de vrije markt. Daardoor kunnen wij hier de béste zorg aanbieden tegen een concurrerend tarief. Als uw ouders ergens goed aan hun einde kunnen komen is het wel hier.’ Een loeiende sirene overstemde het verhaal van de zorgmanager. Ambulancebroeders renden met brancards over de gangen. ‘Iedereen meekomen jongens, we moeten hier weg, het ziekenhuis valt om.’ ‘Wat erg’, zei de prins, ‘wat moeten we nu? Mijn ouders?’ ‘Oh maak u geen zorgen’, antwoordde de zorgmanager. ‘Dit ziekenhuis is failliet. Dat is alleen maar een teken van een gezonde marktwerking.’

De koning en de koningin, veilig op hun brancard, volgden het licht en vonden de uitgang.