* BNNVARA - Benny Sings, de verplichte wereldreiziger
Word lid

Benny Sings, de verplichte wereldreiziger

leestijd 6 minuten
Benny Sings, de verplichte wereldreiziger

Beeld: Merel Hogerheijde

Het album City Pop van popveteraan Benny Sings is vandaag uitgekomen. Voor zijn nieuwe, dromerig klinkende album is hij vrijwel de hele wereld afgereisd. We zoeken hem op in zijn Amsterdamse studio om het te hebben over handjes schudden, rondhangen in de wereldsteden en muziek maken met helden. En natuurlijk over zijn pro-tips om niet te sterven in een vliegtuig.

Daan (BNNVARA): Gefeliciteerd met je nieuwe album! Het project is aan alle kanten van de wereld tot stand gekomen. Is dat bewust gebeurd?

Mijn manager vond een aantal jaar geleden dat ik iets moest doen met mijn internationale bekendheid, omdat het volgens hem toch ‘mijn ding’ was. Ik ben eigenlijk echt een beetje een kluizenaar: gestructureerd en niet sociaal. Afgelopen jaren duwde hij me dus de massa in, zo van: Benny, fix het. Vervolgens stond ik dan als een langzame schildpad weer super awkward handjes te schudden. 

Ik vond die situaties wel altijd leuk. Ze hebben geleid tot samenwerkingen en nieuwe mogelijkheden. Ik ben er dan ook heel blij mee, maar het zit simpelweg niet in mijn DNA om op te staan en te roepen: “Ik trek de wijde wereld in, jee!”. Het grootste deel van het album is trouwens gewoon in Amsterdam geschreven. Toch ben ik meer dan ooit in het buitenland geweest voor het maken van een album. 

Wereldwijd komt City Pop uit op het legendarische label Stones Throw Records. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

Ook in die situatie heeft mijn manager me gewoon het kantoor ingeschopt. Het was erg ongemakkelijk. Ik wist namelijk niet wat we er gingen doen. Mijn manager wist het allemaal ook niet precies, maar hij wilde vooral Stones Throw Records-oprichter Peanut Butter Wolf ontmoeten om te polsen of er interesse was in nieuwe demo’s. “We gaan gewoon een praatje maken, lekker boeiend.” Ze vroegen me of ik het kantoor wilde zien. Het was een kantoor: er waren allemaal stoelen en tafels. Uiteindelijk zijn we gelukkig wel een demo van me gaan luisteren, al dacht ik dat dat meer uit beleefdheid was. Toen we de plaat afhadden, hebben we ‘m opgestuurd. Een half jaar later wilden ze er iets mee en nu zijn we hier.

Waarom heet het album City Pop?

Faberyayo stuurde me een berichtje waarin hij die titel voor het album suggereerde. Hij is echt een Japan-freak en weet werkelijk alles van het land. City Pop is dus de naam van een genre in Japan. Mijn muziek past feitelijk gezien niet helemaal in dat genre, maar het denkt wat mij betreft toch wel echt de lading. Ze noemen mijn muziek vaak Yacht Rock of AOR, maar City Pop is wat het is. Het album heet in Japan zelf anders: City Melodies. Dat kunnen ze daar waarschijnlijk niet uitspreken, maar ja, dat is niet mijn probleem.

Je bent naast Japan ook in Los Angeles en Parijs geweest. In hoeverre hebben verschillende locaties verschillende functies gediend?

In Los Angeles heb ik schrijfsessies gehad. Amsterdam is meer mijn 9 tot 5-laboratorium. In Parijs is de mix en de coproductie gedaan. Naar Japan ga ik jaarlijks, omdat mijn muziek daar goed aanslaat. En er waren wat interessante studio’s vrij. Daar zeg ik ook geen nee tegen.

Hoe heb je de verschillende steden ervaren?

Ze zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. Los Angeles heeft een super relaxte vibe. Eigenlijk is het daar alsof iedereen altijd stoned is. Het weer is ook heerlijk. Toch staat iedereen wel aan, op een soort yoga-manier. Het is echt de bakermat van de westerse cultuur. Iedereen loopt rond met een extreme hoeveelheid zelfvertrouwen. Een beetje vergelijkbaar met Jan Smit in Nederland: ze weten allemaal precies hoe het gaat. Dat is voor mij soms vreemd, maar een Mayer Hawthorne heeft ook gewoon iets van “let’s just make a beat”, en doet daar totaal normaal over. Ik val er dan toch net buiten, met mijn Nederlandse genen. Het is indrukwekkend voor me.

Voor Japanners is het nog veel moeilijker. Voor hen kom ik ineens zelfverzekerd over. Tokyo is dus weer totaal anders. Ik hoop dat niemand uit Japan dit leest, maar je kunt daar soms voelen dat men iets na probeert te doen: dan zit ik gewoon een beat te maken en staat iedereen er net iets te houterig bij. Het lijkt dan één grote vertaalslag voor ze.

En hoe staat Parijs op dat spectrum?

Parijs is natuurlijk het toppunt van het Frans zijn. Het is extreem artistieke bedoeling. Ik heb daar gewerkt met de legendarische producer Renaud Letang, die hoog op mijn lijstje stond. Een aantal jaar geleden had ik ‘m al benaderd, maar toen kreeg ik geen reactie. Toen ik nu wel een positieve respons van ‘m kreeg, wist ik het wel. Die gast is de hele tijd aan het blowen. Niet op een relaxte LA-manier, maar hij gaat als het ware helemaal op in het leven, dus het hoort erbij. Het is heel intimiderend, maar wel heel sick. Hij heeft grootste dingen gedaan, van Feist tot Manu Chao. Ik voelde het echt zinderen. Eigenlijk vind ik Parijs misschien wel het meest interessant van de drie. Aan de andere kant is LA natuurlijk qua hiphop-cultuur wel de plaats waar het gebeurt. 

Je zit als nomade-muzikant extreem veel in het vliegtuig. Wat zijn je grootste ergernissen?

Ik ben niet snel geërgerd. Maar ja, het wachten op alles is natuurlijk niet fantastisch. Het zijn lege uren die toch lichtelijk gespannen zijn, zeker als je aan het toeren bent. Dat is pittig. Ik snap het ook als artiesten daaraan onderdoor gaan. Het is het fijnst om continu van hot naar her te gaan. Het kan dan ook constant feest worden. Tijdens een tour merk je al snel dat zoiets echt niet gaat. Elf uur lang met een kater in een vliegveld zitten is echt hard. Maar ja, toch doe ik het ook nog altijd. Ik ben er zelf eigenlijk te labiel voor.

Tot slot, heb je nog pro-tips voor in het vliegtuig? Wat zijn de Benny Sings vlieg-essentials?

Ik ben gelukkig absoluut niet materialistisch. Dat is heel handig. Naast mijn laptop heb ik dus eigenlijk geen echte essentials. Vroeger kwam ik op het vliegveld aan met een kapje, een kussentje en wat andere dingetjes. Maar ja, ik werd daar dan ook weer helemaal gestrest van. Zonder al de spullen ongemakkelijk in die kutstoel zitten, is meer ontspannen dan met. Als je jezelf dwingt te moeten slapen dan wordt het een drama. 

De truc is dat je je mentaal instelt op een kutreis zonder slaap, met drie daagse nasleep. Dan valt het allemaal wel mee. Ik herinner me nu trouwens dat ik ooit een speciaal kussentje van Hello Kitty had, maar ik werd helemaal spastisch van het geforceerde gedoe. Gewoon lekker films kijken.

Meer interviews? Oifik sprak met Joram van Klaveren, ex-PVV'er die zich bekeerde tot de islam.