* BNNVARA - Column Claudia de Breij | Hulpgoden

Column Claudia de Breij | Hulpgoden

leestijd 3 minuten
Column Claudia de Breij | Hulpgoden

Claudia de Breij schrijft wekelijks een column voor de VARAgids. Hierin speelt actualiteit een belangrijke rol. Ze praat je bij en ze zet je aan het denken. Deze week: Hulpgoden

Hulpgoden

‘Eigenlijk wist ik het al een jaar hoor mama. Iedereen in de klas zei het. Dus ik dacht: dan ga ik het nu ook maar denken.’

Hij is negen en straks komt de eerste Sinterklaasperiode waarin hij, net als wij, overgaat op het Nieuwe Geloof: het geloof dat het gewoon heel erg heerlijk is om met zijn allen te doen alsof er zoiets bestaat als een grapjesmakende heilige die wel ouder wordt maar nooit dood gaat. Die zijn verjaardag viert door ieder kind in Nederland te trakteren op cadeautjes, betaald uit niet traceerbare geldstromen. Zwart geld, wit geld, zwarte piet, witte piet, het ware geloof schaadt het niet.

Hij was niet boos of verdrietig, zoals je vaak hoort.
‘Nee,’ zegt hij, liggend in zijn bed, ‘waarom?’
De appel (sprak zij spinnend van geluk) valt weer eens vlakbij de boom. Ik heb zelf ook nooit begrepen, zelfs niet toen ik klein was, waarom kinderen zich bedrogen voelden door hun ouders. Dan snap je gewoon het verschil niet tussen een leugen en een verrassing. Dit soort mensen moet dan later bij een surpiseparty ter ere van hun vijftigste verjaardag ook boos weglopen, vind ik. ‘Ja jongens! Jullie hebben gewoon gelogen! Wegwezen allemaal!’ Chagrijnig vind ik het. Jarenlang kreeg je prachtige cadeaus en de mensen die alle moeite deden, die door drukke winkels sjouwden met armen vol Lego en klei, die kregen er niet eens een bedankje voor! Nee hoor, altijd maar weer gillen door die schoorsteen: ‘Dankjewel Sinterklaasje!’
Sinterklaasje my ass, dacht moeder, de striemen van de zware boodschappentassen uit haar handen wrijvend.

Enfin, mijn zoon viel dus vrolijk van zijn geloof en ik prijs me gelukkig. ‘Eigenlijk,’ zegt hij, starend naar het donkere plafond, tijdrekkend voor het slapengaan, ‘is dus elke Sinterklaas die je ziet een hulpsinterklaas.’

Ergens heeft die uitspraak iets diepreligieus. Het erkennen van een geloof dat er was, en om kunnen gaan met het idee dat dat geloof niet per se nodig is om al het moois van dat geloof te blijven beleven.  
Misschien zou het gelovigen ook wel kunnen helpen.
Laten we Sinterklaas voor dit verhaal eens vervangen door God.
Of Allah, of Krishna of Boeddha.

Natuurlijk, eerst geloof je dat hij (Hij!) echt bestaat. Maar dan wordt je groot en gebeurt er Iets Heel Ergs of je leest Friedrich Nietzsche. Je valt van je geloof.
Maar de gedachte dat hij bestond, dat er iemand was die erop toezag dat het goed ging met de mensen, die zorgde voor de zieken, troost bood aan de rouwenden, die er zelfs voor kan zorgen dat onze zielen niet verloren gaan na de dood? Heerlijk, als je erin kon geloven.

We zouden het ook zelf kunnen, misschien. Ik ken mensen die het al doen. Zorgen voor de zieke, de rouwende troosten –ja en wat er met die ziel gebeurt na de dood, daar kunnen zij niet zoveel aan doen.
Maar voor die tijd functioneren dat soort zielen, u kent ze vast ook in uw omgeving, toch op aarde toch al heel aardig.
Als hulpgoden.