Nico | Column Claudia de Breij

leestijd 3 minuten
Nico | Column Claudia de Breij

Dominee Nico ter Linden is deze week overleden. Mocht u hem niet gekend hebben dan kunt u het alsnog proberen, door zijn werk te lezen. Hij schreef schitterende boeken waarin hij de bijbel opnieuw vertelde –maar dan begrijpelijk. En: ook leuk voor ongelovigen. ‘Het verhaal gaat…’ heet die serie. Ik heb alle delen gelezen want ik was een beetje fan van Nico ter Linden.

Toen het eerste boek uit kwam, was ik eenentwintig, toen de serie allang klaar was (en ik dik in de dertig) ontmoette ik de dominee tot mijn blije verrassing in de foyer van de Kleine Komedie. Hij was naar onze voorstelling komen kijken, en niet voor het eerst, vertelde hij. Dit klinkt opschepperig en dat is het ook. IJdel en gul citeerden we uit elkaars werk, onderwijl bierdrinkend, want dat lustte de dominee ook.

Een paar maanden later begon ik samen met Jessica (mijn vrouw) aan een serie interviews met oude mensen om hun wijsheden te bundelen in het boek Neem een geit.

Nico stond ons thuis te woord, vrolijk vertellend, af en toe vloekend, soms even zoekend naar de draad van zijn verhaal maar vooral heel helder.

We hadden het over geloven, over dat je dat lopen over het water van Jezus vooral niet letterlijk moest nemen maar: ‘Het is wel een héél mooi beeld.’

Nu ik een oude man geworden ben,’ zei Nico ineens, ‘komt soms zo’n oud zondagsschoolliedje boven: “Jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn.” Dat ik dat toch heb onthouden van zó lang geleden… Kennen jullie dat liedje?’ Jessica keek verschrikt toen ik begon te zingen:

 

Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht

Dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht 

Hij ziet uit de hemel of wij lichtjes zijn 

Jij in jouw klein hoekje, en ik in ‘t mijn 

 

Dit moet ik even uitleggen. Wij waren thuis niks, van geloof, maar dit liedje stond op een kerstcassettebandje van de Leidse Sleuteltjes en zowel mijn moeder als ik vonden het helemaal de bom. Dan stond zij te strijken en dj’de ik ons bij de stereotoren de kerstdagen in. Prima, vond Jessica, maar leg eens uit, waarom is dit zo mooi?

‘Het gaat om licht geven,’ zegt Nico. ‘Ik stel niets voor, ik heb maar een klein hoekje. Maar jij hebt ook maar een klein hoekje. We stellen allebei niets voor. Of geen van allen. Wij, zoals we hier zitten, hebben er alle drie maar heel weinig van begrepen. Maar we kunnen onze botjes wel bij elkaar leggen. En we doen het allemaal op een andere manier, jij geeft anders licht dan ik. Maar we zijn er wel om iets te betekenen voor elkaar.’

Daar kun je wat mee, als mens. Als er meer geestelijken zo menselijk waren zoals Nico ter Linden, zouden de kerken elke zondag zo vol zitten als de Westerkerk tijdens zijn afscheid.