* BNNVARA - Mies wás Het Dorp
Word lid

Mies wás Het Dorp

leestijd 3 minuten
Mies wás Het Dorp

Beeldschoon

Van alle Mies Bouwman-beelden die je de afgelopen week voorbij kon zien komen, bleven die van de actie ‘Open het Dorp’ me het meest ontroeren. Mies is daar zo jong, zo open, zo onbevangen, zo goed. En dat moment! Dat moment dat ze dan zelf bijna moet huilen omdat het allemaal prachtig is maar ook zo vermoeiend en omdat ‘we de tien miljoen gulden zijn gepasseerd’. Bijna. Maar ze houdt de controle. Beeldschoon.

1962 was het, ruimschoots voor mijn tijd, maar zó’n mijlpaal dat zelfs ik, geboren in 1975, de beelden ontelbare keren heb gezien.

Het kwam er, dat dorp bij Arnhem waar mensen met een handicap konden wonen, dankzij de 22 miljoen die door revalidiatiearts Arie Klapwijk, wonderwoman Mies Bouwman en het verenigde Nederlandse volk bij elkaar waren geharkt in een magisch etmaal.

Lang geleden.

Bestáát dat dorp eigenlijk nog?

Ja. Nou en of. Ik was er vorig jaar nog, met Mies.

Het was destijds, na de televisie-actie, volgens de allernieuwste normen van het moderne wonen gebouwd, en dan ook nog eens zo dat mensen met een beperking (zoals dat geloof ik nog steeds heet volgens het huidige netjes) er zoveel mogelijk zelf konden doen. Maar wat nieuw was in de jaren 60 bleek nu hopeloos gedateerd, te klein of te stoffig en het werd tijd voor verandering. Verbetering.

Er kwamen nogal veel technologische vernieuwingen voor de bewoners aan, en Mies vond dat heel belangrijk en heel prachtig allemaal, maar ze had zelf niet eens een smartphone. Laat staan dat ze mee wilde kunnen praten over de wondere wereld van de robotica. Dus of ik dat dan wilde doen. ‘Ik heb ook niet het eeuwige leven, dus wil jij daar een beetje een oogje in het zeil wilt houden voor als ik er niet meer ben’, vroeg ze.

Ik zei natuurlijk ja, maar Mies’ opvolger ben ik niet, dat kan namelijk helemaal niet.

Mies ís Het Dorp, wilde ik schrijven, maar ze wás het.

Toen we de zaal inkwamen waar de plannen voor de vernieuwing van het dorp werden bekend gemaakt, viel me op dat niet alleen iedereen die daar in een rolstoel zat haar kende, maar dat zij hen ook allemaal leek te kennen. Bobo’s en directeuren die haar aandacht vroegen kregen een beleefde portie of zogenaamd wazige blik (Mies was alleen oud als het haar uitkwam, had ik de indruk), maar de bewoners kregen stuk voor stuk persoonlijke aandacht, alle tijd en vaak ook een goede grap.

Ik stond er als een goedbedoelende Hekking naast.

‘Claudia!’ riep een enthousiaste man met een robotarm aan zijn rolstoel toen ik het podium op kwam. Ik kreeg een warm applaus. Daarna mocht een vrouw met kennis van zaken en een heel mooi mantelpakje meer vertellen over de toekomst en de verbouwing van het dorp, en toen zij opkwam, riep de man om het applaus te triggeren: ‘Lekker wijf!’

Een warmer applaus volgde. De staatssecretaris zei iets moois, de zorgmanager deelde zijn visie, en toen kwam Mies.

‘Mies!’ riep de man, en het applaus hield niet meer op.

‘Doet dat u nou nog wat?’ vroeg de verslaggeefster van een showrubriek Mies na afloop. ‘Bent u dan trots?’

‘Nou,’ zei Mies. ‘Ik ben de enige in Nederland, geloof ik, die een televisieprogramma heeft gemaakt en daar iets blijvends mee heeft achtergelaten.’

Daarna glimlachte ze ons allemaal liefdevol uit.