* BNNVARA - Het geheim van Van Duin

Het geheim van Van Duin

leestijd 3 minuten
Het geheim van Van Duin

Bijna vergeten dat we die veelgebruikte familiespraak eigenlijk gejat hebben van André van Duin. ‘Hoeoeoe dóe je ‘t?’ altijd fijn om te roepen bij een goed ingeruimde vaatwasser of andere topprestatie in de huiselijke kring, volgens mij door Van Duin verzonnen voor de Dik Voormekaarshow. Het woord ‘hoe’ moet je heel lang rekken, onderwijl wild met je hoofd schuddend, daarachteraan schreeuw je ‘dóe je ‘t?’ op een zo onverwacht mogelijk moment.

Wie de vraag aan André van Duin zelf stelt kan lang op een antwoord wachten. Hoe doet André het? Hoe blijft hij decennium na decennium relevant? Hoe maakt hij steeds weer grappen voor het breedst denkbare publiek? Hoe krijgt hij het voor elkaar om waar hij ook komt, te gast of als gastheer, nooit lang op een lach te hoeven wachten?

Ik moet om André van Duin nooit níet lachen. Dat was vroeger al zo, als hij een televisieprogramma van Ron Brandsteder binnen kwam lopen om een gouden plaat te overhandigen aan een of andere buitenlandse ster. Het duurde nooit lang of je moest, of je nou wilde of niet, onbedaarlijk om hem lachen.

Maar hoe doet hij het? Van Duin zegt er weinig over. Hij laat zich niet kennen als een groot theoreticus. Hij is gewoon heel leuk, hij denkt daar verder niet over na (zegt hij). Ik weet niet of we dat moeten geloven, wie weet komen er in de volgende eeuw beduimelde schriftjes boven water vol getormenteerde dagboekaantekeningen á la Wim Kan –maar ik denk het eigenlijk niet.

Je kunt lang acteren dat je een heel ongecompliceerd type bent, maar niet een heel leven.

André van Duin houdt van gewoon warm eten, aardappelen, groente, vlees en van boterhammen voor de lunch. Van af en toe iets leuks doen met zijn man, gezellig naar het theater en zo, maar wil altijd lekker bijtijds weer naar huis. Als je hem dan eens in het wild tegenkomt is hij ook zonder camera’s of groot publiek heel erg grappig, maar totaal ongedwongen.

En dat, als ik eens even de Wim Ibo van de jaren 10 mag uithangen, is volgens mij het geheim van André van Duin. Zelfvertrouwen. Hij heeft geen overdreven eigendunk, maar ook geen groot minderwaardigheidscomplex. Hij oogt niet alleen bescheiden, hij is het echt. En echt bescheiden zijn kan alleen met echt zelfvertrouwen.

Van Duin is leuk zoals sneeuw nou eenmaal wit is. Hij gebruikt zijn gezicht, zijn lichaam, zijn hersenen, alleen staat hij klaar om de werkelijkheid een paar graden te kantelen, lekker onbeholpen, lullig en stom te doen en ons daarmee te laten zien hoe onbeholpen, hoe lullig, hoe stom we eigenlijk zijn. 

André heeft ons niet nodig om leuk gevonden te worden. Hij ís leuk.