Moet ik nu ook ineens een baby?

leestijd 5 minuten
Moet ik nu ook ineens een baby?

Mijn eierstokken zijn twee radioantennes waarmee ik de laatste maanden een babygolf opvang. Althans, dat denk ik. Een viral vluggertje op het internet en met name het CBS vertelt me namelijk het tegenovergestelde. Zonder je met verdere statistieken te vervelen: er is geen sprake van een babyboom. Ik word gewoon ouder en zit ineens in een andere leeftijdscategorie. Toch zie ik op mijn Instagram-feed de #selfiesaturdays en #throwbackthursdays langzaam vervangen worden voor wekelijkse echo-updates. En ik weet eigenlijk niet wat ik storender vind.

A sinds mijn eerste Baby Born uit zichzelf begon te poepen op een roze plastic potje, wist ik dat ik ben geboren om te baren. Ik vond dit tafereel magischer dan een middagje Disneyland en daar waren mijn ouders maar al te blij mee. Het was een stuk goedkoper. Dat gezegd hebbende, ben ik ook een geboren uitsteller. Ik wil nú nog niet moeder worden. Mijn eicellen spartelen misschien bij het idee, maar één blik op mijn ietwat chaotische leven en ik weet dat er nog geen ruimte voor is. Maar met al die bevallige mensen om me heen begin ik de druk toch ook een beetje te voelen. Andere vriendinnen voelen deze "babyboom" ook, maar denken door deze druk juist eerder na of ze eigenlijk überhaupt kinderen willen. Kortom, de wereld in mijn nieuwe leeftijdscategorie is verdeeld. De categorie van de twijfelende twintigers.

Een baby is het nieuwe zwarte jurkje

Mijn Instagram-feed puilt– letterlijk – uit van de zwangere (mode)meisjes die hun strakke Levi’s-kont bij bosjes steken in een hipper zwangersschapsbroekje. Ze werpen sneller een kind op de wereld dan dat ze hashtags kunnen typen en als spuitelf #1 er eenmaal is, bungelen de baby’s als een nieuw soort Michael Kors-tassen aan de armen. Daar heb ik zo mijn vraagtekens bij, maar toch is dit niet het vraagstuk dat me de laatste weken ’s nachts wakker houdt. Kun je nagaan, want die krijsende nachtbrakende koter moet nog komen.

Eén ding wat ik al snel leerde toen ik mijn Baby Born eens terugvond in de kattenmand: een kind verandert je leven radicaal en dat vergt aanpassingsvermogen. Een pop onder de kattenharen getuigde in mijn ogen niet van goed moederschap. Ik moest dus beter opletten en constant alert zijn. Ik vind ik het al radicaal als ik van hagelslag-merk verander, laat staan dat ik toe ben aan een kind. Een baby heeft een stabiel huis nodig, dat hoor en lees ik namelijk overal om me heen. En mijn leven is nog verre van stabiel. Ik zit dan misschien wel tot aan mijn nek in de flessen, maar daar zit voornamelijk alleen gin en/of tonic in. Dus wat kan ik een kind nu bieden behalve mijn eigen nesteldrang?

Stabiel ben je nooit

Het geluid dat ik ook hoor, is het inmiddels iconische: ‘Maar nooit is het goede moment.’ Kijk, als we eerlijk zijn, zal ons leven nooit écht stabiel zijn. We lijken misschien op onze ouders, maar wat stabiliteit betreft verschilt ons leven enorm met dat van de vorige generatie. Toen bestond het fenomeen ‘een vaste baan’ nog, werd je als vrouw lekker zwanger en zorgde de man voor de beschuit met muisjes op de plank. Gelukkig zijn we een stuk geëmancipeerder geworden en is er een hoop veranderd, maar nu hebben we wel andere - en misschien wel veel grotere - problemen.

We knijpen hem van halfjaarcontract naar halfjaarcontract, hoppen sneller naar een nieuwe baan dan pubers soa’s oplopen op schuimparty’s in Salou en moeten het doen met een tweekamer appartementje op drie hoog in de binnenstad. En zie dan maar eens met je kinderwagen, een werkgeversverklaring voor je veel te dure koophuis en een tijdelijk contract de top te bereiken. Letterlijk. Dus we worstelen niet alleen met de vraag of we wel toe zijn aan kinderen, we moeten ons daarnaast ook nog eens zorgen maken of meneer de werkgever ons niet de laan uitstuurt en of we dus een stabiele omgeving kunnen bieden aan onze mini-ik. Dan heb ik het nog niet eens over het concept ‘sparen’, wat me elk moment tóch weer niet lukt.

This is the moment

Nu snap je misschien waarom ik hier wakker van kan liggen. Ik weet dat ik niet de enige ben, want ik sla menig tijdschrift open en de woorden ‘voortplantingsangst’ en ‘kinderloze twijfelaars’ staan dikgedrukt bovenaan de pagina.  Maar als ik mijn zwangere vriendinnen hoor, merk ik dat de meeste zorgen verdwenen zijn bij het voelen van het eerste geklots in de buik. En er klaar voor zijn ben je nooit, hoor ik ze zeggen.

Met dit in mijn achterhoofd heb ik besloten dat ik - tot de tijd dat ik meer voel dan alleen klapperende eierstokken - nog even excuses blijf maken waarom ik er nog niet aan toe ben. Die pop ligt al lang onder een dikke laag stof, mijn eileiders binnenkort misschien ook, maar hoe meer druk er wordt uitgeoefend van buitenaf, des te meer ik voel dat ik het nú nog niet wil. En dat wil wat zeggen voor iemand die altijd het hardst roept haar eigen Kinderen voor Kinderen-koor te willen. 

Die twijfel kan ik misschien beter omdraaien tot een gevoel van besef dat ik nog best even mag genieten van mijn leven dat heel mooi is. Want een kind verandert je leven compleet. En hoe open en eerlijk ik ook ben over het willen van kinderen, zo eerlijk mag en moet ik ook tegen mezelf zijn dat nu nog niet het juiste moment is. Ongeacht de druk van buitenaf. En dat geldt voor iedereen in deze verdomd lastige en dubbele leeftijdscategorie.