* BNNVARA - Slaaf van de stad
Word lid

Slaaf van de stad

leestijd 4 minuten
Slaaf van de stad

 "Ik moet nog even naar de stad."

Dit denk ik veel te vaak als ik 's ochtends naar mijn werk ga. En dat 'even' eindigt vaak in een hele dag slenteren door de winkelstraat en dat 'moeten' is eigenlijk precies zo dwingend als het klinkt. Ik heb bijna geen keus, ik móet wel kopen. Want juist in een wereld waarin ik zelfs de keuze heb uit 100 verschillende smaken paaseitjes, zegt dat stemmetje in mijn hoofd: het kan altijd beter. Ik wil meer.

Me, myself en de massaconsumptie maatschappij

De stad - en vooral in het weekend - is iets wat ik liever vermijd. Een gemiddelde aflevering van National Geographic over de trek van wilde reigers is niets bij de drukte op een gemiddelde zaterdag in de stad. De laatste tijd ben ik me ineens hyperbewust van mijn aanwezigheid in een volle winkelstraat waar ik alleen maar hoofden en plastic tasjes zie. Als onderdeel van de koopjesjagende kudde trek óók ik op bijna automatische piloot van winkel naar winkel op mijn vrije dag. En als om 17:00 uur de laatste winkeldeur sluit, is het enige dat nóg leger is dan de schappen mijn ziel. Ondanks de vier zakken zooi in iedere hand.

Zoals ik op dat moment in de winkelstraat sta, zo voel ik me steeds vaker. Ik ben een slaaf van de stad. Dit bijna wekelijkse uitje is er bij mij al heel jong ingeramd. Want vroeger, toen koopzondagen nog niet bestonden in mijn dorp en online shoppen alleen nog iets was wat de Jetsons konden, had ik geen keus. Als je iets wilde kopen, dan moest het op zaterdag. Dus vanaf het moment dat ik kleedgeld kreeg, leef ik volgens deze standaard en met mij vele anderen. Gezien de zielloze vleesstroom die zich door het centrum van Amersfoorst perst.

De leegte die ik voel geeft me alles behalve rust. Scrollend door mijn tijdlijn vul ik mijn wensenlijst elke avond weer aan en zit ik met mijn hoofd alweer bij de volgende koopavond. Een bodemloze consumptieput als Instagram houdt mijn koopverslaving in stand. Ik maakte me er tot voor kort eigenlijk niet echt druk om. Maar aangezien ik me inmiddels eerder schuldig dan blij voel na een aankoop, voel ik aan m’n net gekochte organische mangowater met tijm-schaafsel dat het niet goed zit. Er is iets mis met mijn koopgedrag én met deze maatschappij en het voelt allemaal fouter dan Uggs bij met een witte legging.

Kijken kijken, niet kopen

Wat ik wil, is namelijk niet per se iets wat ik nodig heb. Want wat ik eigenlijk wil, is genieten van mijn zuurverdiende salaris en niet alles in één middag uit te geven in de stad. Ik merk nu dat de grens tussen wat belangrijk is en waar ik gelukkig van word, vervaagt met elke aankoop. Dus ga ik dit probleem bij de wortels afsnijden. Gewoon minder kopen. 

Dat is moeilijk in een wereld waarbij we onszelf als poppen in de etalage van social media tentoonstellen. Want je kunt winkelstraten wel vermijden, maar online wordt je constant geconfronteerd hoe anderen het beter doen of in ieder geval lijken te doen. Maar meer is niet altijd beter. Wat is er gebeurd met het hele ‘less is more’?

Voor mij is het misschien nieuw, maar bewust(er) winkelen is al een tijd aan de gang. Al heeft het voor mij een andere betekenis dan vanaf nu alleen nog maar stringetjes van bamboe dragen. Sinds een maand ben ik begonnen aan een project waarbij ik zo lang mogelijk geen nieuwe kleding wil kopen. Ik ben bijna twee maanden onderweg, ik mik op een jaar en het voelt alsof ik een enorm klysma in mijn bewustwording heb geduwd. Mijn koopverslaving is spartelend en zwetend bezig met z’n eerste detox. Ik heb namelijk wel de keuze om geen slaaf meer te zijn van mijn eigen koopgedrag. Maar de mensen die mijn kleding maken en dat gat in de ozonlaag hebben die keuze niet. En dat gat kabbelt gestaag voort zolang ik het gat in mijn eigen hand niet opvul met iets anders. #insertpikgrap. 

Nu we het toch over gaten hebben. Neem dan hét alles vernietigende zwarte gat van de massaconsumptie, Black Friday. Het feit dat we sinds twee jaar het begrip ‘Black Friday’ hebben omarmd alsof het de intocht van Sinterklaas is, heeft ergens iets tragisch. Zwaaiend met onze creditcards vanaf de kade. Als prepuberende kinderen die de waarheid ontlopen en niet kunnen slapen als ze denken aan nieuwe spulletjes. 

De bebaarde man die ons met cadeautjes verblijdt, bestaat net zomin als de leugen die we onszelf voor houden als we hardop zeggen dat we gelukkig worden van de duizendste aankoop. Allebei zijn het verhalen waar we hardnekkig aan vastklampen, ook al weten we de feiten heus wel. Maar het feit is wel dat de wereld tasje voor tasje doodgaat. En daar kunnen we geen nieuwe van kopen.