* BNNVARA - Column Claudia de Breij | Clickbait

Column Claudia de Breij | Clickbait

leestijd 3 minuten
Column Claudia de Breij | Clickbait

Claudia de Breij schrijft wekelijks een column voor de VARAgids. Hierin speelt actualiteit een belangrijke rol. Ze praat je bij en ze zet je aan het denken. Deze week over de real life clickbait.


Clickbait

Soms, wanneer je helemaal klaar bent het nieuws over orkanen, knettergekke wereldleiders en de dreiging van een kernoorlog doe je het. Je laat de harde nieuwssites voor wat ze zijn en kiest voor clickbait: die berichten met zinnetjes als ‘DEZE VIJF VERHALEN HERSTELLEN JE GELOOF IN DE MENSHEID’ of je verliest je in eindeloze series kattenfilmpjes. Clickbait heet het, aas waar je op hapt omdat je het soms gewoon nodig hebt. Iets moois. Iets echts. Iets vertederends.

Deze week maakte ik dat mee, maar dan in het echt. Real life clickbait.

In plaats van een serieuze observatie van de toestand in de wereld of een kritische kanttekening bij de formatie deel ik dit. Omdat je het soms gewoon nodig hebt. Of ik dan.

Scène 1: Jongen van negen jaar oud vond het zó knap dat zijn zevenjarige broer tijdens zijn eerste voetbalwedstrijd direct een hattrick scoorde dat hij zei: ‘Ik denk dat je wel profvoetballer kunt worden.’

Scène 2: De jonge voetballer vindt dit zó lief – en zijn broer eigenlijk in het algemeen zo lief, nu hij er zo over nadenkt – dat hij met zijn moeder afspreekt een cake te bakken, speciaal voor zijn broer. Als verrassing. Dagen gaan voorbij, er moet naar school worden gegaan, gewerkt, moeder denkt dat het plan vast wordt vergeten en weet ook niet zeker of ze wel cakemeel in huis heeft. Maar de jongen geeft niet op. Avond aan avond vraagt hij bij het slapengaan ‘wanneer we nou de cake gaan bakken’. Moeder gaat maar eens boodschappen doen.

Scène 3: Moeder bakt een cake. Dit is niet geheel in lijn met haar normale dagelijkse bezigheden, en ze vermoedt dan ook dan Janny en Robèrt er in Heel Holland bakt weinig goeds over zouden kunnen melden. ‘Droog, heel droog’. ‘Hoe heet had je de oven staan? Tsja. Dat had natuurlijk 165 moeten zijn hè.’

Ze bikt het ding uit het bakblik, verstopt het en haalt haar kinderen uit school.

Scène 3: De oudste jongen gaat naar pianoles, de jongste zit aan het aanrecht achter de cake (die zijn moeder uit de onderduik heeft gehaald) en knijpt er tubes vol gekleurde crème op uit. Hij maakt letters, rode, witte, groene, en bruine. Als hij klaar is staat er in zijn glazuurhandschrift: ‘Jij bent lief’.

Scène 4: De oudste broer loopt vol verwachting naar huis na pianoles. De verrassing. De verrassing! Nu zou hij hem krijgen, was hem beloofd. Thuis, in de keuken aangekomen, moet hij van zijn broertje zijn handen voor zijn ogen doen. Er wordt afgeteld, alsof we wachten op een raketlancering. Dan: ogen open, blik op de cake. ‘Jij bent lief’.

Scène 5: Zonder woorden draait de grote jongen zich om naar de kleine en omhelst hem zoals mannen dat doen als ze een beetje geëmotioneerd zijn, zonder woorden, lang en stevig. Zo zullen ze vaker staan, later, misschien. Als er grote dingen gebeuren, mooie of verdrietige. Jongens worden mannen.

Moeder maakt een foto, dan kan ze er later nog eens aan denken.